PlusExclusief

In Madrid hoef je niet lang te zoeken om fascisten te vinden – nog wel

Eigenaar Chen Xiangwei voor zijn bar ‘Una Grande Libre’ in Madrid.  Beeld Eline van Nes
Eigenaar Chen Xiangwei voor zijn bar ‘Una Grande Libre’ in Madrid.Beeld Eline van Nes

Nieuwe wetgeving in Spanje moet fascistische symboliek uit het straatbeeld doen verdwijnen. Spaanse rechts-extremisten zien het als een poging de geschiedenis uit te wissen en voelen zich in een hoek gedrukt.

Jurriaan van Eerten

In Madrid is het niet moeilijk fascisten te vinden. Zo kan je bij winkelcentrum Plaza Río 2 omhoog de wijk Usera inslaan, tot je na anderhalf blok aan je linkerhand een kroeg ziet met een voorgevel in het rood en geel van de Spaanse vlag. Mocht je nog niet zeker zijn, dan is de levensgrote afbeelding van Francisco Franco, dictator van 1939 tot aan zijn dood in 1975, een volgende hint.

Binnen in Una Grande Libre – vernoemd naar het motto van fascistisch Spanje, dat ‘verenigd, groot en vrij’ moest zijn – is het een komen en gaan van ultranationalisten. Op deze middag zijn vier mannen aangeschoven aan de grote ronde tafel, onder de vlag van de Falange, de fascistische partij van Spanje, die als enige politieke partij was toegestaan onder Franco. Ze zijn gekomen om een WK-wedstrijd van Spanje te kijken.

“Wie de oorlog wint, schrijft de geschiedenis,” zegt José Maria Martín, een indrukwekkend grote kale man, met een lange baard met grijze plukken. Hij verwijst naar de burgeroorlog in de jaren dertig, die werd gewonnen door Franco en zijn troepen. “Daarom kunnen wij hier gewoon zitten, en daarom zou je je een bar als deze niet kunnen voorstellen in bijvoorbeeld Duitsland.”

Heel anders dan Hitler

Maar of Martín en zijn vrienden hier nog lang kunnen blijven, bier drinkend tussen de fascistische symboliek, is zeer de vraag. Ruim een maand geleden werd de Wet voor de democratische herinnering van kracht die, voortbouwend op wetgeving uit 2007, onder andere verering van het fascisme moet tegengaan. Zo probeert de linkse regering van Spanje om het land verder in het reine te laten komen met zijn gewelddadige verleden. Tegen de wet is protest uit rechtse hoek: oppositiepartij Partido Popular – volgens peilingen op koers om volgend jaar na de verkiezingen een rechtse coalitie te vormen – heeft aangegeven de wet direct te willen schrappen zodra ze de kans krijgt.

Met Martín en de zijnen aan tafel wordt algauw duidelijk dat zij het écht menen met hun verering van Franco. De wetgeving wordt door hen gezien als poging van een globalistisch systeem om ieder alternatief geluid weg te drukken. Zoals het volgens hen ook niet in de krant staat als zigeuners of moslimmigranten iemand verkrachten. Het zou allemaal deel zijn van een complot.

“Franco was een heel ander persoon dan Hitler,” zegt Manuel Mouzo, als elektricien werkzaam in het bedrijf van Martín. “Hitler voerde oorlog met iedereen ter wereld. Franco moet je meer zien als een Pinochet, iemand die een staatsgreep gebruikte om zijn land op orde te brengen.”

Martín en zijn vrienden beweren dat de regering probeert de geschiedenis uit te wissen. Door verering van het fascisme te verbieden, zouden mensen niet meer het complete verhaal kunnen horen. Mouzo stelt – ten onrechte – dat de regering elke herinnering aan Franco wil wegzuiveren, ook uit musea en schoolboeken. Het is argumentatie die ook veel te horen was toen het graf van Franco drie jaar terug werd verplaatst van de monumentale Valle de los Caídos naar een meer discrete begraafplaats aan de noordkant van Madrid.

Grimmige radiotoespraken

Dat de wetgeving niet is bedoeld om ‘geschiedenis te wissen’, maar om de verering van een gewelddadige ideologie uit het straatbeeld te krijgen, daar willen de mannen in de bar niet aan. Zij zien alleen maar een poging tot ‘grafschennis’. Door de nieuwe wet kon eerder deze maand immers ook het prominente graf van Franco-generaal Queipo de Llano uit een kathedraal in Sevilla worden gehaald. De Llano stond bekend om zijn grimmige radiotoespraken, waarin hij onder andere opriep linkse vrouwen te verkrachten omdat ze ‘toch zo van de vrije liefde zijn?’

De volgende grafverplaatsing is waarschijnlijk die van Falange-oprichter José Antonio Primo de Rivera, vanuit de Valle de los Caídos. Dat Primo de Rivera nog altijd belangrijk is voor extreem-rechts, werd duidelijk op zijn sterfdag, 20 november: honderden fascisten vanuit heel Europa hielden een mars, inclusief fascistische groeten en de vlag van fascistisch Spanje. De overheid onderzoekt – aan de hand van de Wet voor de democratische herinnering – of hiervoor boetes kunnen worden uitgedeeld; die zouden mogelijk oplopen tot anderhalve ton.

In de bar Una Grande Libre maken de aanwezigen zich nog geen zorgen over het voortbestaan van hun favoriete honk. Het etablissement is eigendom van de Chinees Chen Xiangwei, die in 1999 naar Spanje kwam. Hij vertelt dat hij zichzelf niet zozeer als fascist ziet, maar als groot tegenstander van het communisme, dat hij in eigen land meemaakte. De decoraties in zijn bar heeft hij vrijwel allemaal gekregen van klanten, die in hem een gelijkgestemde zien.

Je hoeft niet lang met Chen te praten voordat hij extremistische taal uitslaat. Homoseksuelen zouden ‘ziek’ zijn, alle linkse politici ‘sukkels’. Ook op de brief met de mededeling dat hij zijn tent moet sluiten, die de overheid hem onvermijdelijk zal sturen nu de nieuwe wet een feit is, heeft hij een antwoord in helder Spaans. “Die brief mogen ze ergens steken waar de zon nooit schijnt.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden