Plus Achtergrond

Hoe populistische leiders de EU uitmelken

Duizenden hectares publieke grond zijn door de jaren heen in handen gekomen van premier Viktor Orbán en zijn medestanders. Beeld Akos Stiller/NYT/HH

De Europese Unie verdeelt jaarlijks 58 miljard euro landbouwsubsidies. Onderzoek van The New York Times toont aan dat de machtige elites van Hongarije en andere Midden-Europese landen daar schaamteloos misbruik van maken.

Onder het communisme werkten boeren op de velden die zich uitstrekken rond deze stad ten westen van Boedapest. Ze oogstten tarwe en ­maïs voor een regering die hun land had gestolen. Vandaag de dag ploeteren hun kinderen voor nieuwe meesters: de oligarchen en politici die het land hebben ingepikt bij duistere deals met de Hongaarse regering. Ze gaven een moderne draai aan een feodaal systeem: banen en hulp voor wie meewerkt, straf voor wie zich verzet.

Onderzoek wijst uit dat de Europese Unie deze grootgrondbezitters financiert en aanmoedigt. Elk jaar verdelen de 28 landen van de EU zo’n 58 miljard euro landbouwsubsidies, die gemeenschappen op het platteland overal op het continent een bestaan moeten garanderen. Maar in Hongarije en andere landen in Midden-Europa gaat veruit het grootste deel naar mensen met de juiste politieke connecties en een machtige elite.

Het stelsel dat de Europese eenheid hielp vormen, wordt nu misbruikt door dezelfde anti­democratische en populistische krachten die in enkele landen de EU van binnenuit willen ondermijnen. The New York Times heeft in negen landen onderzoek gedaan naar een ondoorzichtig subsidiestelsel dat wordt uitgehold door corruptie en vriendjespolitiek.

De landbouwsubsidies maken zo’n 40 procent uit van de centrale begroting van de EU, de grootste post en een van de omvangrijkste subsidieprogramma’s ter wereld.

Toch geven experts in Europese landbouw­zaken toe dat ze vaak geen idee hebben waar het geld heengaat. Zoals hier in de Hongaarse provincie Fejer bijvoorbeeld, de thuisbasis van de populistische premier Viktor Orbán, die door extreemrechts in heel Europa wordt vereerd. Deze felle criticus van ‘Brussel’ en de ‘Europese elites’ aanvaardt maar wat graag de subsidies uit de EU. Het NYT-onderzoek wees uit dat hij daarvan grof misbruik maakt ten dienste van zijn eigen politieke belangen en ter verrijking van zijn vrienden. “Het is een absoluut corrupt systeem,” aldus Jozsef Angyan, Orbáns voormalige staatssecretaris voor Plattelandsontwikkeling.

Klokkenluiders

Per jaar geeft de EU driemaal zoveel uit aan landbouwsubsidies als de Verenigde Staten, maar de controle op de uitgaven houdt geen gelijke tred met de steeds verder uitdijende omvang. De verschillende regeringen publiceren weliswaar wat informatie over de ontvangers, maar de belangrijkste begunstigden houden zich schuil achter complexe eigendomsstructuren. De EU beschikt over een databasis van de verdeling van de gelden over ontvangers in alle aangesloten landen. Maar The New York Times kreeg er geen kopieën van, met het argument dat het niet mogelijk was al die informatie te downloaden.

Dus zocht de krant zelf veel informatie bij elkaar, goeddeels bestaand uit wat verslaggevers vonden in openbaar toegankelijke dossiers. Maar ook beschikten de journalisten na bijna een jaar onderzoek over documenten die per se niet voor publicatie zijn bestemd. Zoals overboekingen van EU-subsidiegelden aan een select groepje in de directe omgeving van politici als Orbán. Klokkenluiders hielpen bij het onderzoek, alsmede Hongaarse journalisten en anderen die vanwege hun speurwerk naar subsidiefraude worden vervolgd.

De misstanden beperken zich niet tot Hongarije. In Tsjechië werd premier Andrej Babis dankzij zijn belangen in de landbouw miljardair. Hij is tevens de bekendste ontvanger van subsidies. Zijn bedrijven kregen vorig jaar minstens 38 miljoen euro. “De Europese Unie betaalt een fortuin aan een oligarch die ook nog eens politicus is,” constateert Lukas Wagenknecht, een Tsjechische senator en econoom die vroeger voor Babis werkte.

In Bulgarije komen de subsidies vooral ten goede aan de landbouwelite. Deze lente viel de politie binnen bij ondernemingen waarvan de eigenaren corrupte banden onderhielden met ambtenaren. Een van de vier grootste meelproducenten is in verband met gesjoemel met EU-subsidies aangeklaagd.

In Slowakije erkende de hoogste aanklager het bestaan van een ‘landbouwmaffia’. Kleine boeren zeiden dat ze waren mishandeld en afgeperst om land af te staan dat vooral waardevol is omdat het in aanmerking komt voor subsidies. Vorig jaar werd de journalist Jan Kuciak vermoord terwijl hij bezig was met een onderzoek naar Italiaanse criminelen die waren geïnfiltreerd in de Slowaakse landbouwsector, subsidies opstreken en relaties aanknoopten met machtige politici.

Hervormingen blijven uit

En toch worden in Brussel en veel andere Europese hoofdsteden voorgestelde hervormingen vaak afgezwakt of terzijde geschoven. Dat gebeurde in 2015 met een rapport dat verscherping bepleitte van de regels voor landbouwsubsidies, juist met het oog op kwalijke praktijken in Midden-Europa. De EU mengt zich zelden in nationale aangelegenheden en gedraagt zich eerbiedig jegens gekozen leiders.

Weinig leiders trachten het subsidiestelsel zo schaamteloos te misbruiken als Viktor Orbán. In toespraken schetst hij een vals beeld van een EU die hulp aan de Hongaarse boeren zou willen stopzetten om het daarmee uitgespaarde geld te gebruiken voor de vestiging van migranten in Hongarije.

Wie hem tart, moet dat bezuren. “Het is niet zo dat dan ’s nachts een auto voor je deur stopt en agenten je meenemen,” zegt de boer Istvan Teichel, die een bescheiden stuk land bewerkt bij Orbáns thuisbasis. “Dit gaat dieper.” Het gevolg is een cultuur van zwijgen.

Jozsef Angyan, de voormalige staatssecretaris, wilde aanvankelijk wél zijn mond opendoen. Hij is een gezette landbouweconoom met grijs haar en een ondeugende glimlach. Hij zag in Orbán aanvankelijk een hervormer, maar keerde hem boos en gedesillusioneerd de rug toe. Later reisde hij het platteland af en noteerde dubieuze landaankopen en de slechte behandeling van kleine boeren.

Exclusieve rechten

Om te begrijpen hoe leiders als Orbán Europa’s grootste subsidieprogramma kunnen uitmelken, moeten we 15 jaar teruggaan in de tijd, toen Hongarije bruiste van optimisme en de wil tot verandering. Het was 1 mei 2004 toen, als een symbool van de westerse triomf in de Koude Oorlog, de EU nieuwe Midden-Europese lidstaten verwelkomde. Hongarije, Tsjechië, Polen en Slowakije – voormalige Sovjet-satellietstaten – behoorden tot de 10 landen die op die dag toetraden tot de EU. Roemenië en Bulgarije volgden drie jaar later.

Tijdens de feestelijkheden bevond Orbán zich in de politieke marge. Hij was de premier geweest die Hongarije de Unie had binnen­geloodst, maar toch stemden de kiezers hem en zijn partij Fidesz in 2002 weg. Al snel merkte Orbán dat in het nieuwe Hongarije één bevolkingsgroep steeds vaker ageerde tegen de regering: de boeren. Ze hadden in 2005 boos bezit genomen van de nauwe straten in het centrum van Boedapest. Niet uit protest tegen het EU-lidmaatschap, verre van dat, maar uit woede over het uitblijven van de landbouwsubsidies waarop ze nu recht hadden. Dat lag overigens niet aan ‘Brussel’, maar aan de gebrekkig georganiseerde en slecht voorbereide centrum-linkse Hongaarse regering uit die dagen.

De Tsjechische premier Andrej Babis (l) naast zijn Hongaarse collega Viktor Orbán. Beeld EPA

Al voordat Hongarije toetrad tot de EU, wist ­Orbán wat hem te doen stond. Even voor zijn aftreden in 2002 verkocht hij 12 staatslandbouwbedrijven. Alle kopers waren politieke mede­standers. Ze profiteerden van scherpe prijzen en exclusieve rechten op het land gedurende 50 jaar, waarmee ze verzekerd waren van subsidies wanneer Hongarije twee jaar later EU-lid zou worden.

“Dit is een economie die wordt bepaald door vriendjespolitiek,” aldus Georgy Rasko, een vroegere Hongaarse minister van Landbouw. “Orbán heeft het systeem niet uitgevonden, hij wist het alleen beter dan anderen naar zijn hand te zetten.”

Als ex-premier keek Orbán naar de demonstrerende boeren in Boedapest en zag het politieke en economische potentieel van het platteland. Hij was ook gefascineerd door de man die namens de boeren met succes onderhandelingen voerde: Jozsef Angyan.

Deze had zich na de val van het communisme sterk gemaakt voor de kleine boeren, die dorpen levensvatbaar moesten houden door landbouw met zorg voor het milieu. Hij zette een milieuvriendelijk programma op aan een van ’s lands meest prestigieuze universiteiten en hielp bij de stichting van een biologisch boerenbedrijf, Kishantos, met 445 hectare aan tarwe, maïs en bloemen. “Hij wilde de plaatselijke boeren helpen,” herinnert Istvan Teichel zich, de boer uit de provincie Fejer. Hij beschouwde Angyan als een zeldzame pleitbezorger van de kleine boer op delen van het platteland waar corrupte politici volgens hem ‘stelen zoveel ze kunnen’.

In 2010 was Orbán opnieuw kandidaat-premier en besloot zich vooral te richten op kiezers van het platteland. Angyan was nu parlementslid dankzij zijn goede banden met de boeren. Orbán sommeerde hem naar zijn huis ten westen van Boedapest, waar ze twee uur spraken. Angyan bepleitte een politiek die kleine boeren meer economische en politieke invloed zou geven.

De kloof tussen arm en rijk

Orbán zag er wel wat in en bood aan hem onderminister te maken. “Hij spreekt met zoveel overtuiging dat je hem wel moet geloven,” zei Angyan daarover later. “Ik geloofde hem toen in elk geval.”

Na een overweldigende verkiezingszege ging Orbán snel te werk, zij het niet op de manier die Angyan had verwacht. De kandidaat-premier had tijdens de verkiezingscampagne voorgesteld uitgestrekte stukken land op te delen en te verpachten aan kleine of middelgrote boeren. Maar na zijn zege wilde Orbán die grond opeens bestemmen voor slechts enkele bondgenoten. Dat zou volgens Angyan leiden tot een machtspositie voor Orbáns partij Fidesz op het platteland. Hij wist ook dat Europese subsidies zouden neerdalen op de grootste landbouwbedrijven, wat de kloof tussen arm en rijk zou vergro- ten. “Ik had geen schijn van kans om mijn plannen uit te voeren,” stelde Angyan later vast.

In 2011 begon Orbáns nieuwe regering land te verpachten dat publiek eigendom was geweest. Eerst zouden alleen kleine boeren uit de betreffende streek in aanmerking komen. Maar uiteindelijk ging het land bijna geheel naar figuren met de juiste politieke connecties, dezelfden die vaak als enigen op veilingen een bod hadden uitgebracht. Tegen 2015 bezaten Fideszloyalisten omvangrijke stukken land, blijkt uit regeringsdocumenten.

Angyan voelde zich verraden en trad af, al bleef hij aan als lid van het parlement, waar hij vasthield aan zijn visie. In het parlement riep hij de ooit door hem bewonderde premier toe: “U gaat het platteland vernietigen!” Orbán was woedend en beschuldigde zijn vroegere bewonderaar van ‘verraad’. De premier vergeleek vervolgens politiek met een slagveld: “Wie loyaal is, krijgt bescherming van zijn wapenbroeders. Wie dat niet is, wordt net als onze vijanden onder vuur genomen.”

Vanaf 2015 ging Orbán steeds sneller te werk. Zijn regering verkocht duizenden hectares aan staatslandbouwgrond, vaak aan politieke mede­standers. Officieel kon iedereen op veilingen een bod uitbrengen, maar plaatselijke boeren kregen te horen dat ze zich de moeite konden besparen, want de ‘winnaars’ stonden al vast. Weinigen konden zich bovendien zulke grote aankopen veroorloven.

De gepensioneerde boer Ferenc Horvath (63) woont in een hut in de provincie Fejer en ontdekte dat de regering op een gegeven moment al het land rond het zijne had verkocht. “Het ging zo snel, we wisten helemaal niet dat je hier zoveel land kon kopen,” zei Horvath later. Hem was niets gevraagd.

Van pijpfitter tot miljardair

Aan bijna alle kanten had hij dezelfde nieuwe buurman, Lorinc Meszaros, een jeugdvriend van Orbán. Deze voormalige pijpfitter was nu miljardair. Hij liet overal hekwerken plaatsen en de stank van varkensmest hing weldra over de wijde omgeving. Meszaros en zijn bondgenoten hadden alleen al in Fejer meer dan 1500 hectare opgekocht, volgens The New York Times op basis van door Angyan verzamelde gegevens en bezoeken aan bedrijven.

Angyans voorspelling was uitgekomen: Orbán had het platteland afhankelijk gemaakt van Fidesz en zijn bondgenoten.

Het is een vorm van modern feodalisme, waar kleine boeren in de schaduw leven van mensen met grote politieke belangen, die ze met EU-subsidies mede financieren. De grootste ontvangers daarvan waren bedrijven van Meszaros en Sandor Csanyi, een invloedrijk zakenman uit Boedapest. Alleen al vorig jaar streken aan dit tweetal gelieerde bedrijven in totaal 25 miljoen euro op aan subsidies.

Op papier kunnen landeigenaren in Hongarije niet zomaar hun gang gaan. De regering heeft limieten gesteld aan wat de grootste boeren­bedrijven aan subsidies kunnen ontvangen. Op het oog een progressief beleid, maar volgens boeren is het gemakkelijk die regels te omzeilen door grote stukken land op te delen onder verschillende eigenaren.

Dubieuze landaankopen

Volgens Rajmund Fekete, een woordvoerder van Orbán, zijn de Hongaarse subsiedieprocedures ‘volledig in overeenstemming’ met de Europese regels. Hij weigert echter vragen te beantwoorden over Angyan of over verkopen van land waarvan Orbáns familieleden en politieke bondgenoten hebben geprofiteerd.

Al ruim voor de omstreden Hongaarse landveilingen waren EU-functionarissen gewaarschuwd over onregelmatigheden. Een in mei 2015 verschenen rapport vermeldt ‘dubieuze landaankopen’ en onteigeningen in Hongarije. In het rapport, opgesteld in opdracht van het Europees Parlement, wordt zelfs Orbáns thuisbasis Fejer genoemd.

Het onderzoek behelst ook andere landen in Midden-Europa waar landeigenaren met de juiste politieke connecties land kunnen annexeren. ‘Vooral wanneer zij samenspannen met de autoriteiten,’ aldus de opstellers. Zo ijverden in Bulgarije handelaren voor wetten op grond waarvan ze kleine boerenbedrijven kunnen annexeren. Ook hier zijn de EU-landbouwsubsidies een belangrijke aansporing om steeds meer grond te verwerven.

‘Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU is er duidelijk niet in geslaagd zijn doelstellingen waar te maken,’ aldus het door het Transnational Institute in Amsterdam ­mede opgestelde rapport. Europese landbouwfunctionarissen noemden die conclusies echter onbetrouwbaar. In een geschreven reactie stellen ze met klem dat het aan de leiders van de verschillende landen is om toe te zien op een eerlijke gang van zaken bij de aan- en verkoop van land.

Een dergelijke onderdanigheid jegens nationale regeringen typeert de EU, die niet de confrontatie wil of kan aangaan met leiders die het met de normen niet zo nauw nemen, volgens Tomás García Azcárate. Hij werkte lang als Europees landbouwfunctionaris en geeft nu onder­richt aan beleidsmakers overal in Europa. “De Europese Unie heeft zeer beperkte mogelijkheden om gangsterlidstaten aan te pakken,” constateert hij.

Toen Orbáns regering enorme stukken land begon te laten veilen voor zijn politieke vrienden, startte Angyan zijn eigen project. Hij maakte geen deel meer uit van de regering en begon nauwkeurig de verkopen van land te bestuderen. De resultaten sloeg hij op in beveiligde bestan­den. Hij sprak ook met boeren die door de regering in de steek waren gelaten en bracht de politieke connecties in kaart van de kopers van steeds meer land. Behalve de grootste oligarchen als Meszaros waren dat ook andere aanhangers van Orbán.

Bang om te klagen

Veel kleine boeren zijn bang zich al te kritisch uit te laten, want vergelding ligt op de loer. Dat merkte Ferenc Gal, die wat vee houdt en alfalfa verbouwt. Hij vroeg 130 hectare te mogen pachten in een streek waar plaatselijke boeren volgens de regering voorrang zouden krijgen, maar het land ging uiteindelijk naar rijke investeerders van buiten de regio. 

Gal deed zijn beklag, en voelde zich al snel een paria. Hij kreeg opvallend vaak bezoek van inspecteurs van de regering, die zich opeens ernstig zorgen maakten over het milieu en de kwaliteit van het water op zijn bedrijf. Functionarissen gaven hem te verstaan dat hij in de toekomst hulp van de regering wel kon vergeten. Gal: “Als je eenmaal op een zwarte lijst staat, kom je er niet meer vanaf.”

Vergelding trof ook Jozsef Angyan. Maanden na zijn ontslag beëindigde de regering de pacht van zijn bioboerderij Kishantos, waaraan hij twintig jaar had gewerkt. Orbángetrouwen kregen het land. Ze lieten het meteen omploegen en de gewassen besproeien met chemicaliën.

De wraak ging verder, want even later werd Angyans leerstoel aan de universiteit opge­heven. Sindsdien leidt hij een teruggetrokken bestaan en belt hij ons niet meer terug.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden