PlusAchtergrond

In Colombia is de plek van de Farc ingenomen door criminele bendes

In 2016 maakte het vredesakkoord een eind aan ruim vijftig jaar oorlog in Colombia. Maar het grove geweld is nooit echt gestopt. ‘Er is er een grote kans dat we terugkeren naar een humanitaire crisis.’

Nabestaanden in Popayan rouwen bij de graven van twee mannen die tijdens een massamoord eind augustus om het leven kwam. Beeld AFP

Ze waren een jaar of twintig en vonden het na een maandenlange coronalockdown in het ­Colombiaanse stadje Samaniego weer eens tijd voor een barbecue. Opeens klonken schoten; acht gasten werden dodelijk getroffen. “We droomden van vrede, maar er is niets veranderd,” zegt Jesús Quintero. Zijn zoon Joan Sebastián was een van de slachtoffers.

Vier jaar na het historische vredesakkoord dat een eind maakte aan de langste oorlog in ­Latijns-Amerika is het geweld in Colombia fel opgelaaid. Ook in Samaniego, een door bergen omgeven plaats in het zuidwesten van het land, staan criminele bendes elkaar naar het leven.

De Verenigde Naties hebben dit jaar al ­minstens 33 massamoorden geregistreerd in ­Colombia. In 2017, het jaar nadat het akkoord was getekend, waren het er nog elf. Het VN-­verslag over dit jaar loopt tot medio augustus, maar sindsdien zijn er nog weer tien nieuwe moordpartijen gemeld.

Het vredesakkoord tussen de regering en de ultralinkse guerrillabeweging Farc (Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) maakte een eind aan vijf decennia oorlog. Honderdduizenden mensen lieten het leven en naar schatting 6 miljoen Colombianen werden van huis en haard verdreven. Het akkoord dwong wereldwijd bewondering af en bezorgde de toenmalige president Juan Manuel Santos de Nobelprijs voor de Vrede.

Perfect excuus

Het leek een droomkans voor Colombia op een fraaie toekomst, maar de heropleving van het geweld heeft een eind gemaakt aan dat optimisme. “Het is op dit moment gevaarlijk, erg gevaarlijk,” zegt Elizabeth Dickinson, Colombia-expert van de International Crisis Group. “De geschiedenis in Colombia heeft geleerd dat een eenmaal op gang gekomen geweldsgolf steeds sneller om zich heen grijpt, en steeds moeilijker te stoppen is.”

In de hoofdstad Bogotá braken onlangs felle protesten uit nadat de politie een man met een stroomstootwapen had overmeesterd. Hij overleed even later in een politiecel. De videobeelden van het incident brachten duizenden boze mensen op de been. Bij het neerslaan van de ­betogingen kwamen minstens tien mensen om en raakten honderden gewond. De doodsoor­zaken worden nog onderzocht.

Maar de woede-uitbarstingen hadden een diepere reden; teleurstelling in het gebrek aan positieve veranderingen na de vredesakkoorden.

“De laatste regering probeerde een eind te ­maken aan de oorlog, zonder succes,” aldus de 31-jarige Eliana Garzón. Haar zwager Javier ­Ordóñez was de man die stierf in politiehechtenis. Garzón: “De mensen in het land zijn het beu. Javiers dood was het perfecte excuus om de straat op te gaan.”

De moordpartijen buiten de grote steden, zoals in Samaniego, gelden als een ongewenst en giftig bijverschijnsel van het vredesakkoord. Dat verplichtte duizenden strijders niet alleen om de wapens neer te leggen, maar voorzag ook in regeringssteun aan ex-guerrillero’s om een nieuw leven op te bouwen nadat ze zich hadden verantwoord voor hun daden.

Maar terwijl Farc-strijders zich terugtrokken uit grote gebieden waar ze de dienst hadden uitgemaakt, namen andere groeperingen hun plaats in. Inmiddels zijn zij met elkaar slaags ­geraakt in gebieden waar cocaplanten worden verbouwd. De strijd gaat ook over de controle op drugstransporten, illegale mijnbouw, mensenhandel en de mogelijkheid om gewone burgers af te persen.

Oorlogsrechtbank

Veel gemeenschappen die lang hebben geleden in de oorlog tussen leger en Farc zitten nu klem tussen criminele bendes die hun ‘gezag’ laten gelden met terreurmethoden, zoals het doodschieten van mensen die niets met hun conflicten te maken hebben.

De afgelopen weken constateerde de mensenrechtengroepering Indepaz een snelle toename van zulke moordpartijen, misschien wel om de dag. Een tragisch ritme dat doet denken aan de bloedigste perioden uit de oorlog. Giovanni Álvarez Santoro, de hoofdaanklager van Colombia’s speciale ‘oorlogsrechtbank’: “Met zoveel massamoorden als nu is er een grote kans dat we terugkeren naar een humanitaire crisis.”

Zowel Indepaz als de Verenigde Naties spreken van een massamoord als er drie of meer slachtoffers zijn. In Colombia dienden massamoorden lang als vergeldingsmaatregel tegen mensen die zouden werken voor rivalen, of als intimidatie om in hele steden gehoorzaamheid af te dwingen.

Samaniego, waar Jesús Quintero’s zoon werd doodgeschoten, ligt in het weelderig begroeide zuidwesten van het land. In de regio wordt coca verbouwd onder toezicht van de guerrillabeweging ELN, die heeft geweigerd om een vredes­akkoord met de regering te sluiten. Quintero (55) is leraar aan een plaatselijke middelbare school. Zijn 24-jarige zoon Joan Sebastián, meestal Sebas genaamd, groeide op in Samaniego en studeerde voor ingenieur. Hij was dol op zijn nichtje, nog een kleuter.

“Sebas was een uitmuntend persoon,” volgens zijn vader. In de afgelopen maanden hadden ­rebelse Farc-strijders, die het vredesakkoord ­afwijzen, geprobeerd de macht in de regio over te nemen. Maar de regering verdenkt een kleine criminele bende, los Cuyes, van de moordpartij waarbij ook Sebas omkwam. Los Cuyes opereert onder de hoede van het ELN, Volksbevrijdingsleger, dat Che Guevara als zijn grote voorbeeld ziet.

Op de avond, midden augustus, dat Sebas Quintero stierf, kreeg zijn vader een telefoontje van een vriend: er was iets vreselijks gebeurd bij de barbecue waar zijn zoon naartoe was gegaan. Er werd flink geschoten. Quintero scheurde op zijn motorfiets naar het opgegeven adres. Toen hij daar arriveerde, bevond Sebas zich al in de ambulance. Een kogel had hem in het achterhoofd geraakt. Het was de laatste keer dat Jesús Quintero zijn zoon in leven zag.

In de dagen erna scharrelde zijn nichtje door het huis, op zoek naar haar favoriete oom. “Tío!” (oom) riep ze, wijzend naar een foto van Sebas.

De achtergronden van de massamoord zijn nog onduidelijk. Los Cuyes had in Samaniego mogelijk een soort uitgaansverbod ingesteld om niet te worden gestoord bij hun criminele activiteiten. Misschien werd de bende kwaad toen jongeren als Sebas zich daar niets van aantrokken, volgens Miguel Ceballos, Colombia’s Hoge Commissaris voor de Vrede.

Ceballos: “Waarom deden ze het? Om te laten zien hoe sterk ze zijn. En om duidelijk te maken dat zij in dit gebied de dienst uitmaken.”

De conservatieve partij van president Iván ­Duque had zich destijds luidkeels verzet tegen de vredesovereenkomst, die te mild zou zijn voor de Farc. Duque heeft de reeks massamoorden veroordeeld. Toch bagatelliseerde zijn regering de gruwelen enigszins.

De door Duque benoemde Miguel Ceballos ­benadrukte dat er nu elk jaar veel minder moordpartijen plaatsvinden dan in de jaren voor het vredesakkoord. “Dat is goed nieuws.” Bovendien is tijdens de coronapandemie het aantal moorden sowieso gedaald.

Honger naar cocaïne

Critici van Duque vinden echter dat de president een belangrijk aspect van de vredesakkoorden heeft verwaarloosd: het financieren van programma’s op economisch en veiligheidsgebied om criminele organisaties de wind uit de zeilen te nemen. Zo hoopten veel cocaboeren te kunnen profiteren van een overheidsproject om legale gewassen te gaan verbouwen. Maar slechts een bescheiden aantal gezinnen kan daar gebruik van maken, terwijl de ene na de andere gewelddadige groepering zich aandient.

Ceballos vindt die kritiek niet terecht, omdat de in 2018 aangetreden president zich volgens hem wel degelijk inzet voor financiering van plannen die de vrede moeten bevorderen. Ook noemt Ceballos uitdagingen waarmee de regering kampt, zoals het bergachtige terrein in grote delen van Colombia, de onstilbare honger naar cocaïne in de wereld en de ongrijpbare structuur van criminele organisaties.

Ceballos: “Het is niet gemakkelijk om de hele bevolking te beschermen. Geef president Duque een kans. We kunnen niet in slechts twee jaar de gevolgen van 56 jaar oorlog ongedaan maken.”

Maar Wilder Acosta, de leider van de bond van cocaboeren bij de grens met Venezuela, is ongeduldig: “Elke dag wordt het conflict erger.” ­Onlangs werden in zijn regio, in de plaats Totumito, acht boeren gedood, waarop zo’n driehonderd gezinnen de streek ontvluchtten.

Voor die moorden is volgens de politie weer een andere beweging verantwoordelijk, los Rastrojos, die hier met het ELN is verwikkeld in een strijd om land. Volgens Acosta doet de regering te weinig om de burgers te beschermen: “Toen de Farc het voor het zeggen had, heerste hier een zekere orde. Nu de Farc de wapens heeft neergelegd, heerst de chaos. We begrijpen er niets meer van.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden