Plus Achtergrond

Haïti gegijzeld door de politieke en economische crisis

De wetteloosheid regeert op Haïti, burgers en politieagenten sterven bij bosjes. Ook de strijd om de macht tussen president Moïse en de oppositie is ontaard in geweld.

De puinhoop stapelt zich op in Port-au-Prince, waar veel publieke voorzieningen zijn weggevallen. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Het kleine ziekenhuis had nog maar zuurstof­flessen voor één dag en dus moesten artsen beslissen wie ervoor in aanmerking kwamen: volwassenen die herstelden van een beroerte en andere aandoeningen of zwakke, pasgeboren baby’s.

Haïti’s politieke crisis had de leiding van het ziekenhuis van het Heilig Kruis opgezadeld met dit afschuwelijke dilemma in het armste land van het westelijk halfrond. De machtsstrijd tussen president Jovenel Moïse en een steeds krachtiger oppositiebeweging is overal in het land ontaard in gewelddadige demonstraties. Veel wegen zijn niet meer begaanbaar, door blokkades of verwaarlozing, zodat de nood onder de bevolking nog verder stijgt.

Gelukkig hoefde de ziekenhuisleiding niet te beslissen wie de zuurstof zouden krijgen, en dus een kans hadden om te overleven. Op het allerlaatste moment kwam een vrachtwagen aangereden met veertig nieuwe flessen, het ziekenhuis kon weer even vooruit. “Het was echt beangstigend,” zegt aartsdiaken Abiade Lozama (39) van de Episcopale Kerk van Haïti, die het Heilig Kruisziekenhuis bestuurt. “Elke dag wordt het moeilijker om oplossingen te vinden.”

Ergste crisis ooit

Haïti is in de loop der jaren wel gewend geraakt aan politieke en economische wanorde, maar volgens veel Haïtianen is deze crisis de ergste die ze ooit hebben meegemaakt.

De al weken aanhoudende onrust in combinatie met wijdverbreide corruptie en economische malaise, heeft de prijzen fors opgedreven. De openbare diensten functioneren nauwelijks meer en de burgers zijn bang de straat op te gaan, waar wetteloosheid en onveiligheid heersen. Volgens de Verenigde Naties zijn de laatste weken ten minste dertig mensen omgekomen, onder wie vijftien politieagenten.

“Er is geen hoop voor dit land, er is geen leven meer,” zegt Stamène Molière (27), een werkloze secretaresse in de stad Les Cayes aan de zuidkust.

Elke dag is er minder benzine bij de pomp. Ziekenhuizen draaien allang niet meer op volle kracht of zijn gesloten. Het openbaar vervoer rijdt niet meer, winkels en bedrijven zijn failliet. De meeste scholen sloten begin vorige maand de deuren, met als gevolg dat miljoenen kinderen maar wat rondhangen. De massaontslagen hebben de honger en de chronische armoede nog erger gemaakt. Onzekerheid hangt over het land.

Veel Haïtianen die het zich kunnen veroorloven zijn naar het buitenland vertrokken of maken plannen om ook weg te gaan. De meeste achterblijvers maken zich vooral zorgen over hoe ze elke dag hun eten bij elkaar moeten scharrelen.

Ooit was Haïti een strategische bondgenoot van de Verenigde Staten, die er vaak een cruciale rol hebben gespeeld. Tijdens de Koude Oorlog steunde Washington, zij het soms tegen wil en dank, de autoritaire en anticommunistische regimes van François Duvalier, bijgenaamd Papa Doc, en zijn zoon Jean-Claude.

In 1994 stuurde de regering-Clinton militairen om de drie jaar eerder bij een coup afgezette Jean-Bertrand Aristide weer in het zadel te helpen. Maar tien jaar later moest diezelfde Aristide onder zware Amerikaanse druk weer het veld ruimen.

Nu verwijten protesterende Haïtianen Washington dat het president Moïse blijft steunen, hoewel de regering-Trump heel weinig heeft gezegd over de onrust.

“De Haïtiaanse geschiedenis bewijst dat regeringen hier omver worden geworpen zodra de Verenigde Staten besluiten dat ze weg moeten,” aldus Jake Johnston van het Center for Economic and Policy Research in Washington.

Stembusfraude

De zakenman Jovenel Moïse kwam in februari vorig jaar aan de macht na verkiezingen waarbij het klachten regende over stembusfraude en slechts zeer weinig kiesgerechtigden kwamen opdagen. Ook duurde het verdacht lang voordat de uitslag bekend werd gemaakt.

De directe aanleiding van de onlusten waren beschuldigingen dat de regering voor miljarden dollars aan hulp voor ontwikkelingsprogramma’s aan heel andere dingen had uitgegeven. De protesten breidden zich uit en oppositieleiders begonnen het aftreden te eisen van de president en de vorming van een overgangsregering.

Vanaf begin september werden de protesten feller en soms gewelddadiger. Weldra was het leven in de hoofdstad Port-au-Prince en in andere steden nagenoeg tot stilstand gekomen.

“Dit heeft met een gewoon leven niets meer te maken,” zegt de 24-jarige bestuurder van een motortaxi, Destine Wisdeladens, tijdens een protestmars in Port-au-Prince.

President Moïse zei vorige week dat het ‘onverantwoordelijk’ zou zijn om af te treden en stelde een commissie van politici samen die een uitweg uit de crisis moet vinden.

De schrijnende gevolgen van de crisis zijn duidelijk zichtbaar in Les Cayes, de drukste stad in het zuiden die van de hoofdstad is afgesneden door barricades op de belangrijkste weg. Bijna twee maanden was de stroom er zo goed als volledig uitgevallen. Sinds begin deze maand is de toestand verbeterd, al zijn de burgers nog steeds niet verzekerd van een betrouwbare stroomvoorziening. De ene dag is er een paar uur elektriciteit, de volgende dag iets meer of iets minder.

Beeld Laura Van Der Bijl

Het openbaar ziekenhuis van Les Cayes sloot onlangs de deuren nadat betogers, die woedend waren over de dood van een van hun kameraden, de ruiten in hadden gegooid en auto’s op de parkeerplaats hadden vernield. Na die aanval nam het personeel volgens hoofd logistiek Herard Marc Rocky de benen.

Ook in de periode voor die belegering functioneerde het ziekenhuis nauwelijks. Drie weken zat het zonder stroom, doordat er geen brandstof meer was voor de generatoren.

Aartsdiaken Lozama is leider van een parochie in Les Cayes. Hij mocht van betogers op twee zondagen geen kerkdienst leiden. “We durfden de deuren van de kerk niet te openen, anders zouden mensen zijn binnengedrongen en alles in brand hebben gestoken.”

Dieven hebben de batterijen gestolen uit zonnepanelen die een school van de parochie van stroom voorzien. De organist van de muziekgroep van de kerk raakte laatst gewond door een verdwaalde kogel, terwijl Lozama bij een wegbarricade het voedsel moest afstaan dat hij van een internationale hulporganisatie naar hongerige burgers moest brengen.

“Je kunt niemand bellen,” klaagt hij. “Niemand heeft de leiding.” Mensen zijn volgens hem wanhopig. “Omdat ze niets hebben, kunnen ze alles kapotmaken. Ze hebben niets te verliezen.”

Infiltranten

Regionale oppositieleiders beschuldigen infiltranten van de regering van het geweld. Maar deze politici steunen de wegbarricades om regeringsmilitairen tegen te houden die zich vaak agressief gedragen tegen de bewoners.

Een bron van het verzet in Les Cayes is La Savane, een van de meest troosteloze buurten met eenvoudige, zelfgebouwde huisjes langs ongeplaveide straten. De stank van de open riolen vermengt zich met de zilte geur van de Caribische Zee.

Venise Jules, 55, een schoonmaakster op een lagere school en de moeder van Molière, de werkloze secretaresse, geeft toe dat haar hele familie op Moïse heeft gestemd. “Hij beloofde dat alles zou veranderen,” zegt ze. “We zouden genoeg te eten hebben, continu elektriciteit, banen voor onze kinderen en stijgende lonen.”

Venise Jules, die op president Moïse stemde, in haar huisje van golfplaten in Les Cayes. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Venise woont met drie van haar vijf kinderen en een neef in een krap huisje in La Savane, gemaakt van modder en stenen. De golfijzeren dakplaten lekken zodra het regent. Het toilet is een apart hok naast het huisje met een gat in de grond. Stromend water hebben ze niet, dus sjouwen leden van het gezin met emmers naar kranen die de gemeente honderden meters verderop heeft geplaatst. Ze koken op steenkool, als ze al iets hebben om te koken. Op de dag van ons bezoek was dat niet het geval.

Venise Jules zit zonder werk, omdat de scholen zijn gesloten. Ze heeft al wekenlang geen salaris ontvangen. Ze verdiende omgerekend zo’n 42 euro per maand, niet voldoende om iets van te kunnen sparen. Nu stuurt ze haar kinderen voor eten meestal naar vrienden die nog iets kunnen missen. Jules wordt er zo wanhopig van, dat ze wel eens aan zelfmoord heeft gedacht. Laatst zat ze bij het vallen van de avond thuis met haar dochter Stamène, die zachtjes begon te huilen. Toen ze dat zag, welden ook tranen op in de ogen van haar moeder. Na enige tijd zei haar dochter: “We huilen niet alleen om hoe wij eraan toe zijn, maar ook om Haïti.”

©The New York Times
Vertaling: René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden