Een klant bestelt aan de counter van Deli Gawad in de wijk Bedford Stuyvesant in Brooklyn.

Plus Reportage

Gentrificatie in New York: de bodega dreigt te verdwijnen

Een klant bestelt aan de counter van Deli Gawad in de wijk Bedford Stuyvesant in Brooklyn. Beeld Sergio Avellaneda

Midden in de nacht zonder wasmiddel zitten, of ontzettende trek in kip? Geen nood: in New York verkoopt de ‘bodega’ of ‘deli’ alles wat je wil, op elk uur. Maar door gentrificatie dreigt het fenomeen te verdwijnen.

Versgebakken kip op knapperig witbrood, toilet­papier, bier, kattenvoer, condooms, kauwgum, ­babyflesjes, pijnstillers, panty’s. Nafa Ahmad (28) heeft het allemaal in het minuscule winkelpandje weten te stouwen. “Je komt hier voor je ontbijt, je snacks, je advies,” zegt Mishel Lopez, als ze een broodje bestelt bij Deli Gawad in Bedford-­Stuyvesant (‘Bed-Stuy’), een buurt in Brooklyn.

Buurtwinkeltjes als deze zitten hier op elke straathoek. Ze vormen een typisch New Yorks fenomeen en horen evenzeer bij de stad als de wolkenkrabbers en Times Square. Je komt er vooral voor de kleine trek of als je iets vergeten bent – voor dagelijkse boodschappen is de ­supermarkt goedkoper.

De bodega is meer dan een gemakswinkel, het is een essentieel onderdeel van de sociale structuur van de stad, een buurthuis vermomd als minimarkt, 24 uur per dag toegankelijk.

Je kunt er je sleutels achterlaten voor de huis­genoot die ze is vergeten. Loodgieter nodig? Hier weten ze wie je moet bellen. Als je even zonder geld zit, mag je met een beetje geluk ook volgende week betalen. Voorwaarde om niet ­gewoon een supermarkt, maar een echte New Yorkse bodega te zijn: de kat. Bodegakatten houden ongedierte op afstand en mogen in ruil ongegeneerd dutjes doen op de stapels blikjes Red Bull.

Met liefde gemaakt

Het woord ‘bodega’ komt uit het Spaans, de taal van de eerste eigenaren van zulke winkeltjes: Puerto Ricanen en Dominicanen. Inmiddels is een flink deel van de zaken in handen van Jemenieten – waarom precies is onduidelijk, maar zo werkt dat in New York: immigranten­gemeenschappen delen hun netwerken en vaardigheden. Stomerijen worden vaak gerund door Koreanen, de eigenaren van wasserettes zijn vaak Chinees.

Nafa Ahmad bemant Deli Gawad overdag, twaalf uur lang, om de boodschappen af te rekenen. Rond vijf uur vanmiddag komt zijn neef Omar, die de nachtronde op zich neemt. Dan is het rustig, maar kun je ook mooi de schappen aanvullen en schoonmaken. Zeven dagen per week, 365 ­dagen per jaar. Soms nemen de neven drie maanden vrij om naar huis te gaan in Jemen. Kat Mishu heeft nooit vrij.

De vader van Nafa opende de winkel in de ­jaren negentig. Inmiddels heeft de familie er nog een, in een buurt verderop. Daar staan weer andere neven achter de balie. Drie in de ene zaak, drie in de andere. Pa geeft achter de schermen nog advies, vertelt Nafa.

Deli Gawad staat in de wijk ook wel bekend als ‘Jerry’s Deli’. Jerry DeLeon bakt hier al zeven jaar de burgers en grilt de broodjes met Gouda-kaas. “De beste van heel Bed-Stuy,” roept een klant die hem over zijn werk hoort vertellen. “Omdat hij alles met liefde maakt,” vindt een dame in de rij. “Ik heb ook in luxere gourmet­ ­deli’s gewerkt, maar hier kun je tenminste jezelf zijn,” zegt Jerry. “Als een klant je uitscheldt, scheld je gewoon terug.” Jerry schakelt rap tussen Spaans en Engels, aan de kassa van Nafa klinken af en toe gesprekken in het Arabisch.

Mishel Lopez bestelt het populairste item op het menu, de chopped cheese; een cheese­burger met het vlees in stukjes gehakt. De buurt verandert, vertelt Lopez, kind van Bed-Stuy, en werkzaam in een opvanghuis voor slachtoffers van huiselijk geweld in de wijk. Deels zijn het veranderingen ten goede, een decennium of twee geleden werd het hier beschouwd als een gevaarlijk gebied. Jay Z verkocht hier als dertienjarige crack. En nog steeds, zegt Jerry ­DeLeon, vraagt hij zich weleens af of een vaste klant die hij een tijdje niet gezien heeft, ­misschien vastzit of vermoord is.

Groene matcha

Maar nu zijn er ook nieuwe appartements­gebouwen en hippe koffiebars waar een kopje groene ­matcha latte 4,50 dollar kost. Bij Deli ­Gawad krijg je een beker filterkoffie voor hooguit anderhalve dollar – melk zelf uit de koelkast pakken graag. “Alles is duurder geworden,” klaagt Lopez. “De huren, de boodschappen.”

Gentrificatie heeft toegeslagen in Bed-Stuy. De vastgoedprijzen stijgen, de oorspronkelijke ­bewoners vertrekken omdat ze zich hun huis niet meer kunnen veroorloven. Witte nieuwelingen vormen een steeds groter aandeel van de bevolking in deze van oorsprong zwarte wijk.

Familiebedrijven als de winkel van Nafa ­Ahmad en zijn neven worden geregeld slachtoffer van de stijgende huren. Deli Gawad houdt vooralsnog het hoofd boven water. Het assortiment verandert mee met de wijk. Zeven jaar ­geleden lagen er geen cashewnoten met granaatappel-vanillesmaak in de schappen.

Het is zwaar, zegt Ahmad. De huur is zo hoog dat hij soms weinig geld overhoudt. Stijgende vastgoedprijzen en de groeiende dominantie van ketens dreigen de bodega de das om te doen, waarschuwen marktanalisten al jaren. Voor de concurrentie van online winkels is ­Ahmad dan weer minder bang. “Die eieren die je vergeten bent, kun je niet online bestellen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden