PlusReportage

Hoewel Kansas leegloopt, zijn de inwoners van Hope optimistisch

De coronapandemie zou dorpen als Hope in Kansas wel eens nieuwe kansen kunnen bieden. Hoewel het platteland leegloopt, zijn de inwoners er optimistisch. ‘Met een open instelling kunnen we het redden.’ 

Inwoners van Hope in Kansas maken zich langs de hoofdstraat van het dorp op voor het jaarlijkse herfst­festival. Beeld Sergio Avellaneda

Hope, Kansas, stierf toen het café dichtging, een jaar of tien geleden. Twee keer heeft iemand geprobeerd het bier weer uit de dorpstap te laten stromen, maar nooit is het gelukt de zaak nieuw leven in te blazen.

De tijden dat je op vrijdagavond met je maten american football keek in Main Street zijn voorbij. Het tijdperk waarin het lokale schoolteam het blad Sports Illustrated haalde – dat was in 2002 – ligt ook ver achter Hope. Bij gebrek aan spelers moest het team fuseren met de rivalen uit een dorp verderop. “Je ziet de trots van toen niet meer,” klaagt Kevin Morgan, een jonge boer uit de omgeving.

Dit verhaal zou kunnen gaan over het verval van Hope. Het heeft een hoofdstraat zoals je ze veel ziet op het Amerikaanse platteland: vervallen en verlaten. Winkelruiten zijn stoffig en donker, soms dichtgetimmerd. De verf bladdert van de huizen erachter, sommige inwoners wonen in een schamele stacaravan. Het is hier meestal uitgestorven. Op weg naar Hope zijn we urenlang door maïsvelden en graanakkers gereden zonder een mens te zien.

Het is een worsteling waar heel Kansas mee te maken heeft: leegloop. Kansas verliest twintigers sneller dan elke andere Amerikaanse staat, en dreigt door bevolkingskrimp zelfs een zetel in het Huis van Afgevaardigden te verliezen. Het leven stagneert omdat er geen banen en weinig voorzieningen zijn. “Kansen zijn hier niet als je geen boerenbedrijf van enige omvang hebt,” zegt Morgan.

Voor onderwijs en infrastructuur was ook nog maar weinig budget. De school houdt het hoofd net boven water, met klassen van vijf, zes leerlingen. Middelen om een pandemie te lijf te gaan zijn er amper. “Ik heb net desinfecterende handgel gedoneerd,” vertelt Jen Lynch (59) die drie kleinkinderen op de school heeft zitten.

Toch begint in Hope weer iets te bloeien. Dáár gaat dit verhaal over. Morgan, bijvoorbeeld, heeft het doodse café opgeknapt en is er een pakhuis voor zijn nieuwe onlinevleeshandel begonnen. Hij verbouwde lang graan, maar kon in de geïndustrialiseerde landbouw van het Amerikaanse Midden-Westen het hoofd niet meer boven water houden.

Personeel is op die enorme, geautomatiseerde boerenbedrijven amper nog nodig, financiering des te meer, voor technologische en chemische hulpmiddelen die de graanoogst verder en verder doen groeien. Prijsfluctuaties op de wereldmarkt maken het intussen onmogelijk om met graanteelt nog wat te verdienen. “Mijn bedrijf zou het niet overleven,” zegt Morgan.

Sinds kort houdt hij daarom 1500 vleeskoeien en verscheept hij vanuit het voormalige dorpscafé biefstuk naar alle uithoeken van het land.

Een paar winkelpanden verderop zijn ook opgeknapt. Lynch, die haar brood verdient als verkoopster in een slijterij, heeft er drie gekocht om ze bewoonbaar te maken en Hope in leven te houden. Buurvrouw Heidi Solmon (28) is een handwerkwinkeltje begonnen in een voormalige kapperszaak. Dat kan omdat vastgoed spotgoedkoop is in een gemeenschap die op het randje balanceert. Veehouder Morgan ziet het als een soort wedergeboorte. “Ik zie mensen door het dorp lopen die ik niet ken, heel gek.”

Potentie

Vandaag is Hope vol leven, vanwege het jaarlijkse herfstfestival. Er is een virusvrije ‘omgekeerde parade’. Om te voorkomen dat mensen samendrommen, zijn de acts van de deelnemers op vaste locaties geïnstalleerd en rijden de toeschouwers er in hun eigen auto langs. De pin-upwedstrijd gaat wel door – tien vrouwen hebben zich gekleed als femme fatale uit de jaren vijftig. (“We houden het gezinsvriendelijk,” belooft aanvoerster Kimberly Dawn. “Wij kiezen Miss Congeniality, de pin-up die het aardigst is.”)

Joe Hirsch (27) heeft er alles aan gedaan om dit evenement door te kunnen laten gaan tijdens de pandemie. “Het festival houdt het dorp levend,” zegt hij. Hirsch is geschiedenisleraar van beroep en sinds hij vier jaar geleden naar Hope verhuisde een van gangmakers van het dorp. The middle of nowhere? Dit is the middle of everywhere! prijst hij zijn woonplaats aan. En wist je dat president Eisenhower hier verwekt is? Zijn vader had een winkel in Hope. Het gezin Eisenhower verhuisde een paar maanden voordat de toekomstige president geboren werd.

Hirsch vertelt zulke verhalen als gids in het dorpsmuseum, waarvan hij ook bestuurslid is. Zijn vrouw runt het bibliotheekje en ze overwegen een kleine buurtsupermarkt te beginnen. Dat ze twee kinderen kregen, is ook een belangrijke bijdrage aan het dorp waar het geluid van een ambulance kan betekenen dat opnieuw een inwoner verloren gaat. Zoals Heidi Solmon het beschrijft: “‘O nee, niet weer een’, denk ik als ik de sirene hoor.”

Hirsch, daarentegen, is een optimist. “Waar andere mensen kommer en kwel zien, zie ik potentie. Al die artikelen die maar verschijnen over de dood van het platteland van Kansas – dat haat ik. Waarom zou je hier dan nog willen komen?” Kansas heeft juist heel veel te bieden, benadrukt hij liever. Goedkoop wonen, bijvoorbeeld, scholen met kleine klassen, buren die om elkaar geven en weinig criminaliteit.

De pandemie kan wel eens een kans zijn voor zulke dorpen. Je kunt hier namelijk ook prima thuiswerken. De lokale overheid in deze regio probeert bedrijven die hun productie nu dichter bij huis willen vestigen te verleiden hun fabrieken hier neer te zetten. Hirsch werd destijds warm onthaald als nieuwkomer en ziet de toekomst rooskleurig in. “Veel plattelandsgemeenschappen laten nieuwe mensen niet toe, zijn bang dat ze de boel overnemen. De dorpen die het redden, staan er veel meer open voor.”

Er is echt veel veranderd

Het helpt dat hij leraar is op een plaatselijke school, en wit. De ‘regenboogfamilie’ van Jenn Lynch voelde zich veel minder welkom in Hope. Als haar dochter op bezoek komt met haar zwarte man en hun zwarte kinderen, komt geregeld de politie langs. We zijn gebeld, zeggen agenten dan – er zijn zwarte mensen in het dorp. Toen de in Mexico geboren schoondochter van Lynch drie jaar geleden naar Hope verhuisde, stond een medewerker van de school erop dat ze met verblijfspapieren zou bewijzen dat ze legaal in de VS is. “Ze kwam huilend thuis,” vertelt Lynch.

De bewuste schoolmedewerker is inmiddels vertrokken en de oudere man van wie Lynch vermoedt dat hij de politie op haar kleinkinderen afstuurde, is overleden. “Mijn moeder is volbloed Indiaanse en werd door de overheid bij haar familie uit het reservaat weggehaald. Als ze geen Engels, maar haar eigen taal sprak, werd een familielid in elkaar geslagen. Maar dit soort dingen komt vooral van haar generatie. Er is echt veel veranderd.”

Iedereen weet hier alles van je

Dat raciale spanningen elders in het land juist zijn opgelopen, en protesten tegen racisme en tegendemonstraties uit de hand zijn gelopen, baart haar zorgen. “Het is idioot, we zouden samen moeten komen,” vindt ze. “Ik hoop dat mensen de tijd nemen om andere culturen te leren kennen en elkaar te helpen, ook als ze elkaar niet kennen.”

Heidi Solmon zag de rellen en plunderingen op tv en is blij op het gemoedelijke platteland te wonen. “Hoe kleiner het dorp, hoe minder je je druk hoeft te maken om je kinderen, dat ze verdwalen, gekidnapt worden of neergeschoten. Er zijn altijd oplettende ogen in de buurt.” Soms, voegt ze eraan toe, zou ze daar overigens best vanaf willen. “Iedereen weet hier alles van je.”

Over politiek praten veel inwoners hier liever niet. De meeste kiezers in Kansas stemden vier jaar geleden op Donald Trump, maar in Hope hebben ze weinig daarover te spreken. Hirsch doet zijn uiterste best om op een middelbare school in de omgeving een dialoog tussen de twee politieke kampen gaande te houden. Zich uitspreken over zijn voorkeur in de presidentsverkiezingen, zou dat kunnen verstoren. Hij houdt het erop dat hij ‘nog aan het beslissen is’. En Jenn Lynch: “Op wie ik stem? Als ik dat zeg, weet ik niet of ik nog kan thuiskomen.”

Biefstukboer Morgan is wel uitgesproken. Hij stemt op Trump. Diens handelsoorlog met China heeft het bestaan van boeren bepaald niet makkelijker gemaakt, maar dat betekent niet dat ze van Trump af willen. “China maakte misbruik van ons,” zegt Morgan. “Trump heeft veel invloed veroverd. Zodra hij weg is, kan dat weer teruggedraaid worden.”

Het gaat goed met zijn boerenbedrijf. Dankzij het coronavirus vielen de klanten zo in zijn schoot. Grote vleesfabrieken kampten met besmettingen waardoor de productie moest worden gestaakt en supermarkten en fastfoodketens zonder hamburgers kwamen te zitten. Consumenten die een lokaal alternatief zochten, bleven bestellingen plaatsen in Kansas.

Dus kan Morgan weer dromen, over betere tijden voor zijn bedrijf en nieuwe kansen voor Hope. “Mensen hebben een plek nodig om samen te komen. Doel is de tap weer aan te zetten.”

Project Hope

Correspondent Karlijn van Houwelingen bezoekt Amerikaanse dorpen en steden met de goedgemutste naam Hope om te polsen hoe het is gesteld met het humeur van de Ame­rikanen in aanloop naar de ­presidentsverkiezingen van november. Wat doet het hen, dat uiterst verdelende politieke klimaat, de coronapandemie die maar niet onder controle wordt gebracht, de raciale onrust met beelden van brandende winkels, plunderingen en protesten? Hebben de Amerikanen nog hoop voor de toekomst van hun land? Dit is de derde halte van Project Hope, ­aflevering 1 ging over Hope in Maine, aflevering 2 ging over Hope in de staat New York. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden