PlusReportage

‘Ga jij die kant op? Mijn vrouw Olenka staat daar ergens met haar moeder en onze dochter’

Een Poolse vrijwilliger deelt warme thee uit aan Oekraïense vluchtelingen aan de Poolse zijde van de grens bij de grensovergang bij Medyka. Beeld Dominika Zarzycka/NurPhoto via Getty Images
Een Poolse vrijwilliger deelt warme thee uit aan Oekraïense vluchtelingen aan de Poolse zijde van de grens bij de grensovergang bij Medyka.Beeld Dominika Zarzycka/NurPhoto via Getty Images

Meer dan tweehonderdduizend mensen proberen de oorlog in Oekraïne te ontvluchten, velen via Polen. Verslaggever Mark van Assen reisde tegen de stroom in naar Lviv in het westen va Oekraïne.

Mark van Assen

Vassil staat dan wel te schreeuwen, maar verder is de sfeer merkwaardig gelaten bij de grensovergang Medyka. Vassil, een lange man met een enorme buik, is boos, omdat een vrijwilligster het waagt om met een Russisch accent ‘Lang leve Oekraïne’ te roepen. Dat doe je niet, vindt hij, praat gewoon Oekraïens.

Ze gaat even met hem in discussie, maar ziet al snel dat het geen zin heeft. Hij is opgefokt, zij is moe, ze moeten allebei verder.

Dit is de Poolse kant van de grens, zo’n 260 kilometer ten oosten van Krakau. In een waterig zonnetje staan hier drie groepen te wachten: Oekraïners die familie of vrienden komen ophalen, Oekraïners die terug willen naar huis en Polen die gevluchte Oekraïeners hun hulp komen aanbieden.

Mensen uit de eerste groep zijn er soms al twee dagen en nachten. Ze weten dat er een enorme file staat aan de andere kant – de schattingen van de lengte variëren van 20 tot 50 kilometer – en maken zich steeds meer zorgen over de gesteldheid van hun geliefden. Roman (26) benadert ons met een wanhopige blik: “Ga jij die kant op? Mijn vrouw Olenka staat daar ergens met haar moeder en onze dochter. Wil je wat water, eten en benzine meenemen voor ze? Alsjeblieft? Ze staan vlak bij de kerk in Volytsa.”

Open armen

Dan is er Vassil, die vastbesloten is te gaan vechten tegen de Russen. “Ik ga eerst naar huis en dan meteen door naar het front,” zegt hij vastberaden. Hij krijgt prompt weer ruzie met iemand, maar ook die ruzie is snel gesust.

Er zijn er meer die dit plan hebben. Zo staan er op het laatste stukje weg naar de grens tientallen vrachtwagens stil langs de kant, met niemand in de cabine. “De chauffeurs hebben van hun baas gehoord dat ze moeten doen wat hun hart ze ingeeft,” zegt iemand. “Die truck wordt wel opgehaald.”

Anderen willen gewoon terug naar hun familie. De gezichten staan strak, niemand weet wat ze in Oekraïne zullen aantreffen.

Hulppakketten

De Polen aan de grens staan er met open armen. Ze komen met lege bussen om vluchtelingen naar een hotel of waar dan ook heen te brengen. Ze bieden een kamer in hun huis aan, een heel appartement, een jachthuisje dat toch leegstaat. Het schijnt zelfs dat een rijke Pool een heel hotel in Warschau heeft afgehuurd voor de vluchtelingen.

Vrijwilligers maken kleine hulppakketten die straks kunnen worden uitgedeeld aan mensen in de file. Fryderyk, een vijftiger, heeft de afgelopen nacht doorgehaald om slaapplaatsen te regelen voor een paar families. Hij is doodvermoeid. “Dit zijn onze buren, onze vrienden, wat moeten we anders? En ik weet dat in Polen lang niet alles perfect is, met een regering die meer kwaad dan goed doet, maar als ik dit zie, dat we dit zo doen als land, dan vind ik dat echt ongelooflijk.”

Iedereen helpt elkaar

Aan de andere kant van de grens (aan de andere kant van alles, eigenlijk) is de sfeer gelaten. Er is geen paniek, er wordt niet geduwd en getrokken: iedereen die hier aan de deur klopt, wordt binnengelaten, of je nou wel of niet je paspoort bij je hebt. Maar het gaat om zo veel mensen dat het voor geen meter opschiet.

We krijgen een lift in een busje met hulpgoederen en gaan langzaam maar zeker op weg naar Lviv, een dikke 80 kilometer verderop, mét de spullen voor Olenka en haar kindje.

De rij stilstaande auto’s heeft geen einde, zo lijkt het. Aan de nummerborden kun je zien waar ze vandaan komen: Ternopil, Kiev, Ivano-Frankivsk, Zjytomyr, Rivne, het houdt maar niet op. En langs de rij auto’s lopen mensen, met een koffer, een rugzak, op wandelschoenen, op slippers, met kinderen aan de hand of op de arm. Honderden, misschien wel duizenden.

Boterhammen, vruchten en vlees

Het is onduidelijk waar al die mensen te voet vandaan komen. Hebben ze hun auto ergens laten staan? Zijn ze helemaal vanuit Lviv komen lopen? We kunnen niet stoppen om ze het te vragen, het verkeer moet blijven rijden. De mevrouw achter in ons busje zit hardop te bidden. “Voor genade,” zegt ze.

Ook langs de weg: tafeltjes en kraampjes. Dorpsbewoners hebben soep en koffie gemaakt, en delen boterhammen, vruchten en vlees uit. Allemaal gratis. In Volytsa treffen we inderdaad Olenka, die nog steeds vlak bij de kerk staat. Uit het raampje geven we haar de spullen van Roman, ze is dolblij. Na Volytsa komt Mostyska, daarna Hostyntseve, Tvirzha, Berehove, kilometer na kilometer zien we nog steeds alleen maar auto’s en lopende mensen.

Het zijn vooral vrouwen, kinderen en ouderen. Mannen tussen de 18 en 60 jaar mogen het land niet meer uit. Zij moeten blijven om te vechten. Alle dienstplichtigen en reservisten zijn sowieso al opgeroepen voor de komende drie maanden.

Stapel zandzakken

Onderweg zien we geen soldaten of militair materieel, wel politie en verkeersregelaars in gele hesjes. Af en toe is er een wegversperring, maar er wordt niemand tegengehouden. Soms, bij een afslag naar een dorpje, houden mannen de wacht bij een slagboom en een stapel zandzakken. “Dat zijn gewoon burgers,” zegt onze chauffeur. “Een soort regionale veiligheidsdienst.” Hij moet er een beetje om lachen.

Pas in Sudova Vyshnya, 35 kilometer van de Pools-Oekraïense grens, houdt de rij met auto’s op. We waren aan het begin van de rit begonnen met tellen, maar dat hebben we snel opgeheven. Het moeten er vele duizenden zijn, met een veelvoud daarvan aan passagiers.

Open deuren

De Verenigde Naties denken dat deze oorlog voor vijf miljoen vluchtelingen kan zorgen en dat er op dit moment al tweehonderdduizend Oekraïeners op drift zijn. Polen heeft er al vijftigduizend geteld en dat worden er elk uur meer. Het land telt verschillende grote grensovergangen met Oekraïne. Ook Slowakije, Roemenië, Hongarije en Moldavië hebben de deur voor vluchtelingen uit Oekraïne wijd opengezet.

De meeste mensen die we zondag passeerden, zullen er in de nacht nog staan en maandagochtend en -middag ook nog en misschien nog wel langer. Het is net boven het vriespunt hier. Maar ze blijven wachten of lopen, niemand wil op dit moment terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden