PlusAchtergrond

Hoe de bom in de haven van Beiroet kon barsten

Vijftien ton vuurwerk, vaten vol kerosine en zoutzuur en duizenden tonnen ammoniumnitraat. Door een systeem van corruptie en smeergeld kon de perfecte bom jarenlang onopgemerkt blijven. 

Een luchtfoto van de haven van Beiroet, drie dagen na de gigantische explosie begin augustus.Beeld AFP

Eind vorig jaar stuitte een nieuwe veiligheidsbeambte van de haven van Beiroet in de muur van een hangar een kapotte deur en een gat. Hij schrok zich dood van wat hij zag. Ammoniumnitraat, dat wordt gebruikt in explosieven, lekte uit gescheurde zakken. De hangar bevatte ook vaten met olie, kerosine en zoutzuur. Verder lagen er meer dan acht kilometer aan lonten op houten spoelen en vijftien ton vuurwerk opgeslagen. Kortom, alles wat je nodig hebt om een bom te maken die een stad kan verwoesten. De beambte, kapitein Joseph Naddaf van het Bureau voor Staatsveiligheid, waarschuwde meteen zijn superieuren. Hij merkte dat veel functionarissen het al lang wisten. Heel veel functionarissen.

Uitgebreid onderzoek van The New York Times ontrafelde hoe een corrupt en incompetent systeem niets tegen de dreiging ondernam, maar wel de Libanese elite verrijkte door omkoping en smokkel. Uit niet eerder gepubliceerde documenten blijkt dat talloze overheidsinstellingen trachtten hun verantwoordelijkheden op andere diensten af te schuiven.

Verwaarlozing en lamlendigheid

In de zes jaar sinds de 2750 ton aan ammoniumnitraat in de haven wan Beiroet werd gelost en in hangar 12 opgeslagen, regende het waarschuwingen. Bij de Libanese regering, de haven- en douaneautoriteiten, drie ministeries, de opperbevelhebber van het Libanese leger en minstens twee machtige rechters.

Enkele weken voor de gigantische explosie werden zelfs de premier en de president herhaaldelijk gewaarschuwd.

Van al die partijen ondernam niemand iets om de chemicaliën veilig op te slaan. Dus lagen ze te verstoffen in een opslagplaats met geïmproviseerde elektriciteitsleidingen waar zelfs een rookalarm of sprinkler niet waren geïnstalleerd. Vorige maand ontplofte de boel. Meer dan 190 mensen kwamen om, zesduizend raakten gewond.

De explosie lijkt te zijn veroorzaakt door een ongeluk, maar werd mogelijk gemaakt door jaren van verwaarlozing en bureaucratische lamlendigheid van een onbekwame regering die veiligheid voor de burgers ondergeschikt maakte aan dringender zaken als omkoping en vriendjespolitiek.

Misschien gebeurde dat wel nergens zo openlijk als in de haven. Een lucratieve bron van inkomsten voor de verschillende Libanese politieke partijen die er banen en contracten uitdeelden aan hun aanhangers, of de haven gebruikten om illegale goederen op te slaan.

De incompetentie van de regering had Libanon al aan de rand van failliet gebracht; de economie stond op het punt van instorten, net als de infrastructuur. De regering stond onder druk van aanhoudende en felle protesten. De explosie verwees het allemaal naar het tweede plan en legde het falen van de overheid meedogenloos bloot.

Aan tal van partijen moet smeergeld worden betaald om goederen het complex in of uit te krijgen: aan de douaniers die dan geïmporteerde goederen niet belasten, aan militairen en ander veiligheidspersoneel om ladingen niet te inspecteren en aan ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken om overduidelijk frauduleuze praktijken toch goed te keuren.

Veel aandacht kreeg het geval van een drie maanden oud kind dat dankzij een invaliditeitsbewijs geen belasting hoefde te betalen op de invoer van een luxe auto. Het verouderde en gebrekkig geleide systeem versterkt de corruptie. Zo werkt de belangrijkste scanner voor ladingen in de haven al jaren niet meer, wat de van corruptie doordrongen handmatige controle ten goede komt.

Falend bestuur

Uren na de explosie kwamen de president, de premier en de leider van de veiligheidsdiensten – die allemaal al eens waren gewaarschuwd over het ammoniumnitraat – in het presidentiële paleis bij elkaar. Binnen de kortste keren werd er geschreeuwd en gaven de heren elkaar de schuld. Schuld was in het vertrek dan ook ruimschoots aanwezig. Alle belangrijke partijen en veiligheidsdiensten hebben iets met de haven te maken, maar niemand ondernam iets om het complex te beschermen.

“Falend bestuur kenmerkte Libanon sinds zijn geboorte,” zegt Ghassan Queidat, Libanons belangrijkste aanklager in een interview. “We faalden in het besturen van een land, in het leiden van een moederland.” En in het besturen van een haven.

In november 2013 voer het lekkend en onder schulden bedolven vrachtschip Rhosus de haven van Beiroet binnen met aan boord 2750 ton ammoniumnitraat. Een Russische zakenman, woonachtig op Cyprus, had het schip gecharterd. De bestemming van de lading was Mozambique, waar een explosievenfabriek de chemicaliën had besteld maar nooit betaald.

Beiroet lag niet op de route van de Rhosus, maar de kapitein kreeg opdracht daar extra vracht te laden. Libanese rechtbanken verboden het schip echter om weer uit te varen, nadat twee bedrijven de eigenaar hadden aangeklaagd wegens het niet betalen van onderhoudswerkzaamheden. De Russische zakenman en de eigenaar wilden er niets meer mee te maken hebben en lieten het schip achter bij de Libanese autoriteiten.

Een paar maanden later alarmeerde een veiligheidsbeambte in de haven de douane voor de chemicaliën in het schip: ‘extreem gevaarlijk’ en ‘een bedreiging voor de bevolking’. Kort daarop deed ook een advocatenkantoor in Beiroet een dringend beroep op de havendirecteur om de lading te verwijderen en ‘een maritieme catastrofe’ te vermijden. De firma, belast met de repatriëring van de Russische en Oekraïense bemanning van de Rhosus, voegde een paar emails toe van de Russische zakenman. Een Libanese rechter vreesde dat het krakkemikkige schip in de haven zou zinken en beval de lading te lossen. In oktober 2014 werd het spul overgebracht naar hangar 12, speciaal ingericht voor de opslag van gevaarlijke zaken.

Na de explosie op 4 augustus zijn aanklagers een onderzoek begonnen en zijn al minstens 25 mensen aangehouden die bij de haven betrokken waren. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat het onderzoek verandering brengt in de cultuur van flagrant wanbeheer die de explosie mogelijk maakte. Een cultuur waarmee het bestuur van de haven diep is verweven.

In de haven gebeurt volgens havenarbeiders, douaniers en anderen die er werken weinig waar geen smeergeld tegenover staat. Goederen gaan de haven in of uit met weinig of helemaal geen controle. Wetsontduiking is de regel, niet de uitzondering. Zo liep de regering niet alleen dringende inkomsten mis, de haven groeide ook uit tot een smokkelcentrum van onder meer wapens voor het hele Midden-Oosten.

Militairen, veiligheidsmensen en douaniers die in de haven werken, misbruiken hun gezag om er zelf beter van te worden. Maar wat graag aanvaarden ze ‘giften’ in ruil voor het niet controleren van bepaalde containers.

“Sommige handelaren werken met valse facturen”, legt voormalig minister van Economische Zaken Raed Khoury uit. “Als iets een miljoen dollar kost, maken ze een factuur voor een half miljoen om minder belasting te betalen.”

Een werknemer bij een douane-inklaringskantoor zegt dat zijn kleine bedrijf jaarlijks een kleine 200.000 euro uitgeeft een smeergeld om goederen door de haven te loodsen.

Angst voor terrorisme

Er was geen gebrek aan veiligheidsdiensten die alarm hadden kunnen slaan over de lading in hangar 12, die neernkwam op het bouwpakket voor een bom. In 2019 opende de staatsveiligheidsdienst een kantoor in de haven, geleid door Joseph Naddaf. Tijdens een patrouille in december ontdekte hij de kapotte deur en het gat in de muur van hangar 12. Zijn dienst begon meteen een onderzoek. Experts waren eerder bezorgd dat terroristen de chemicaliën zouden stelen dan dat de boel zou ontploffen.

De staatsveiligheidsdienst meldde de zaak bij het Openbaar Ministerie en in mei gaf aanklager Queidat de haven opdracht de hangar te repareren en te beveiligen. Maar snelle actie bleef uit.

Eind juli waarschuwde de staatsveiligheidsdienst zo’n beetje alle politieke en militaire leiders van Libanon, onder wie de president en de premier, dat de beveiliging van de hangar topprioriteit moest krijgen.

Op 4 augustus stuurde de regering een groep lassers naar de hangar voor reparatiewerk. Het blijft onduidelijk of zij per ongeluk de brand veroorzaakten die dezelfde dag leidde tot de explosie. Tot de dag van vandaag blijft dat het meest waarschijnlijke scenario. “Als er laswerkzaamheden aan de gang waren in de onmiddellijke omgeving, is dat genoeg voor een explosie,“ zegt hoogleraar in de fysica en explosievenexpert Van Romero van de Universiteit van New Mexico. “Dan heb je echt alle ingrediënten.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden