Een jongen uit het stadje Ariha in de provincie Idlib na een regerings- bombardement.

PlusAchtergrond

Idlib is weer een plek van dood en verderf

Een jongen uit het stadje Ariha in de provincie Idlib na een regerings- bombardement. Beeld AP

De wapenstilstand in de Syrische provincie Idlib heeft definitief geen stand gehouden. Bij regerings- bombardementen vielen tientallen doden. Honderdduizenden Syriërs zijn op de vlucht.

Dinsdagavond daalden vatbommen van het regi­me van Bashar al-Assad voor het eerst weer neer op verschillende plekken in het noordwestelijke deel van Syrië. Sindsdien is het geweld in de laatste Syrische regio die nog niet is heroverd door de dictator, snel toegenomen.

Over hoeveel mensenlevens dat tot nu toe heeft gekost, lopen cijfers uiteen, maar dat het er tientallen zijn, lijkt evident. Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, dat de situatie vanuit Londen monitort, noteerde bij gevechten tussen het regeringsleger en rebellen in het gebied donderdag ten minste 39 doden.

Volgens de humanitaire organisatie die bekendstaat als de Witte Helmen, zijn bij regeringsbombardementen woensdag onder meer een markt en verschillende winkels geraakt. Daarbij kwamen ten minste 21 onschuldige mensen om het leven gekomen.

‘Humanitaire corridor’

De niet afhoudende hoeveelheid geweld in Idlib heeft voor een enorme toename gezorgd in het aantal vluchtelingen dat probeert weg te komen uit het gebied.

Volgens de Verenigde Naties zijn sinds begin december ten minste 350.000 inwoners – vooral vrouwen en kinderen – naar de Turkse grens vertrokken. Zij trekken door een augustus opgetrokken ‘humanitaire corridor’.

Ankara heeft nog niet gereageerd op de laatste VN-cijfers over de stroom vluchtelingen die onderweg is, maar de Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft dergelijke statistieken in het verleden meer dan eens gebruikt als pressiemiddel jegens Europa.

Russen ontkennen schuld

In hoeverre Rusland en Turkije een aandeel hebben gehad in het opnieuw uitbreken van geweld in Idlib, is nog niet duidelijk. De presidenten Poetin en Erdogan bemiddelden afgelopen weekend nog in het al snel weer gebroken staakt-het-vuren.

Rusland ontkent in elk geval betrokkenheid bij het luchtoffensief, in weerwil van bericht­geving van internationale media die de Russen ervan beschuldigt burgerdoelen te hebben geraakt. Russische gevechtsvliegtuigen hebben volgens generaal-majoor Joeri Borenkov al sinds 9 januari geen vluchten meer gemaakt ­boven Idlib.

De rol die Rusland en Turkije in het conflict spelen, of het nu om bemiddeling of agressie gaat, valt nauwelijks te onderschatten. Het Russische leger geeft Assad ruggensteun bij luchtaanvallen en grondoffensieven, terwijl rebellen in het gebied zich daartegen verweren met wapens die voor een groot deel uit Turkije komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden