PlusAchtergrond

Het gaat niet goed met het Centre Pompidou: tijd voor een opknapbeurt

Het markante Centre Pompidou in de wijk Marais. Beeld Getty Images
Het markante Centre Pompidou in de wijk Marais.Beeld Getty Images

Het Centre Pompidou in Parijs gaat in 2023 voor vier jaar dicht. Het beroemde ‘binnenstebuiten’ gekeerde museum uit 1977 is snel oud geworden, een renovatie is hard nodig.

De emblematische gekleurde buizen zijn aan vervanging toe en het metalen geraamte van het gebouw roest. Rond het glas in de gevel aan de voorkant is veel asbest gebruikt, de roltrap in de vorm van een rups doet het eigenlijk nooit.

Het gaat al een tijd niet goed met het Centre Pompidou. Minister van Cultuur Roselyne Bachelot, die kon kiezen tussen een opknapbeurt van zeven of eentje van drie jaar, heeft nu de knoop doorgehakt. De eerste optie had als voordeel dat het museum open kon blijven. Bachelot kiest evenwel voor de snellere variant die gepaard gaat met een sluiting. In 2027, het jaar van het vijftigjarig jubileum van het centrum voor moderne kunst, moeten de deuren weer openen.

Op deze manier kunnen de zaken volgens haar grondiger worden aangepakt. Bovendien valt de rekening iets lager uit: 200 miljoen euro tegen 226 miljoen. Voor dat bedrag moeten ook het bepaald niet zuinige klimaatbeheersingssysteem en de brandveiligheid bij de tijd worden gebracht. Ten slotte wordt het naar beneden lopende plein voor de entree geschikt gemaakt voor bezoekers met een handicap.

De Franse rijksgebouwendienst waarschuwde in 2016 voor het eerst voor de deplorabele staat van het gebouw, dat tussen 1997 en 2000 al eens onder handen werd genomen. Maar geen enkele voorganger van Bachelot durfde het aan het slechte nieuws aan te kondigen, uit angst het museum te destabiliseren.

Waarschijnlijk hebben de nationale en Europese covidherstelplannen en -fondsen, die uitzicht geven op ‘makkelijk geld’, Bachelot het laatste duwtje gegeven.

Optimisme en vrolijkheid

De verbouwing is hoe dan ook niet best voor het aanzien van het Centre Pompidou, dat ook wel Centre Beaubourg of kortweg Beaubourg wordt genoemd. Bij de opening, eind deze maand precies 44 jaar geleden, was het pronkstuk van de architecten Renzo Piano en Richard Rogers een symbool van de toekomst. Het gebouw stond voor optimisme en vrolijkheid. Velen vergeleken het met een olieraffinaderij, Piano zelf noemde het ‘een parodie op de technologie’.

“Het is gevaarlijk om het signaal af te geven dat je ouder wordt en afkomstig bent uit een ander tijdperk,” bekende directeur Serge Lasvignes tegen het persbureau AFP. Maar alles is beter, meent hij, dan jarenlange chaos in een context van harde internationale maar ook nationale concurrentie. In Parijs moet dit jaar vlak bij het Centre Pompidou een nieuw museum voor moderne kunst openen. Hierin zal de collectie van François Pinault – topman van het luxeconcern Kering en een van de rijkste Fransen – te zien zijn.

Tijdelijke locaties

Lasvignes, of zijn opvolger die in juni dit jaar aantreedt, staat voor de uitdaging andere, tijdelijke, locaties te vinden om niet geheel van de kaart te verdwijnen. Een deel van de collectie moderne kunst zal elders in de stad te zien zijn. Voor de bibliotheek – die jaarlijks wordt bezocht door 1,4 miljoen studenten en onderzoekers – wordt een ruimte van 10.000 vierkant meter gezocht die een goede aansluiting heeft op het openbaar vervoer.

Er opent zich ondertussen ook een flink sociaal probleem. Het Centre heeft ongeveer duizend medewerkers in dienst. Voor een aantal van hen zal er geen werk meer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden