PlusAchtergrond

Hasan Nuhanovic: voor altijd de stem van Srebrenica

De Nederlandse staat is aansprakelijk voor de dood van zijn ouders en jongere broer, die in juli 1995 zijn weggestuurd van de Dutchbatbasis in Srebrenica. Nu dat vaststaat, doet Hasan Nuhanovic in ­De tolk van Srebrenica zijn persoonlijke verhaal.

Hasan Nuhanovic spreekt met de pers na de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag waarin werd bepaald dat de Staat der Nederlanden aansprakelijk is voor de dood van drie moslimmannen in Srebrenica in 1995.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Zo groot was zijn honger in de dagen, weken, maanden van 1992 en 1993, dat hij bijna de pagina uit een kookboek had uitgeknipt en opgegeten. Gegrilde vis, opgemaakt met gebakken aardappeltjes, verse salade, een witte saus, uien en partjes citroen.

Het was op dat moment dat hij tegen zichzelf zei: als ik ooit levend uit deze hel wegkom, zal ik de naam Srebrenica nooit meer in de mond nemen. Als ik hier ooit levend vandaan kom, wil ik geen dag langer in Bosnië blijven dan echt nodig is.

Toch zal Hasan Nuhanovic de naam Srebrenica tot het eind van zijn dagen blijven noemen. En weg uit Bosnië kon hij niet – hij moest de lichamen vinden van zijn moeder, vader en broer die hij nooit meer terugzag na de inname van de moslimenclave door de Bosnisch-Servische troepen op 11 juli 1995.

Meer dan dertig keer zou hij naar Nederland komen – voor de rechtszaken over de genocide in Srebrenica voor het Joegoslavië-tribunaal, én voor de zaak die hij met andere nabestaanden had aangespannen tegen de Nederlandse staat. Met zijn vasthoudendheid was hij een luis in de pels.

“De protesterende nabestaanden uit Srebrenica, we werden als een last ervaren, er was weinig empathie voor ons. Maar ik had een rechte lijn te volgen naar mijn doel – de erkentenis van schuld. Er was geen linksaf en geen rechtsaf. Ik had me kunnen laten ontmoedigen door die nega­tieve respons, maar ik kon niet opgeven.”

Te laat op de vlucht

Doordat hij zichzelf Engels had geleerd – koste wat kost, met oog op die toekomst in het buitenland – werd hij tolk voor de VN-waarnemers en Dutchbat nadat Srebrenica in april 1993 tot ‘safe haven’ was uitgeroepen. Maar de bevelhebbers van Dutchbat wilden zijn familie op het cruciale moment niet op de Nederlandse basis in Potocari in veiligheid brengen.

Ze moesten naar buiten, zijn moeder Nahisa, zijn vader Ibro en zijn broer Braco, mee met de andere vluchtelingen die bij de basis bijeen waren gedreven en werden ‘geëvacueerd’. Het duurde vele jaren voor hun lichamen werden terug­gevonden en konden worden geïdentificeerd. Ze liggen op de grote begraafplaats tegenover de Dutchbatbasis in Potocari. Nederland, zo oordeelde de Hoge Raad, was aansprakelijk voor hun dood.

Maar daarmee is Nuhanovic’ strijd nog niet gestreden. De waarheid, alle waarheid over het verraad van Srebrenica moet boven tafel. Hij schreef De tolk van Srebrenica, dat eindigt met de genocide op meer dan 8000 moslimmannen en -jongens. Maar het gaat vooral over de jaren ervoor, toen aan het begin van de oorlog in 1992 duizenden vluchtelingen naar Srebrenica kwamen en lang aan hun lot werden overgelaten door de internationale gemeenschap.

In de schaduw

Eerder maakte hij een gedocumenteerde reconstructie van 500 pagina’s van de gebeurtenissen, waarin hij schuldigen aanwijst tot in de hoogste regionen van Unprofor, de vredesmacht van de Verenigde Naties. Maar al gauw besefte hij dat die alleen voor journalisten en onderzoekers interessant was. Als hij een boek wilde schrijven dat ook gewone mensen zou ­raken, zo besefte hij, zou hij tot in het diepst van zijn ziel moeten afdalen.

“Iedereen heeft het nu alleen nog maar over 1995 – maar dat was het einde van een verhaal dat drieënhalf jaar eerder was begonnen. Dat is door de massamoord in de schaduw gesteld. Veel mensen weten niet dat meer dat de helft van de inwoners van Srebrenica vluchtelingen waren uit de omliggende gemeenten. Mijn familie en ik hebben er drie maanden over gedaan om Srebrenica te bereiken vanuit onze woonplaats Vlasenica.”

Een van de massagraven bij Srebrenica waar de lijken van geëxecuteerde moslims zijn gevonden. De beelden zijn gebruikt als bewijsmateriaal in het Joegoslavië-tribunaal.Beeld ap

Nuhanovic wilde niet naar Srebrenica, hij wilde naar Zweden. Hij had zijn vader gesmeekt, maar die weigerde naar het buitenland te vertrekken; ze hadden net een nieuw appartement, en hij wilde als directeur van een grote hout­zagerij zijn werknemers niet in de steek laten. Ze waren te laat. “In die dagen van 1992 zijn 5000 moslimburgers gedood. Maar over die doden heeft niemand het meer.”

Srebrenica werd door de Serviërs constant vanuit de bergen met mortiergranaten bestookt, er werden landbouwvliegtuigen ingezet om bommen te droppen. Voedselkonvooien ­waren door de Servische troepen geblokkeerd. Inwoners van Srebrenica gingen op plundertochten in Servische dorpen om voedsel te bemachtigen. De familie Nuhanovic deed er niet aan mee.

“We wilden het niet, we wisten niet hoe. We hoopten dat de waanzin voorbij zou gaan. Dat we het meest desperate, meedoen aan de hongertochten, konden uitstellen. Zoals ik in mijn boek schrijf: ik wilde niet worden gedood. En ik wist niet of ik kon doden. Het was levensgevaarlijk, je wist niet of je terug zou komen. Ik kon het gewoon niet.”

Schuld aan de doden

Hij schreef zijn boek in de werkkamer in Sarajevo waar hij nu via Skype zijn verhaal doet. Teruggaan naar zijn herinneringen aan die onmenselijke, ontmenselijkende jaren kon hij alleen als hij zichzelf helemaal ‘vergiftigde’ met sigaretten. “Ik blies de rook naar mijn beeldscherm en door die rook zag ik beelden verschijnen. Het is zo zwaar om je ziel voor de hele ­wereld bloot te leggen. En het gaat niet alleen om mezelf, maar om de intiemste momenten van onze familie. Maar het was de enige manier om te kunnen laten zien hoe het was.”

Hij is getrouwd met zijn toenmalige vriendin Mirza, die hij als student in Sarajevo had leren kennen. Hun dochter van 22 is net afgestudeerd in rechten. “Mijn nieuwe familie, noem ik ze soms, en natuurlijk kent ons gezinsleven ook gelukkige momenten. Maar ik heb me de afgelopen 25 jaar ten taak gesteld dingen te doen die niemand anders op zich wilde nemen, de rechtszaak, de oprichting van het herdenkingscentrum in Potocari, de interviews – ik heb tussen de honderd en duizend interviews gegeven om mijn schuld aan de doden in te lossen.”

Het was de Nederlandse majoor Rob Franken die zijn vader de keus liet: Ibro mocht blijven, maar zijn vrouw en jongste zoon moesten gaan. Nuhanovic schrijft: ‘Mijn vader gaf Franken een hand en zei: “Pas alstublieft goed op Hassan.” Toen liep hij naar mijn broer en mijn moeder.’ Nuhanovic is nu 52 – net zo oud als zijn vader toen.

Tien jaar later zag hij Franken terug als getuige in de rechtszaak. “Hij loog voor de rechter, hij loog tegen mij. Toen we uit de rechtszaal kwamen, keek hij me in de ogen. Al die keren in Nederland had ik nooit gehuild, maar daarna huilde ik en bleef ik maar huilen. Ik heb het misschien verkeerd geïnterpreteerd, maar ik zag in die blik een smeekbede om vergiffenis. Ik zal je nooit vergeven, dat was mijn blik terug. Ik huilde om mijn eigen wreedheid.”

Later op de avond had hij een Bosnische vriend aan de lijn. “Die zei: ‘Wat doe je jezelf aan, Hassan? Heeft er iemand gehuild toen ze je familie van de compound stuurden?’ Kun je zo iemand echt vergeven? Ik heb mijn familie niet kunnen redden, ik moest eerst mezelf vergeven. Ik moest mezelf voorhouden: jij bent de enige die hier níet verantwoordelijk is. Maar het gaat tussen twee stemmen in mijn hoofd. Ik denk dat ik mezelf heb vergeven – maar ik weet het niet zeker.”

Hasan Nuhanovic, De tolk van Srebrenica, Vertaald door Roel Schuyt, Querido Fosfor, €23,99, 360 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden