PlusAchtergrond

Grote merken betrokken bij dwangarbeid Oeigoeren

De druk groeit op modebedrijven om de banden te verbreken met de Chinese regio Xinjiang, die Oeigoeren inzet als dwang­arbeiders. ‘De bedrijven zijn afhankelijk van de regio en er staat veel geld op het spel.’

Er is bewijs dat van 2017 tot 2019 meer dan 80.000 Oeigoeren naar buiten Xinjiang zijn gestuurd om te werken in fabrieken die produceerden voor multinationals.Beeld Screenshot / Youtube

Een coalitie van 190 organisaties uit 36 landen heeft kledingmerken donderdag in een dringende oproep gevraagd alle banden te ver­breken met leveranciers die in verband worden gebracht met Oeigoerse dwangarbeid. De coalitie, die zichzelf End Uyghur Forced Labour noemt, wil dat de modebedrijven beloven binnen twaalf maanden geheel te stoppen met de inkoop van materialen uit de Chinese regio ­Xinjiang.

Grofweg een vijfde van alle katoenen kledingstukken die wereldwijd worden verkocht bevat katoen of garen uit Xinjiang. In de Chinese regio grijpen de autoriteiten naar dwangarbeid en massale internering om maar liefst één miljoen Oeigoeren, Kazachen en andere overwegend islamitische minderheden om te scholen tot ­modelarbeiders die gehoorzaam zijn aan de Communistische Partij. De gevangenen worden gedwongen trainingen te volgen om bepaalde beroepen te leren. Van hen belandt een deel in fabrieken, waar zij werken tegen weinig of geen salaris.

“Veel modemerken zijn al jaren op de hoogte van de groeiende hoeveelheid bewijs voor de uitbuiting van de Oeigoeren,” zegt Peter Irwin, een woordvoerder van het Uyghur Human Rights Project, een belangenorganisatie in ­Washington. “Maar ze stoppen niet met hun onethische inkooppraktijken, tenzij ze worden geconfronteerd met een reëel risico op reputatieverlies en de mogelijkheid dat consumenten stoppen met het bezoeken van hun winkels.”

Uit recent onderzoek door onder meer The New York Times, The Wall Street Journal en nieuws­site ­Axios is gebleken dat de gedetineerde Oeigoeren een rol spelen in de leveringsketens van veel van ’s werelds bekendste modebedrijven, waaronder Adidas, Lacoste, H&M, Abercrombie & Fitch, Ralph Lauren en PVH Corp..

Niet genoeg druk

“Tot nu toe is er simpelweg niet genoeg druk op grote namen uit de mode-industrie geweest om ze te dwingen de banden volledig te verbreken met fabrieken en leveranciers in Xinjiang. Vele bedrijven zijn afhankelijk van de regio en er staat veel geld op het spel,” aldus Irwin.

Een modegigant heeft wel al toegezegd alle banden met de regio te verbreken, in lijn met de pleidooi van de coalitie. PVH Corp., eigenaar van labels als Tommy Hilfiger en Calvin Klein, kondigde woensdag – nog voor de oproep van de organisaties – aan binnen twaalf maanden geen katoen of andere producten uit Xinjiang meer te zullen importeren.

Ondertekenaars van de call to action zijn onder meer de AFL-CIO, Human Rights Watch en Anti-Slavery International. Eerder deze week startte de Franse Europarlementariër Raphaël Glucksmann ook al een campagne gericht op de mode-industrie en de rechten van Oeigoeren. Die campagne bracht Adidas en Lacoste ertoe om ‘akkoord te gaan met het stopzetten van alle activiteiten met leveranciers en onderaan­nemers’ in Xinjiang.

Adidas en Lacoste, maar ook Apple, Sony, BMW en Volkswagen werden gelinkt aan de fabrieken met dwangarbeiders in een rapport van het Australian Strategic Policy Institute dat in maart werd gepubliceerd. De organisatie zei bewijs te hebben dat van 2017 tot 2019 meer dan 80.000 Oeigoeren naar buiten Xinjiang zijn gestuurd om te werken in fabrieken die goederen produceerden voor multinationals.

Veel westerse bedrijven zijn terughoudend in het innemen van een standpunt over hoe de Chinese regering omgaat met lokale kwesties. Ze zijn bang om uit de gratie vallen bij een van ­’s werelds krachtigste en snelst groeiende consumentenmarkten of een essentiële schakel in hun toeleveringsketen kwijt te raken.

Wetgeving

Wat de Oeigoerse kwestie betreft komt daar langzaamaan verandering in en in de Verenigde Staten is wetgeving in de maak die dat proces kan versnellen. Dit voorjaar werd in het Congres een voorstel ingediend om voortaan bij voorbaat te veronderstellen dat alle goederen afkomstig uit Xinjiang met dwangarbeid zijn geproduceerd. Alleen als een bedrijf ‘duidelijk en overtuigend bewijs’ kan leveren dat dat niet het geval is, zouden diens producten in de VS mogen worden geïmporteerd.

De laatste jaren is transparantie van de leveringsketen belangrijk geworden in de mode­wereld. Daarbij ligt vooralsnog vooral de focus op ‘tier one’-fabrieken – de bedrijven die de kleding als eindproduct produceren. Maar ook in de fabrieken waar de productie van ruwe materialen en garens plaatsvindt, zoals die in Xin­jiang, zijn uitbuiting van arbeiders en vervuilende praktijken aan de orde. En deze eerste schakels in de toeleveringsketen zijn voor westerse bedrijven juist moeilijker te controleren.

Door het uitbesteden van werkzaamheden zijn vele bedrijven betrokken bij de productie van een enkel artikel. Dwangarbeid kan zo op veel plekken plaatsvinden, van het telen en plukken van katoen, de productie van garens en stof tot de fabricage van het eindproduct.

Zelfs als meer aanbieders van kleding gevolg geven aan de oproep en beloven zich terug te trekken uit Xinjiang, zullen volgens experts uit de industrie veel bedrijven nog steeds moeite hebben om na te gaan of sprake is van misstanden bij de productie van hun artikelen.

“Bedrijven zullen hun vermogen om de oorsprong van materialen te traceren drastisch moeten verbeteren, om het risico op dwangarbeid in kaart te brengen,” zegt Amy Lehr, directeur van het mensenrechteninitiatief van het Centre for Strategic International Studies, dat onderzoek heeft gedaan naar dwangarbeid in Xinjiang. “De meeste bedrijven zijn daartoe nu niet in staºat.”

© The New York Times
Vertaling Tom Kieft

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden