PlusAchtergrond

In de Turkse bufferzone in Syrië gaan veiligheid en ellende hand in hand

Het Turkse gezag in Afrin kampt met aanhoudende terreuraanvallen, 134 in tweeënhalf jaar. Deze maand alleen al ontploften er vier autobommen. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication
Het Turkse gezag in Afrin kampt met aanhoudende terreuraanvallen, 134 in tweeënhalf jaar. Deze maand alleen al ontploften er vier autobommen.Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Turkije oogstte veel kritiek met de bufferzone in Syrië, die vooral gericht was op het verdrijven van Koerden aldaar. Toch behoedt die zone nu nog miljoenen Syriërs voor de toorn van president Assad.

In een tentenkamp op een heuvel boven de stad Afrin proberen zo’n driehonderd Syrische gezinnen uit alle macht warm te blijven in de regen en de modder. Ze zijn al driemaal verdreven sinds ze zeven jaar geleden hun boerderijen buiten Damascus ontvluchtten. Nu moeten ze zien te overleven van nu en dan een aalmoes en sturen ze hun kinderen eropuit om voedsel en andere zaken bij elkaar te scharrelen.

“De regen komt gewoon de tent binnen,” constateert Bushra Sulaiman al-Hamdo. De 65-jarige vrouw tilt een stuk grondzeil op, de aarde eronder is doorweekt. Haar echtgenoot is ziek. “Er is niet genoeg eten en drinkwater, geen enkele organisatie helpt ons,” klaagt ze.

President Recep Tayyip Erdogan van Turkije kreeg veel kritiek te verduren van de Verenigde Naties en westerse leiders toen hij drie jaar geleden Turkse militairen het bevel gaf de Syrische grens over te steken. Ze namen de stad Afrin in, volgens critici een opportunistische daad die de regio verder ontregelde. Duizenden Koerdische families vluchtten voor de oprukkende Turken, net als Koerdische strijders.

Sindsdien zijn de Koerden in Afrin en wijde omgeving vervangen door honderdduizenden voor het oorlogsgeweld gevluchte Syriërs die er woningen en landbouwgrond hebben overgenomen of werden ondergebracht in kampen.

Turkse interventie

Een andere Turkse interventie, in 2019 verder naar het oosten van Syrië, kreeg nog meer kritiek, onder meer over schendingen van de mensenrechten. Maar inmiddels is Turkije wel de enige internationale macht die op Syrisch grondgebied ongeveer 5 miljoen verdreven en kwetsbare burgers beschermt. De rest van de wereld heeft nog steeds geen idee wat het aanmoet met de tien jaar oude Syrische burgeroorlog.

Nu staan alleen nog Turkse soldaten tussen de Syrische ontheemden in Afrin en de bloeddorstige troepen van de Syrische president Bashar al-Assad en zijn Russische bondgenoten. Zo wisten de Turken een potentiële slachtpartij op grote schaal te voorkomen.

Journalisten bezochten onlangs Afrin onder escorte van het Turkse leger. De stad en het omliggende gebied in het noordwesten van Syrië horen bij een officieuze Turkse veiligheidszone langs de grens. Zulke bezoeken zijn schaars en de Turken wilden goede sier maken met wat ze hier hebben klaargespeeld. Ze toonden wegen, scholen en klinieken. Maar tegelijk trachtten de Turken niet de problemen te bagatelliseren van de Syriërs die, hoewel ze het duidelijk niet gemakkelijk hadden, overwegend blij waren met de Turkse aanwezigheid. Voorlopig, althans.

“Hier kan ik in elk geval blijven leven,” aldus de 35-jarige Amar Muhammad uit Damascus. Hij werkt als sjouwer op de markt in Afrin. Vroeger streed hij aan de zijde van de rebellen. Als de troepen van Assad hem in handen zouden krijgen, riskeerde hij de kogel of opsluiting: “Als ik daar was gebleven, zou ik nu waarschijnlijk dood zijn, had ik steeds moeten leven met de angst dat ze me zouden oppakken.”

Geen mededogen

De Turkse interventie in Afrin was niet ingegeven door mededogen; Turkije denkt in de eerste plaats aan zijn eigen belangen. Het belangrijkste doel was de verdrijving van de Koerdische strijders die het beschouwt als een gevaar voor zijn veiligheid. Ook moest er een veilig gebied komen voor de overgebleven Syrische rebellen die vechten tegen Assad, de door Erdogan gehate rivaal.

Amar Muhammad en zijn neef Muhammad Amar werden met andere strijders vanuit een voorstad van Damascus, Ghouta, in een konvooi van bussen naar Afrin gebracht. Een overeenkomst tussen Rusland en Turkije had die evacuatie drie jaar geleden mogelijk gemaakt. Nu moeten ze hier zien te overleven. Amar: “Ik zweer bij God dat sommige mensen hier met een lege maag naar bed gaan.”

Turkije heeft een eigen bestuur ingesteld en leden van Ankara-getrouwe Syrische milities opgeleid voor een op militaire leest geschoeide politiemacht. Vertegenwoordigers van de vluchtelingen hebben een stem in het bestuur, maar van echte oppositie tegen het Turkse beleid zal geen sprake zijn. De stad is aangesloten op het Turkse elektriciteitsnet, waarmee een eind kwam aan jaren van stroomstoringen, en gebruikt Turkse mobiele telefoons en de Turkse lira. Meer dan vijfhonderd Syrische bedrijven mogen handel drijven met de veiligheidszone.

“Ons belangrijkste doel is hun leven zo normaal mogelijk te maken,” zegt Orhan Akturk, vicegouverneur van de aangrenzende Turkse provincie Hatay en tevens verantwoordelijk voor Afrin. Akturk: “We moeten ervoor zorgen dat de scholen openblijven, dat de ziekenhuizen behoorlijk functioneren. Deze mensen moeten doorgaan met hun leven.”

Maar Turkije is hier ook om Syriërs te weren uit Turkije. Daar woont al de grootste gemeenschap van Syrische vluchtelingen ter wereld; 3,6 miljoen mensen volgens de officiële cijfers. Erdogan vraagt al een hele tijd om de instelling van een no-flyzone, een gebied onder internationale bescherming, in het noorden van Syrië.

Zoals het er nu naar uitziet, hebben zijn strijdkrachten zelf zo’n zone in het leven geroepen. De Verenigde Naties bieden veel hulp aan de Syriërs, maar Turkije heeft veel internationale hulporganisaties uit het gebied gezet. Het wil zelf de controle houden.

In 2016 intervenieerde Turkije voor het eerst in Syrië, in een gezamenlijke operatie met het Amerikaanse leger tegen Islamitische Staat (IS). Twee jaar later trokken de Turken Afrin binnen en in 2019 versterkten ze hun greep toen toenmalig president Donald Trump van de ene dag op de andere Amerikaanse militairen uit het gebied weghaalde.

Vorig jaar verzette Turkije zich onverwachts tegen een Syrisch-Russisch offensief in de provincie Idlib. Door daar een ‘rode lijn’ te trekken, werd Turkije van een kwalijke invloed in de regio tot een belangrijke speler met dezelfde belangen als de Amerikanen, volgens Mouaz Moustafa. Hij leidt in Washington de Syrian Emergency Task Force, een groep van experts die aandacht vraagt voor Syrië.

Moustafa roept het Pentagon op om de militaire samenwerking met Turkije op te schroeven en de Turkse strijdkrachten te voorzien van logistieke steun en informatie van Amerikaanse inlichtingendiensten. Dat moet de Turken helpen bij hun verdediging van het deel van Idlib dat nog in handen is van de rebellen.

Autobommen

“In Idlib en het noordwesten van Syrië zitten zo’n 4 miljoen mensen, van wie een miljoen kinderen, opeengepakt op een steeds kleiner wordend grondgebied,” aldus Moustafa. “Als Idlib wordt aangevallen, zou dat het aantal vluchtelingen in Europa verdubbelen.”

Het Turkse gezag in Afrin kampt met aanhoudende terreuraanvallen, 134 in tweeënhalf jaar. Deze maand alleen al ontploften in de regio vier autobommen. de veiligheidsdiensten hebben bovendien honderden aanslagen voorkomen, volgens vicegouverneur Akturk. De Koerdische separatisten van de PKK zijn verantwoordelijk voor 99 procent van de aanslagen en worden daarbij geholpen door hun bondgenoten in Syrië van de YPG, volgens de Turkse autoriteiten. Die beweging van Syrische Koerden helpt Amerikaanse militairen in de strijd tegen IS.

Voormalig IS-bolwerk

De autobommen zaten verstopt in vrachtwagens die de veiligheidszone waren binnengereden vanuit het door de Koerden gecontroleerde gebied Manbij, een voormalig bolwerk van IS. De chauffeurs wisten nergens van. Een van hen verloor zijn zoon toen hun truck ontplofte in het industriegebied van Afrin, volgens Akturk. Turkije vraagt Washington sinds jaar en dag om de steun aan de YPG te stoppen.

In Afrin gaat het Turkse bestuurscentrum schuil achter hoge betonnen muren die bestand zijn tegen bommen. De Turken hebben, zoals de Amerikanen in Bagdad rondom hun ambassade, een ‘groene zone’ ingesteld in het hart van de stad. Syrische winkeliers klagen dat zulke strenge maatregelen klanten weghouden.

Maar ondanks het gemopper geloven miljoenen Syriërs dat alleen Turkije hen kan helpen. Syrische scholieren en studenten zijn daarom druk bezig Turks te leren en hopen in Turkije verder te kunnen studeren of werk te vinden.

In het tentenkamp vertelt de bejaarde Jarir Sulaiman dat hij ooit een welvarend man was, totdat het leger van Assad hem en zijn gezin verdreef uit hun dorp Khiara, ten zuiden van Damascus, en zijn olijfboomgaarden verwoestte. Sulaiman: “We gaan pas terug naar onze dorpen als Assad weg is, en alleen onder bescherming van Turkije. Zonder de Turken zijn we ten dode opgeschreven.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Oorlogsmisdaden

Het Turkse offensief in 2019, dat als doel had de Syrisch-Koerdische militie YPG uit het grensgebied te verdrijven, leidde er volgens de Verenigde Naties toe dat zo’n 160.000 Koerden en andere minderheden op de vlucht sloegen. Zij weken dikwijls uit naar Irak of zuidwaarts, naar Aleppo en andere Syrische steden, en in de armen van de Syrische president Bashar al-Assad. Amnesty International beschuldigt Turkije en een coalitie van door Ankara gesteunde Syrische milities van het plegen van oorlogsmisdaden bij de inval. Volgens de organisatie zijn bij de operatie burgers vermoord en burgergebouwen aangevallen. 

De VN heeft Turkije opgeroepen Syrische rebellen die het land steunt een halt toe te roepen. Het door de Turken gesteunde Syrische Nationale Leger, zoals de militie zich noemt, wordt door de VN in verband gebracht met ontvoeringen van burgers, martelingen en moorden. In Syrië wordt het regime van Assad onder meer door Rusland en Iran gesteund, en antiregeringstroepen door Turkije. De Koerdische YPG, die door Ankara als terroristisch is aangemerkt, gold juist als belangrijke bondgenoot van de VS in de strijd tegen Islamitische Staat IS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden