Het vliegveld Fiumicino, in Rome, toonbeeld van de crisis in Italië. Naar verwachting draait het pas in 2022 weer op volle toeren.

PlusAchtergrond

In Italië groeit de moedeloosheid: jongeren krijgen de hardste klappen

Het vliegveld Fiumicino, in Rome, toonbeeld van de crisis in Italië. Naar verwachting draait het pas in 2022 weer op volle toeren. Beeld Reuters

Hoogopgeleid, maar slechtbetaald. In het economisch zwaar getroffen Italië krijgen de jongeren de hardste klappen. ‘Wij hebben gestudeerd, masters gehaald en ons gespecialiseerd. En nu verdienen we 500 euro per maand.’

Het is uitgestorven op het vliegveld Fiumicino, met 40 miljoen passagiers per jaar het grootste vliegveld van Italië en een van de grootste van Europa. Het billboard waarop de directie de medewerkers bedankt voor hun inzet, laat aan de bovenhoek een beetje los. Van de drie terminals zijn er twee gesloten, parkeerplaatsen zijn leeg.

Nergens in Rome zijn de economische gevolgen van de coronapandemie zo tastbaar als hier. “Ik had nu al twee maanden aan het werk moeten zijn, maar ik zit thuis,” zegt Luca Tartaglia. Hij kijkt verbaasd om zich heen. “Het is bizar om al die lege parkeerplaatsen te zien. Dit is hoogseizoen op één van de grootste vliegvelden van Europa. Ik heb nog geen collega gezien, van geen enkele afdeling. Niemand.”

Tartaglia is voor het eerst in maanden op zijn oude werkplek. “Ik werkte in de begeleiding van mindervaliden. Ik hielp passagiers uit hun vliegtuigstoel in een rolstoel en rolde ze naar de gate.”

Van de radar verdwenen

Hij is 31 jaar, heeft een bachelor in Japans met als tweede taal Chinees en twee masters, en is onderdeel van het almaar groeiende leger jonge Italianen dat werkloos is of op tijdelijke contracten onder hun niveau werkt. “Ik heb een seizoenscontract van acht maanden per jaar en de maanden dat ik niet werk, van november tot maart, krijg ik een WW-uitkering. Maar op dit moment krijg ik niks, omdat je maar een uitkering krijgt voor de helft van het aantal gewerkte maanden. Sinds maart heb ik geen inkomen.”

De coronapandemie heeft de arbeidssituatie voor veel jonge Italianen alleen maar verergerd. Hoewel er formeel een ontslagverbod geldt tot eind augustus, zijn veel tijdelijke contracten niet verlengd, zoals in het geval van Luca en het gros van zijn collega’s op het vliegveld Fiumicino. De werkloosheid in Italië is de afgelopen periode met 1,2 procentpunt gestegen naar 7,8 procent van de beroepsbevolking – onder jongeren met 2 procentpunt tot bijna 24 procent.

Die getallen vertellen niet het hele verhaal. Het aantal, met name jonge, Italianen dat helemaal van de radar verdwijnt, is de afgelopen maanden verder opgelopen. Ongeveer een half miljoen Italianen zijn in april gestopt met zoeken naar werk en zegt ook niet te studeren. Bijna 38 procent van de beroepsbevolking is inactief. In geen andere EU-lidstaat is hun aandeel zo groot.

De moedeloosheid groeit, net als de woede. “Wij zijn de generatie die veel, te veel, klappen heeft gehad,” schreeuwt Marta Pietrosanto door haar megafoon. Achter haar het Italiaanse parlement, voor haar zo’n honderd van haar collega’s. “Wij zijn de generatie die studeerde, masters haalde, zich specialiseerde en vervolgens baantjes vindt van 500 euro per maand.” Haar boosheid oogst applaus, maar geen politicus die zich er druk over maakt.

Hoogopgeleid, maar slechtbetaald, dat is het lot van veel Italiaanse jongeren. Tartaglia had geluk, hij verdiende zo’n 1200 euro per maand, maar de meesten niet meer dan 1000 euro. Toch is hij diep teleurgesteld. “Mijn moeder zei altijd: ga studeren, dan vind je makkelijker een baan. Ik heb een master in internationale betrekkingen en eentje in journalistiek. Ik heb een half jaar in Nieuw-Zeeland gewerkt om mijn Engels te verbeteren, drie maanden lesgegeven in Kameroen. En dan til ik 150 kilo zware Amerikaanse toeristen uit een vliegtuigstoel. Nobel werk, maar niet helemaal wat me voor ogen stond toen ik me inschreef aan de universiteit.”

Onwerkelijk stil

Na ruim een half uur op Fiumicino stijgt het eerste vliegtuig van de middag op. Een enkele Romein komt een familielid ophalen, maar verder is het er onwerkelijk stil. De verwachting is dat het vliegveld pas in 2022 weer op volle toeren draait en alle 40.000 werknemers weer aan het werk zullen zijn. Tartaglia kan niet zo lang wachten. Inmiddels maakt het hem niet meer zoveel uit wat hij doet, als het maar geld op­levert. “Een carrière heb ik al opgegeven, ik wil gewoon genoeg verdienen om te kunnen samenwonen met mijn vriendin en, eventueel, een gezin te stichten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden