PlusAnalyse

Geruzie over benoeming Spaanse rechters belemmert hervormingen voor vrije rechtspraak

Links en rechts liggen in Spanje overhoop over de benoeming van hoge rechters – tot groeiende bezorgdheid van Brussel.

Rechters in de centrale hal van het Hooggerechtshof in Madrid. Beeld EPA
Rechters in de centrale hal van het Hooggerechtshof in Madrid.Beeld EPA

Pablo Casado, de leider van de Volkspartij, heeft ‘geen gevoel voor staatsinrichting’. Hij laat ‘een hersenbloeding van uitspraken vloeien om het volk te misleiden’. Zo klonk het uit de mond van de woordvoerder van de regerende sociaaldemocratische PSOE. Op hun beurt hadden ze bij de rechtse Volkspartij geen goed woord over voor de sociaaldemocraten: ‘Zij blokkeren alles expres’ en ‘er is geen excuus’ voor de vastgelopen besprekingen, zo klonk het.

Wat vorige week dinsdag een constructief overleg tussen de twee grootste politieke partijen over de hervorming van de Spaanse Raad voor de Rechtspraak moest zijn, liep uit op een ouderwets potje moddergooien. Al drie jaar lang ligt de benoeming van leden van de raad stil, waarmee ook verdere benoemingen van rechters voor het Hooggerechtshof en voor een deel van het Constitutionele Hof geen voortgang vinden. En de twee grootste politieke partijen, die samen dit probleem moeten oplossen, maken ruzie en wijzen elkaar als schuldige aan.

Wat er speelt? In Spanje worden hoge rechters benoemd door de Raad voor de Rechtspraak, bestaand uit twintig leden en een voorzitter, die moeten toezien op de onafhankelijkheid van de rechtspraak. De Raad zelf wordt sinds de democratische hervormingen na de dictatuur van Franco elke vijf jaar gekozen door de politiek: de ene helft van de leden door de Senaat, de andere door het Congres van Afgevaardigden (het lagerhuis).

Vrees voor onafhankelijkheid rechters

In theorie gebeurt dit op basis van kundigheid en ervaring, maar ruim driekwart van de Spaanse rechters gelooft daar niet in, zo bleek uit een enquête in 2019. Zij vrezen dat de politieke manier waarop leden van de raad worden verkozen, met een meerderheid van drie vijfde van de stemmen, uiteindelijk gevolgen heeft voor de onafhankelijkheid van rechters in het Hooggerechtshof.

Dat dit geen absurde gedachte is, bleek vlak voordat de vijfjaarlijkse benoeming van de raad in 2018 had moeten plaatsvinden. De toenmalige fractieleider van de Volkspartij schreef in uitgelekte WhatsAppberichten aan de rest van zijn partij dat zij ‘via de achterdeur’ macht zouden hebben over het Hooggerechtshof. Daarmee doelde hij op de succesvolle onderhandelingen over de toekomstige raad, waarover net afspraken waren gemaakt met de sociaaldemocraten. Wat een serie van enthousiaste berichten was om zijn fractie gerust te stellen dat er genoeg conservatief geluid zou zijn binnen het Hooggerechtshof, werd een groot schandaal. Sindsdien ligt de boel stil.

‘Dit kan zo niet langer’

De uitgelekte berichten bevestigden wat ook de Catalanen al langer riepen: de benoeming van de Raad voor de Rechtspraak is een geval van politieke handjeklap tussen de twee grootste nationale partijen, die samen de benodigde drie vijfde meerderheid kunnen behalen. Kleinere politieke partijen – die bijvoorbeeld de Catalaanse belangen behartigen in de nationale regering – kunnen hier niet tussen komen. Het gevolg daarvan zou zijn dat het Hooggerechtshof te veel op de hand van Madrid is.

Intussen maakt ook Brussel zich zorgen over de situatie. Eurocommissaris Didier Reynders verzocht Madrid vorige week om ‘onmiddellijk’ de raad te vernieuwen en het systeem te herzien ‘om in de toekomst volledig aan Europese normen te voldoen’. Hij zei het weliswaar beleefder dan de Spaanse partijen, maar zijn boodschap was duidelijk: dit kan zo echt niet langer.

Een eerste voorstel tot hervorming strandde dit voorjaar, nadat een groep van duizenden Spaanse rechters de zorg had uitgesproken dat volgens dit plan de politiek juist méér invloed op de rechterlijke macht zou krijgen. Nu wil de Volkspartij de verkiezingen van de meerderheid van de leden van de raad overlaten aan de rechters zelf – vergelijkbaar met het Nederlandse systeem. Maar de regering van Pedro Sánchez wil eerst nog via het oude systeem de raad vernieuwen, om daarna pas hervormingen door te voeren. Logisch, want daarmee kan de regering nog één keer invloed uitoefenen op de samenstelling van de raad.

Korten op coronahulp

In de Spaanse media is de vergelijking met Polen – dat met de Europese Unie in de clinch ligt vanwege politieke inmenging in de rechtsstaat – in deze discussie altijd dichtbij. Zo ver willen ze in Brussel nog niet gaan. Maar de mogelijkheid dat er in de toekomst ook opgetreden zal worden tegen Spanje, door bijvoorbeeld te korten op het bedrag dat het land krijgt vanuit het coronaherstelfonds, is achter gesloten deuren wel besproken.

Premier Sánchez smeekt de oppositie dan ook om nu toch alsjeblieft mee te werken. Het vertrouwen in het Spaanse rechtssysteem en de internationale reputatie van Spanje lopen ernstige schade op, zo vindt de regering. Als er met het gescheld over en weer echter één ding duidelijk werd, dan is het wel dat het einde van deze impasse voorlopig nog niet in zicht is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden