Botswana telt 130.000 olifanten; na een besluit van de president mogen jagers ze afschieten.

Plus Reportage

In Botswana is de jacht op olifanten legaal. Is dit de oplossing?

Botswana telt 130.000 olifanten; na een besluit van de president mogen jagers ze afschieten. Beeld Herman van Heusden

In Botswana mag sinds kort worden gejaagd op olifanten omdat ze een bedreiging vormen voor de bevolking. Een Nederlands team vond een even vindingrijke als goedkope oplossing die de jacht onnodig maakt: bijenkorven.

De natuur slaapt niet uit. Voor dag en dauw klinkt gegrom, gehuil, getjilp, gekwaak. Apen roetsjen van het tentdoek, joelend als kinderen op de glijbaan. Moses en Solomon, de wildgidsen van het Koro River Camp, leiden de vroege ochtendsafari te voet. Wat vannacht klonk als de wind – het ritselen van bladeren en het knakken van takken – was in werkelijkheid een groep olifanten die tussen de tenten door het kamp liep. 

Nu lopen we achter hun poep aan, zo vers dat er nog geen vliegen op zitten. We volgen hun pootafdrukken, groot en diep in de grond gedrukt, met aandoenlijk kleine lichtvoetige daartussen van een babyolifantje van nog geen week oud, schat Moses.

Olifanten in Botswana hebben het moeilijk. Het jachtverbod dat voorganger Ian Khama in 2014 had ingesteld, heeft president Mokgweetsi Masisi in mei opgeheven. Stropers en jagers hebben nu vrij spel. De 130.000 olifanten in het land (een schatting) zijn vogelvrij. De olifanten doden mensen, en eten en vertrappen de oogst van boeren. Eigen grond is heilig in Botswana. Op 18-jarige leeftijd krijgt iedere Botswaan een stuk landbouwgrond toegewezen – een belangrijke bron van voedsel en inkomen.

Het besluit van president Masisi valt dan ook goed bij de bevolking. Lijnrecht daartegenover staan de voorvechters voor het behoud van wildlife, zoals Elephants without Borders en de Stichting Timbo Afrika – en zowat de hele westerse wereld.

Vertrapt en opgegeten

Mpho Serumola staat op zijn dorre veld. Zijn eerdere oogsten werden door olifanten vertrapt en opgegeten. Hij had het opgegeven hier ooit nog te zaaien en oogsten, tot Sander Vissia, researcher Human-Wildlife Conflict van de Stichting Timbo Afrika, met de oplossing kwam. Hij leerde deze van dr. Lucy King, de bedenker van het Elephants and Bees Project. Het is even simpel als doeltreffend. Vissia: “Olifanten zijn bang voor bijen. Wat we doen is draden spannen rond de velden waaraan we bijenkorven hangen.”

Hij duwt tegen de draad waardoor de korven beginnen te wiebelen. “Die trilling alarmeert de bijen, die op de olifant afzwermen waardoor ­deze wegvlucht. Het mooie is dat hij, door zijn olifantengeheugen, het wel uit zijn hoofd laat hier terug te keren. Middels onderlinge communicatie –‘tummy rumbling’, een laag gegrom uit de buik – waarschuwt hij andere olifanten dat het hier gevaarlijk is. Die blijven dus ook weg. Een win-winsituatie.”

“Met deze oplossing zijn beide partijen gebaat, er hoeven geen olifanten te worden gedood,” zegt Jurgen Elbertse, verantwoordelijk voor het Kwa Tuli Private Game Reserve en de daarop neergezette Koro River Camp-lodge. “De bijenkorven zijn een goedkope en uiterst effectieve methode om olifanten weg van de oogstvelden te houden.”

Badende nijlpaarden

Elbertse legt de landkaart op tafel. Vier stenen op de hoeken omdat de wind eronder wil. Op de achtergrond de snurkgeluiden van in de Limpoporivier badende nijlpaarden. Als de telescoop van een onderzeeër steken alleen hun spiedende ogen boven het wateroppervlak uit. Hij wijst een gebied aan ter grootte van een chocoladereep in het oosten van Botswana, leunend tegen de grenzen van Zuid-Afrika en Zimbabwe.

“Dit is waar we nu zijn, het gebied van Albert Hartog.” Eromheen liggen een stuk of dertig even rechte stroken land van gezamenlijk ruim 70.000 hectare van naburige landeigenaars, met wie Hartog een convenant heeft gesloten hun landsgrenzen open te houden opdat de wilde dieren vrije doorloop hebben, een zogenoemde corridor.

Hartog is de eigenaar van het reservaat en de lodge. Hij legde er zijn ziel en zaligheid in, en zijn niet onaanzienlijke Quote 500-vermogen. Dat geld, honderd miljoen plus, ligt vast in de door hem in 2009 opgezette Stichting Timbo Afrika, genoemd naar zijn neefje Tim, een verwoed wildlife-liefhebber, die datzelfde jaar op tienerleeftijd stierf aan kanker.

De bijenkorven die de oogst van de bevolking helpen beschermen. Beeld Herman van Heusden

Een week eerder in Amsterdam, op het kantoor van Hartogs onderneming Active Capital Company met uitzicht over het Vondelpark. Hij verontschuldigt zich voor te laat komen, hij zat midden in het sluiten van een deal, stroopt zijn mouwen op en steekt van wal dat hij eigenlijk niet van wal wil steken. “Het gaat niet om mij, maar om de stichting.”

Na zijn studie werktuigbouwkunde vertrok hij voor negen jaar naar Zuid-Afrika ‘omdat daar mijn hart ligt’. Hij deed er onderzoek naar luipaarden, overreedde stamhoofden geen luipaardvellen meer te ­dragen voor ceremo­nies door ze zelf ontwikkelde namaakhuiden als alternatief te bieden. Door zijn interventie werd de wet op het schieten van luipaarden aangepast, een moratorium dat nog steeds geldt.

“Ik werd verliefd op de bush, verdiepte me in manieren om het wildlife voor uitsterven te behoe­den, zonder de belangen van de plaatselijke bevolking te negeren, want hun belangen staan vaak loodrecht op die van de dieren. Het idee ontstond om land te kopen om een en ander in praktijk te kunnen brengen.”

De Stichting Timbo Afrika werkt samen met de school in het naburige dorpje Mathathane, om de plaatselijke bevolking te betrekken bij het bijenplan en de jeugd ermee op te laten groeien. De leerlingen leren het imkervak in de schooltuin, waar ze bloemenvelden aanleggen en bijen­korven bouwen en bijenfamilies kweken (de ­honing is voor de kinderen), die rond de oogstvelden worden opgehangen.

Eeuwenoude rechten

Elbertse: “Educatie van jongs af aan is belangrijk – het leren samen te leven met wilde dieren zonder de noodzaak die af te schieten. Van stropers antistropers maken door ze inzicht te geven.”

Zowat alles wat de stichting onderneemt gaat in samenspraak met Olgas Richard Serumola, de jonge chief van het dorp en de regio. Zijn vooraanstaande functie wordt in zijn familie al generaties van vader op zoon overgedragen. Zonder zijn medewerking is hier weinig mogelijk.

Serumola: “In het begin was het aftasten, toen de Foundation hier land opkocht. Er was argwaan. Mijn rol is in eerste instantie het welzijn van de bevolking. Maar we hebben gemeenschappelijke belangen. De werkloosheid is groot en het toerisme in deze streek staat nog in de kinderschoenen, en beide kunnen alleen worden aangepakt door samen te werken. De opheffing van de ban op het afschieten van olifanten bezorgt ons land een slechte naam. Het is slecht voor het toerisme, dat een belangrijke inkomstenbron moet gaan worden in deze streek. Maar dat mag nooit ten koste gaan van de eeuwen­oude rechten van de bevolking. Daarbij is de opheffing van de ban een wet waar iedereen zich aan moet houden. Ik respecteer die wet. De president heeft het beste voor met ons land.”

Het is valavond in het Koro River Camp. Een kampvuur brandt in een grote korf. Chef Kgomotso bereidt het diner, Elbertse schenkt Zuid-Afrikaanse ‘vonkelwijn’. De duisternis is pikzwart. Dan het geritsel van bladeren en het knakken van takken. Elbertse schijnt zijn toorts. Vlakbij loopt langzaam een kudde olifanten langszij. Ze drinken uit de Limpoporivier, vendelzwaaien met hun slurf kort onze kant op, en lopen dan in slow motion verder, gestaag en onverstoord, zich van geen gevaar bewust. Ook niet van het feit dat ze hier in het kamp misschien wel hun levens aan het redden zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden