PlusAchtergrond

Geen toeval: armste New Yorkers het hardst getroffen door coronavirus

Voetgangers met mondkapjes wachten voor een stoplicht in Queens.Beeld AP

New York maakt zich op voor een piek in de corona-epidemie, die deze week wordt verwacht. De armste New Yorkers worden het hardst getroffen. En dat is geen toeval.

James McMenamin ging naar buiten om even langs de apotheek te gaan en inkopen te doen, maar de boodschappen heeft hij toch maar laten zitten. Er stonden een stuk of twaalf mensen op elkaar gepakt in zijn kleine buurtsuper. Hij had even een praatje willen maken met de Koreaanse kassajuffrouw – als alleenstaande vijftiger in een semi-lockdown hunkert hij naar sociaal contact. Maar hij durfde niet naar binnen.

McMenamin is altijd al een wat zenuwachtig mens geweest, zegt hij zelf. Het helpt niet dat hij de hele dag ambulances hoort loeien en dat zijn wijk ‘postapocalyptisch’ uitgestorven is, op ­rijen voor de supermarkt en de dokterspraktijk na. Hij woont in het hart van de New Yorkse corona-epidemie, vlakbij het overbelaste ziekenhuis dat de burgemeester het ‘epicentrum van het epicentrum’ noemde.

De statistieken geven aan dat de hoogste ­besmettingsgraad is gevonden in zijn buurt Elmhurst, het aangrenzende Jackson Heights en een naastgelegen buurt, die ironisch genoeg Corona heet. Van elke 1000 inwoners werden er tot deze week 11 tot 14 positief getest, volgens een analyse van onderzoeksplatform ProPublica dubbel zoveel als in de rest van de stad.

McMenamins buurtgenoten zijn al even nerveus geworden. Sommige supermarktmedewerkers werken hier gehuld in beschermende kleding alsof ze ic-verpleegkundigen zijn, compleet met gezichtsscherm en wegwerpoverall. Een vrouw doet de weekendboodschappen gehuld in vuilniszakken. “Ik ben gaan letten op de maniertjes van mensen, hun lichaamstaal en houding terwijl ze wachten om naar binnen te mogen,” vertelt McMenamin, behalve leraar Engels ook buurthistoricus. “Je ziet overal trillende handen, en ogen die al dagen te weinig slaap hebben gezien.”

Dit deel van Queens wordt beschouwd als het meest etnisch diverse stukje aarde. Je kunt hier kuierend de wereld over – van Ecuador naar Nepal via Zuid-Korea, allemaal in één straat. De buurt gonst in 167 talen. Mensen die in hun thuisland niet met elkaar overweg kunnen – hindoes en moslims uit India en omstreken, bijvoorbeeld – zijn hier buren.

Het is een buitengewoon open, tolerante, kleurrijke en vriendelijke plek, zegt Daniel Dromm, die hier 26 jaar geleden kwam wonen en de buurten vertegenwoordigt in de New Yorkse gemeenteraad. “Het is altijd: ‘Hola papi, como estas’, en dan een omhelzing,” zoals hij de begroetingen van Spaanstalige wijkgenoten omschrijft. “Dat kan nu niet meer. Het virus neemt de aard van de buurt weg.”

Isolatie en depressie

Iedereen hier kent wel iemand die ziek is, of ­erger. Dromm vertelt over zijn overleden vrienden. Lorena Borjas, beschermengel van transgendervrouwen en sekswerkers in de wijk. ­Priscilla Carrow, een ziekenhuismanager en buurtactivist met een gulle lach, die uitkeek naar haar pensioen. Antonio Checo, de openlijk homoseksuele pastoor van de Episcopaalse kerk. Joe Forman, de grappigste bewoner van verzorgingshuis Regal Heights. Tarlach Mac­Niallais, oprichter van een lhbt-vriendelijke Iers-Amerikaanse feestmars op St. Patrick’s Day.

“Ik heb vijf vrienden verloren. Twee op maandag, drie op dinsdag. En toen was de week nog maar net begonnen.” Dromm zucht. Het valt hem zwaar om het alleen in zijn appartement te verwerken, vertelt hij. “Het geloei van sirenes versterkt het gevoel van isolatie en depressie ­alleen maar. Het herinnert je continu aan wat er buiten gebeurt.”

Het is geen toeval dat Elmhurst en omgeving zo hard getroffen zijn. Het virus wordt door de gouverneur van New York ‘de grote gelijkmaker’ genoemd – arm, rijk, onbeduidend of beroemd, iedereen kan eraan overlijden. Maar dat is de halve waarheid. De hele is dat de meeste coronagevallen geteld worden in de armste wijken van New York. “Aanvankelijk leek het een ziekte van mensen die de middelen hebben om te reizen en terugkwamen uit China of Italië,” observeert Rochelle Walensky, het hoofd van de afdeling infectieziekten van het Massachusetts General Hospital in Boston. “Maar nu we vragen om afstand te houden, zijn de meer kwetsbare gemeenschappen minder in staat dat te doen.”

Elmhurst is een van de armste wijken van New York, aankomsthaven voor nieuwe immigranten die hopen hier hun dromen waar te maken. Ruimte voor afzondering van zieken hebben zij meestal niet: ze huren kamers in overvolle ­appartementen. Twintig mensen in een huis ­gebouwd voor vijf, misschien zes bewoners – in die orde van grootte. Eenzaam zijn in quarantaine is een voorrecht, concludeert Daniel Dromm.

Net als thuiswerken. Hier wonen de mensen die supermarkten draaiende houden, maaltijden bezorgen en ziekenhuizen schoonmaken. Ze moeten zich blijven blootstellen aan mogelijk besmette stadsgenoten om met de bus of metro op hun werk te komen. Een aanzienlijk deel van de buurtbewoners heeft bovendien niet de juiste verblijfspapieren en geen zorg­verzekering – dat laatste geldt voor ongeveer één op de vier. Ze gaan dus pas naar de dokter als het echt niet anders kan, uit vrees voor de autoriteiten, dan wel de ziekenhuisrekening.

Moderne toren van Babel

Queens heeft bovendien minder ziekenhuis­capaciteit dan andere delen van de stad – er zijn krap 1,3 bedden per 1000 inwoners, blijkt uit tellingen uit 2014. Dat is minder dan de helft van de ruimte die bewoners van de luxe woontorens in Manhattan tot hun beschikking hebben. “De gemeenschap is lang genegeerd door politieke zwaargewichten,” zegt raadslid Dromm.

Negeren is makkelijk. In het district mag naar schatting 55 procent van de bewoners niet stemmen, omdat ze niet lang genoeg in de VS wonen, of geen papieren hebben. En komt informatie over preventiemaatregelen wel overal goed aan, in deze kakofonie aan talen? Jennifer Ochoa, moeder en mantelzorger in Elmhurst, vraagt het zich af. “We zijn met zoveel verschillende culturen, etnische achtergronden en talen, dat we niet meer met elkaar kunnen communiceren,” vreest ze. Ochoa deelt een huis van drie verdiepingen met haar Colombiaanse moeder en in Ecuador geboren vader, haar zus, zoon, neefje en twee tantes.

Haar man logeert voorlopig buiten de stad in een huis dat hij had gekocht als investeringsproject. Hij werkt in een hotel waar medisch personeel verblijft en vreest dat hij het virus naar huis brengt. “Hij wilde dat huis opknappen en verkopen, en toen gebeurde dit. Je probeert vooruit te komen, en dan val je weer terug,” zegt Ochoa. Ze probeert zich voor te houden dat ze het beter heeft dan veel buren.

Rouwen om de buurt

Dagelijks vormt zich een nette rij mensen die warme maaltijden komen ophalen bij het kantoor van lokaal politicus Catalina Cruz. Ze heeft de ruimte uitgeleend aan de gaarkeuken van een beroemde chef. Op veel scholen deelt het stadsbestuur inmiddels ook voedsel uit aan niet-leerlingen. De economische klap is hard aangekomen in buurten vol immigranten die hun werk in de dienstensector verliezen, maar niet in aanmerking komen voor de financiële steun van de regering. “We moeten deze mensen aan de gang houden, want zij houden New York aan de gang,” vindt Daniel Dromm. “Zonder hen, zonder de taxichauffeurs en horeca­medewerkers, stort het hele systeem in.”

Socioloog William Kornblum, die in Jackson Heights woont en onderzoek deed naar de ­bewoners, zegt te ‘rouwen’ om de buurt. “Zo tragisch. De mensen met de minste middelen om de crisis het hoofd te bieden, worden het hardst geraakt. Het coronavirus legt de grootste pijnpunten van de Amerikaanse samenleving bloot.” Het zou helpen, denkt hij, als de bewoners een zorgverzekering en betere toegang tot medische hulp hadden. “Daar verzet de regering-Trump zich tegen. Maar als mensen ­gewoon basale rechten hadden, zou dat ons ­allemaal beschermen.”

Beeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden