PlusAchtergrond

Intimidatie, opsluiting en mishandeling: in veel Afrikaanse landen is de persvrijheid sinds corona nog verder beknot

In Afrika was het in veel landen al niet bijster goed gesteld met de persvrijheid. Nu hebben veel Afrikaanse leiders de coronapandemie ook nog aangegrepen om journalisten verder de mond te snoeren.

Aanhangers van de Oegandese presidentskandidaat Bobi Wine (op de poster) stuitten vaak op hard optreden van politie Beeld AFP
Aanhangers van de Oegandese presidentskandidaat Bobi Wine (op de poster) stuitten vaak op hard optreden van politieBeeld AFP

“Mijn linkeroog speelt nog altijd op omdat de kogel er vlak langs scheerde voordat die zich in mijn hoofd boorde,” vertelt de Oegandese journalist Ashraf Kasirye. Artsen vermoeden dat het nog wel een halfjaar duurt, voordat hij weer alles kan. Maar hij is blij dat hij leeft.

In januari werd Kasirye 29 jaar terwijl hij in coma lag in een ziekenhuis. Enkele dagen daarvoor was hij bij een verkiezingsbijeenkomst in het stadje Masaka, ten zuidwesten van de Oegandese hoofdstad Kampala, door een politiekogel geraakt.

De weken in aanloop naar de Oegandese verkiezingen in januari werden gekenmerkt door wijdverbreid geweld. Journalisten raakten gewond, werden geslagen en bedreigd. Het gewelddadige politieoptreden werd door de autoriteiten uitgelegd als noodzakelijk, omdat oppositieleiders, hun aanhangers en de pers de regels overtraden tegen de verspreiding van het coronavirus.

Het leek er echter meer op dat president Yoweri Museveni, al 35 jaar aan de macht, de populariteit vreesde van de muzikant en oppositiekandidaat Robert Kyagulanyi, beter bekend als Bobi Wine. Hoe minder de pers aandacht besteedde aan hem, hoe beter voor de president. Museveni won, maar de verkiezingen werden niet als vrij en eerlijk bestempeld. Daarvoor waren te veel berichten over intimidatie en gesjoemel.

Kasirye wist dat hij risico’s liep als verslaggever voor Ghetto Media, een online TV-zender gelieerd aan de oppositie. Hij was gedreven door zijn overtuiging dat het tijd was voor verandering in Oeganda. “Mijn hart vertelde me dat ik mijn journalistieke vaardigheden moest inzetten. Ik wist dat geen enkel Oegandees mediahuis journalisten zou vrijmaken om hele dagen de oppositie te volgen en te laten zien hoe de politie de vrijheden beperkte.”

Afsluiten internet

Kasirye versloeg vijf jaar geleden ook de presidentsverkiezingen, alleen was zijn opdracht toen om president Museveni te volgen tijdens zijn campagne. “Er was geen enkele beperking voor ons journalisten, geheel in tegenstelling tot de campagne van Bobi Wine dit jaar.”

De verschillen in de mate van persvrijheid op het omvangrijke continent zijn groot. Zo kent Senegal, een van Afrika’s stabielste democratieën, een divers medialandschap. Maar veel landen bungelden al lang onderaan lijstjes over persvrijheid en de voorbije jaren is de vrije journalistiek er verder op achteruit gegaan. Meer en meer Afrikaanse leiders proberen de pers en bevolking de mond te snoeren. Het tijdelijk afsluiten van het internet is daarbij een geliefd wapen. In 2017 gebeurde dat in Afrika twaalf keer volgens de organisatie Access Now. Een jaar later was dat twintig keer. In 2019 liefst 25 keer.

Journalisten krijgen er steeds meer te maken met geweld door politieagenten of militairen. Radio- en tv-zenders worden uit de lucht gehaald, kranten verboden en meningen die verspreid worden via sociale media en blogs nagenoeg onmogelijk gemaakt. Verslaggevers worden bedreigd of zonder aanklacht of met verzonnen beschuldiging opgesloten. Of, in uiterste gevallen, zelfs gedood.

“Toen de coronapandemie in 2020 de kop opstak, werd die gebruikt om nog sneller en vaker journalisten hard aan te pakken,” meent de Keniaanse Muthoki Mumo van het Comité ter Bescherming van Journalisten (CJP). “Het was al een zwaar jaar voor journalisten omdat ze alle informatie moesten natrekken over corona vanwege oneindig veel nepnieuws. Dan werden er ook nog 24 verkiezingen in diverse landen gehouden. En dat allemaal om nieuws te brengen dat bij regeringen vaak niet in goede aarde viel.”

Dat ondervond de Nigeriaanse radiojournalist Kufre Carter (28), die werkt bij XL 106.9 FM in de zuidelijke deelstaat Akwa Ibom. Hij zat vorig jaar een maand in de gevangenis. Niet om wat de sportjournalist had gemeld via zijn radiostation, maar omdat hij een bericht had doorgeplaatst op Facebook waarin de verantwoordelijke ambtenaar voor de volksgezondheid in de deelstaat werd beschuldigd van inadequaat optreden tegen de coronapandemie. Carter zou, zo luidde de aanklacht, de reputatie van de man hebben beschadigd. Een rechtbank verwierp uiteindelijk die beschuldiging.

Het gebeurt geregeld: journalisten die om onduidelijke redenen worden opgesloten. Zeker in Nigeria dat een bruisend medialandschap heeft. Er zijn honderden radiostations, tv-zenders en kranten. Maar om te werken in de media moet je niet bang zijn.

“Er zijn zoveel arrestaties en processen zoals de mijne omdat overheidsfunctionarissen routinematig journalisten laten arresteren als ze zich kritisch uiten. Het is een zorgelijke trend die de laatste vijf jaar verontrustend is toegenomen,” aldus Carter.

De Nigeriaan werd korter in de cel opgesloten dan zijn Rwandese collega Dieudonné Niyonsenga van het Rwandese YouTubenieuwskanaal Ishema TV. Hij werd in april 2020 gearresteerd wegens het overtreden van de maatregelen tegen de pandemie. Het is de vraag of dat de echte reden was. Kort voor zijn arrestatie zond Ishema TV een bijdrage uit over vermeend seksueel misbruik door militairen die, omdat de president uit die gelederen komt, in hoog aanzien staan in het land.

Aanhangers van Bobi Wine menen dat de al 35 zittende president Yoweri Museveni gefraudeerd heeft bij de vorige verkiezingen. Beeld Getty Images
Aanhangers van Bobi Wine menen dat de al 35 zittende president Yoweri Museveni gefraudeerd heeft bij de vorige verkiezingen.Beeld Getty Images

Verkracht door soldaten

In de tv-bijdrage vertelden drie vrouwen uit een arme wijk van de hoofdstad Kigali dat soldaten die de lockdown moesten afdwingen, hen hadden verkracht. Nieuws waar de overheid niet blij mee was. Niyonsenga werd pas dit jaar vrijgelaten, nadat een rechter had geoordeeld dat geen van de aanklachten gegrond waren.

Lokale journalisten in Afrika lopen grotere risico’s dan buitenlandse correspondenten. Regeringen die dingen te verbergen hebben, willen geen slechte internationale pers halen en maken bij voorkeur gebruik van de bureaucratie om buitenlandse journalisten te weren.

“Accreditatie wordt als wapen ingezet. Landen kopiëren elkaars manieren om het journalisten moeilijk te maken,” aldus Muthoke Mumo van het CPJ. Zo maken Congo en Tanzania accreditatie en mediavisa krankzinnig duur. Andere overheden verlangen documenten die niet of nauwelijks te verkrijgen zijn. Zo eiste Oeganda voor de verkiezingen van buitenlandse verslaggevers een bewijs van goed gedrag, afgegeven door Interpol in hun landen van herkomst. Opmerkelijk genoeg zit het enige Interpolkantoor dat zoiets verstrekt in Oeganda.

Ethiopië zette na omstreden verkiezingen in 2005 de rem op de komst van buitenlandse journalisten. Afwijzingen van accreditatie-aanvragen waren er zelden, er kwamen gewoonweg geen reacties. De hoop was dat het in 2018 zou veranderen, toen Premier Abiy Ahmed hervormingen doorvoerde en meer vrijheid voor de pers toeliet.

Dat was echter van korte duur. Eind vorig jaar, toen het conflict in de noordelijke regio Tigray begon, was het gedaan met het beetje persvrijheid in het land. Lokale journalisten werd de mond gesnoerd door ze te bedreigen of gevangen te zetten. Buitenlanders worden slechts sporadisch toegelaten en moeten vooraf precies aangeven waar ze heen gaan, wie ze willen spreken en welk verhaal ze willen maken.

Terwijl mediabedrijven in Afrika onder vuur liggen, maken veel regeringen het ook bloggers en gebruikers van de sociale media steeds lastiger. Het internet wordt gezien als een bedreiging en een veelvoud aan gerichte acties wordt ingezet om digitale gebruikers het zwijgen op te leggen.

Dictators – maar ook democratische leiders – beseffen dat ze niet alleen knuppels of kogels nodig hebben om kritiek af te weren. Zo heffen Zambia en Oeganda belasting op het gebruik van sociale media. Tanzania eist dat bloggers zo’n 800 euro per jaar betalen terwijl het gemiddelde jaarinkomen rond de 1000 euro ligt.

Ouderwetse papiertjes

Driekwart van de 1,2 miljard Afrikanen is jonger dan 35 jaar. Zij gebruiken vooral sociale media om hun meningen te ventileren of om acties te organiseren, zoals tijdens de burgerrevolutie in Soedan in 2018. “We gebruikten Facebook en Twitter om afspraken te maken over plekken waar we ons verzamelden om te demonstreren, eerst tegen ex-dictator Omar al Bashir en later om de militairen te dwingen met burgers een regering te vormen,” zegt activist Abdelmonim Ali vanuit Khartoem. “Toen het internet werd afgesloten, gingen we over op ouderwetse papiertjes met tijd en plaats voor demonstraties. Die deelden we uit in onze woonwijken. En dat werkte ook.”

Maar op Facebook en Twitter wordt ook veel nepnieuws gepost. De Zuid-Afrikaanse professor Herman Wasserman en zijn Amerikaanse collega Dani Madrid-Morales deden daar onderzoek naar in Kenia, Nigeria en Zuid-Afrika. Ze concluderen dat ‘gebruikers van de sociale media een hoge mate van blootstelling aan desinformatie ondervinden en – vaak bewust – bijdragen aan de verspreiding ervan’.

Ook constateren ze dat de bevolking in de drie bewuste landen weinig vertrouwen heeft in de pers. Mediahuizen zijn hard geraakt door economische teruggang. Er vielen ontslagen en kleinere redacties moeten de informatiestroom verwerken. Dat gaat ten koste van gedegen onderzoek.

De meestal slechte salariëring van journalisten heeft in Kenia geleid tot de praktijk van de ‘bruine enveloppen’. Dat zijn couverten met inhoud die journalisten accepteren van bronnen en vaak moeten delen met eindredacteuren, om een positief verhaal over iemand of iets te schrijven of een negatief artikel te produceren over een concurrent van de gelddonor. Dat is het publiek niet ontgaan.

Innoverende journalistiek

Leon Willems, directeur van Free Press Unlimited in Amsterdam, meent dat de media in een perfecte storm terecht zijn gekomen. “Er is een erosie van de democratie, evenals een erosie in het vertrouwen van de media. Daarbij komt nog de economische teruggang waardoor er ontslagen vielen in de sector en ten slotte nog de effecten van de coronapandemie.”

Toch is Willems ook optimistisch. Hij ziet jonge journalisten ook in Afrika innoverend te werk gaan. “In Afrika groeit de onderzoeksjournalistiek. Er bestaan op dat gebied transnationale uitwisselingen van kennis en ervaring. In een land zoals Burkina Faso worden – ondanks grote tegenwerking – schandalen over het bedrijfsleven aan het licht gebracht.”

Jonge journalisten en internetgebruikers laten zich niet zomaar het zwijgen opleggen door onderdrukkende Afrikaanse regeringen. “De overheid had waarschijnlijk gehoopt dat een maand in de cel mij zou afschrikken”, merkt de Nigeriaanse journalist Carter op. “Integendeel, het heeft mij juist gesterkt in mijn overtuiging om mondiger te zijn.”

Een man leest een krant waarin de overwinning van de zittende president Muhammadu Buhari wordt aangekondigd, na de uitslag van de presidentsverkiezingen in Nigeria op 27 februari 2019. Beeld AFP
Een man leest een krant waarin de overwinning van de zittende president Muhammadu Buhari wordt aangekondigd, na de uitslag van de presidentsverkiezingen in Nigeria op 27 februari 2019.Beeld AFP

Persvrijheid wereldwijd onder druk

De coronapandemie heeft wereldwijd tot meer onderdrukking van, en aanvallen op de journalistiek geleid. Dat concludeerde Reporters Without Borders (RSF) afgelopen maand. In sommige landen is dat het gevolg geweest van doelbewust beleid van regeringen die de crisis gretig aan hebben gegrepen om hun greep op de media te verstevigen. Zo voerde de regering van Hongarije, waar de persvrijheid al langer in het geding is, een gevangenisstraf in van vijf jaar voor het ‘verspreiden van valse informatie’ over corona. In andere landen, waaronder Nederland, is het aantal aanvallen op journalisten toegenomen. Nederland zakte in 2020 een plaats op de World Press Freedom Index van RSF, naar plek 6 wereldwijd. De Scandinavische landen Noorwegen, Finland, Zweden en Denemarken zijn de stabiele aanvoerders op de jaarlijkse lijst van de in Frankrijk gevestigde ngo voor de bevordering van persvrijheid.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden