PlusAchtergrond

Goudkoorts zorgt voor verdeeldheid in Braziliaanse stad

Het stadje Itaituba aan de rivier Tapajós in het Amazonegebied.Beeld AFP

In Itaituba is iedereen op zoek naar rijkdom. De burgemeester is veroordeeld vanwege illegale houtkap, maar wat het stadje echt groot heeft gemaakt, is het goud.

Wie met de boot aankomt in de Braziliaanse Amazonestad Itaituba, waant zich niet midden in het regenwoud. Alleen als je achterom kijkt, zie je aan de overkant van de wijde rivier de Tapajós in de verte veel groen. Verder wordt het uitzicht gedomineerd door enorme installaties van de overslaghavens van de grote voedingsconcerns, die soja dwars door het oerwoud naar de havens aan de Atlantische Oceaan transporteren.

Het stadje zelf, met 100.000 inwoners, bestaat uit heel veel cement en weinig groen; er loopt een open riool tussen de stoep en de straat en er heerst een verpletterende middaghitte. Er zijn kledingzaken, winkels die grote cowboyhoeden en zadels verkopen, kantoortjes met goud­opkopers, en juwelierszaakjes. Er is ook een Aziatisch restaurant waar ze sushi bereiden. Het wordt bevolkt door zwijgzame, buikige mannen in sportieve kleding en vrouwen ­geperst in strakke jurkjes, gebogen over hun telefoon.

Hartstochtelijk pleidooi

Aan de rand van de stad zetelt Sipri, de vakbond voor de boeren van Itaituba. De ­leden zijn veehouders die koeien vetmesten voor de vleesindustrie en fokstieren houden. Het kantoor van de bond wordt omringd door omheinde weilanden waar shows met vee en ­rodeo’s worden gehouden. De voorzitter is ­Fabrício Mello, een forse veertiger met een ­zuidelijk accent. Hij is een van de vele gelukszoekers uit het zuiden van Brazilië, die op kansen in de agrosector zijn afgekomen. Om zijn rechterpols hangt een dikke, gouden armband.

In Itaituba zijn er kansen voor koeienhouders, maar buiten de Amazone is het stadje vooral in het nieuws vanwege zijn strategische ligging als overslagplaats voor de soja, die vanuit verschillende plekken in Brazilië naar de stad wordt ­vervoerd. Mello is ingenomen met de soja­havens aan de overkant van de rivier: “Ze zijn belangrijk voor de groei van de stad. De infrastructuur wordt verbeterd, de verbindingsweg tussen Cuiabá en Santarém wordt geasfalteerd. Het levert direct en indirect werk op: brandstof, toeleveranciers, restaurants.”

Maar wat het stadje echt groot heeft gemaakt, is het goud. In de stad zijn graafmachines te koop en alle materialen die de goudzoekers nodig hebben voor hun werk in het regenwoud. De meesten zitten op een uur vliegen, te bereiken met een eenmotorig vliegtuigje. Het enige ­probleem: bijna alle goudzoekers in Brazilië opereren illegaal – ofwel omdat ze hun activiteit in beschermd, inheems gebied ontplooien, ­ofwel omdat ze geen milieuvergunning hebben.

In zijn prettig gekoelde werkkamer houdt ­gemeenteraadslid Luiz Eduardo Sadeck een hartstochtelijk pleidooi voor de legalisering van de circa vijfhonderd goudzoekers in de regio. Vorige maand nog belegde de ­gemeente een hoorzitting voor de ondernemende klasse om steun te krijgen voor de legalisering van de goudzoekerskampen in het oerwoud. De rechtse Braziliaanse president Bolsonaro is in elk geval vóór. Het Congres ­behandelt waarschijnlijk dit jaar nog een wetsvoorstel om goud zoeken in de beschermde ­inheemse territoria in de Amazone mogelijk te maken.

Illegale houthandel

Belasting over de goudopbrengsten zou de schatkist goed uitkomen, denkt Sadeck, een veteraan die al meer dan dertig jaar in de gemeenteraad zit. Burgemeester ­Valmir Climaco heeft hem als plaatsvervanger aangewezen voor dit gesprek.

Climaco heeft een goede reden om de pers te mijden: begin oktober werd hij veroordeeld vanwege ontbossing en ­illegale houthandel op een landgoed dat hij bezit nabij de stad Altamira, ten oosten van Itaituba. De burgemeester kwam in augustus ook al negatief in het nieuws, omdat hij een brug over de ­rivier de Jamanxim wilde aanleggen, die het voor goudzoekers makkelijker moet maken in hun zoekgebied te komen. De bouw werd op last van justitie stil­gelegd.

Sadeck vindt het allemaal maar onzin. De goudzoekers moeten juist omarmd worden, vindt hij, al was het maar omdat ze minder schade aanrichten dan boeren, die duizenden hectares bos omhakken voor vee of soja. Dat het wel meevalt met de impact van het goud zoeken, is helaas niet waar, aldus openbaar aanklager Hugo Charchar van het Federale Openbare Ministerie in Santarém, het bestuurlijke centrum van de Tapajósregio. “Toen het goud gemakkelijker te vinden was, gebeurde het handmatig en was de schade minder. Nu wordt er met grote machines gegraven aan de oevers van de rivieren.”

Het zeer giftige kwik dat de goudzoekers ­gebruiken, wordt niet opgevangen en komt in de rivier, aldus Charchar. “In de regio van de ­Tapajós zit veel meer kwik in de rivieren dan daarbuiten. Dat is wetenschappelijk vast­gesteld. Veel inheemse territoria ondervinden daar de gevolgen van.”

Charchar merkt dat de inheemse bevolking, van oudsher vissers en jagers, onderling verdeeld raakt over het goud. Er zijn mensen die het goud zoeken willen toestaan in hun territorium, zolang ze een deel van de opbrengst krijgen. “Hun rivieren zijn vervuild en ze kunnen toch niet meer vissen. Toen in de regio Jacareacanga, ten zuiden van Itaituba, het goud zoeken bij wet werd stilgelegd, bestormden inheemsen uit het gebied het OM om te protesteren.” Charchar schudt zijn hoofd: “Het is triest.”

Beeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden