Amateur goudzoekers slaan hun slag bij de Mennock Water bij Wanlockhead in Schotland.

PlusAchtergrond

Goudkoorts in Schotland door corona en de stijgende goudprijzen

Amateur goudzoekers slaan hun slag bij de Mennock Water bij Wanlockhead in Schotland. Beeld MARY TURNER/NYT/HH

Met de sterk stijgende goudprijzen en de extra vrije tijd door de coronapandemie heeft de goudkoorts toegeslagen op het Schotse platteland. ‘Wat moet ik anders doen? Naar de pub? Liever niet.’

Het was laat in de middag en over de met paarse heide bedekte heuvels kwam mist opzetten. Alan Popovich had al de hele dag tot zijn knieën in een snelstromende rivier gestaan, zonder succes. Hij was doodmoe, maar wilde niet van opgeven weten.

“Ik garandeer je dat hier goud is,” zei hij terwijl hij even later aan de oever een groene goudpan een beetje schuin hield. Zachtjes schuddend en ingespannen turend naar de grauwe massa van modder, zand en grind slaakte hij opeens een kreet van opluchting en verrukking. “Zie je nou wel!” riep hij, wijzend op enkele minuscule stukjes goud die in het zacht dovende zonlicht lagen te glimmen.

In deze prachtige en afgelegen vallei op zo’n 80 kilometer ten zuiden van Glasgow getuigen tenten, kampeerwagens en kampvuren van een heropleving van de zoektocht naar goud. In Schotland gebeurt dat al meer dan 4000 jaar.

Niet alleen hebben veel Britten meer vrije tijd omdat ze vanwege corona met betaald verlof zijn gestuurd, de pandemie maakte ook activiteiten in de vrije natuur aantrekkelijker. Ook is de goudprijs de laatste tijd sterk gestegen, een extra stimulans om de natuur in te trekken.

“Ik had nooit kunnen denken dat ik hier zou staan, als goudzoeker in een rivier in Schotland,” aldus de 52-jarige Popovich. Hij werkt voor een farmaceutisch distributiebedrijf. Negentien jaar geleden verruilde hij zijn geboorteplaats Detroit in de VS voor Schotland. Hij heeft tijd zat, want ook hij is met coronaverlof. “Wat moet ik anders doen? Naar de pub? Liever niet, met dat virus. Ook mijd ik restaurants,” zegt hij, hardop nadenkend over hoe hij ertoe kwam hier een tentje op te zetten, ver van de bewoonde wereld. Voor bereik van zijn mobiele telefoon moet hij naar de top van de dichtstbijzijnde heuvel.

Facebookpagina voor goudzoekers

Verderop aan de rivieroever zegt Suzie McGraw uit Glasgow dat ze hier nog nooit zoveel mensen bij elkaar heeft gezien. Naast haar bij het kampvuur zit Mat White uit Leeds, die vertelt over de 33 mensen die zich op één avond hebben gemeld bij een Facebookpagina voor goudzoekers. White: “De goudkoorts heeft toegeslagen, het is krankzinnig.”

Dat zou niet de eerste keer zijn in Schotland, waar in de negentiende eeuw de goudkoorts uit Californië was overgeslagen en duizenden mensen zich in een avontuur stortten dat weinig meer opleverde dan bittere teleurstelling.

Niet dat de mensen in de heuvels bij Wanlockhead verwachten snel rijk te worden. De vondst van een gram goud ter waarde van zo’n 50 euro geldt al als een prima resultaat van een dag ploeteren. De meeste van deze goudzoekers hopen genoeg goud te vinden om er een ring van te laten maken.

Maar zo’n 160 kilometer naar het noorden valt mogelijk wél flink te verdienen aan het goud in de imposante heuvels, braes in het Schots, rond het dorp Tyndrum. “Al eeuwen zoeken mensen hier naar goud in de riviertjes, stroompjes en valleien. En ongeveer om het jaar is er wel iemand die komt aanzetten met een enorme goudklomp,” volgens Richard Gray, directeur van Scotgold Resources. Dat bedrijf exploiteert de Cononishmijn. Gray: “Wij als professionals moeten vaststellen waar de gouderts zichbevindt.”

Naar internationale maatstaven is deze mijn erg klein, maar Gray denkt dat hij er vanaf volgende maand bescheiden hoeveelheden goud kan delven: ruim 340 kilo per jaar om te ­beginnen, later het dubbele. En omdat het hoogwaardig Schots goud is, en dus zeldzaam, is het meer waard dan goud uit de traditionele productielanden. Gray: “We opereren op een nichemarkt en gaan hier veel aan verdienen.” In 2016 had hij op deze plek als experiment een kleine hoeveelheid goud laten delven en Schotse juweliers stonden ervoor in de rij.

Schotlands eerste commerciële goudmijn is alleen te bereiken via een smal weggetje vlak langs een rivier door een imposante vallei; hier en daar verspert grazend vee de doorgang. Bij een met graafmachines en explosieven aangelegde tunnel van bijna 700 meter wordt een verwerkingsinstallatie gebouwd.

Milieuvriendelijke technieken

De mijn ligt in een nationaal park. Milieugroepen waren aanvankelijk tegen de aanleg, maar gingen akkoord na de verzekering van Scotgold dat bij de goudwinning geen gebruik wordt gemaakt van het schadelijke cyanide, zoals bij veel andere mijnen, maar uitsluitend wordt gewerkt met milieuvriendelijke technologieën. Bovendien moet het bedrijf het gebied na delving van het laatste goud in dezelfde staat achterlaten als waarin het werd aantroffen.

Terug in Wanlockhead moeten de amateurs het nagenoeg zonder technologie stellen. Ze vertrouwen op hun instinct en op ouderwetse technieken. De 53-jarige Dougie Brown uit Edinburgh, staand in de rivier met een mok thee: “Als je echt goud zoekt, vind je het nooit. Het moet naar je toe komen.” Hij hoopt binnenkort voldoende goud te vinden voor twee ringen, waarvan een voor zijn kleindochter. Brown: “Ik hoef geen goud te zoeken voor mijn pen­sioenpot, maar het wordt wel mijn belangrijkste tijdsbesteding als ik stop met werken.”

De hele dag ploeteren in de rivier doet wonderen voor de kracht in zijn bovenlichaam, maar Brown zegt er ook op andere manieren baat bij te hebben: “Het is goed voor de ziel.”

© The New York Times
 Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden