Plus Achtergrond

Een nieuwe tragedie voor jezidi’s: kalifaatkinderen zijn niet welkom

Een nieuwe tragedie voor de jezidi’s in Irak: kinderen van door IS-strijders verkrachte vrouwen blijven alleen achter in Syrië. Ze zijn niet welkom in de gemeenschap in Sinjar.

Verstoten kinderen in een weeshuis in Syrië. ‘Ze zouden hier niet moeten zijn.’ Beeld Hans Jaap Melissen

Najah Hussein duwt de deur van de slaapkamer voorzichtig open. Op een vloerkleed tussen de stapelbedden liggen twaalf jongetjes van nog geen drie jaar oud diep te slapen. “Ze hebben net gegeten, dus ze doen een middagdutje,” fluistert Hussein, en sluit gauw weer de deur.

In de zit-en televisiekamer ernaast druppelen ze even later een voor een binnen, en gaan op de grond zitten voor een televisie met dikke strepen door het beeld. Eén heeft een Aziatisch uiterlijk, een ander felblauwe ogen – misschien wel het kind van een Europese IS-strijder. Een van de – louter vrouwelijke – personeelsleden neemt het Aziatische kindje (‘We noemen hem China-man’) op schoot. In de gang passeert intussen een rat, achternagezeten door een verzorgster.

Hussein is psychologisch adviseur in dit weeshuis, dat bestaat uit een paar vrijstaande huizen in een opvallend groene buurt van het stoffige Rmeilan, een plaats in Noordoost-Syrië. Zij vangt hier kinderen op die zijn achtergelaten door hun jezidimoeder. Het is een nieuwe tragedie die de jezidi’s, een kleine religieuze minderheid uit de regio Sinjar in Noordwest-Irak, treft.

Die tragedie was al immens: nadat Islamitische Staat in 2014 Sinjar had veroverd, werden de mannelijke jezidi’s door de jihadisten op grote schaal gedood, de vrouwen tot slaaf gemaakt en verkracht. Vijf jaar later is er een nieuwe dimensie aan deze tragedie: jezidivrouwen die een kind hebben gekregen van een IS-strijder zijn niet welkom in hun gemeenschap als ze ook hun kind meenemen. En dus hebben veel vrouwen met pijn in het hart hun kind afgestaan.

Steun en liefde

“We hebben ze al vanaf twee maanden oud binnengekregen,” vertelt Hussein. “Maar sommigen waren al vier. We proberen ze hun oude leven te laten vergeten door ze zoveel mogelijk emotionele steun en liefde te geven.”

Ze schetst de dilemma’s waar het weeshuis voor staat, want de kinderen zijn natuurlijk helemaal geen wees en wat Hussein betreft gaan ze op termijn weer naar hun moeders. “We proberen de religieuze leiding van de jezidi’s te overtuigen dat het niet goed is wat hier gebeurt, dat ze terug naar hun moeders moeten.” Maar de leiding van de oude religie houdt voorlopig voet bij stuk: kinderen die het resultaat zijn van verkrachting door IS-mannen mogen niet naar Sinjar komen.

De kinderen gedragen zich volgens Hussein als gewone kinderen. Ook de kinderen die uit Baghouz kwamen, het laatste stukje kalifaat dat begin dit jaar te midden van zware bombardementen op IS werd veroverd. “Ze hebben geen problemen met ervaringen in het kalifaat. Ze waren te klein. Wel hebben we, nadat de kinderen uit Baghouz hier waren beland, elke vijftien dagen een speciale dokter laten komen die hen controleerde. Sommigen hadden in het begin problemen, ze aten bijvoorbeeld niet.”

De kinderen noemen de verzorgsters bij hun voornaam, met daarbij het woord ‘mama’.

‘Mama Najah’ vindt dat psychologisch best verantwoord. “De allerjongsten begrijpen nog niet veel, maar de anderen weten dat ze een echte moeder hebben. In het begin huilden ze vaak om hun moeder. Later, na training, hebben we dat probleem opgelost. Voor hen voelt het weeshuis nu alsof het hun thuis is. We proberen het zo huiselijk mogelijk te maken.”

Het weeshuis heeft ook contact met de jezidi-moeders, via Whatsapp. “Soms vragen ze om foto’s van de kinderen. De moeders weten inmiddels ook dat de voornamen van sommige kinderen zijn veranderd. Die vaders hadden die kinderen ouderwetse, plechtige namen gegeven die wij niet goed vonden. Zo hebben we Fouziah veranderd in Erla.”

Het weeshuis biedt naast de 44 jezidikinderen ook nog vijftien echte wezen onderdak, kinderen uit Syrië van wie de ouders zijn overleden. Die kinderen zijn over het algemeen wat ouder, tot 14 jaar, en worden betrokken bij de muzieklessen. In een kamer zingt een groepje weesmeisjes voor de kleintjes. Die klappen vrolijk mee. Hussein: “Muziek speelt een belangrijke rol. Om ze vrolijk te krijgen en om ze te laten vergeten dat ze niet bij hun eigen moeder zijn.”

Dan barst verzorgster ‘mama Noura’ plotseling in tranen uit, tijdens een lied over de martelaren: de Koerdische strijders die zijn omgekomen in de oorlog, vaak door toedoen van IS-strijders. “Ik vind het allemaal zo raar: onze doden en deze kinderen, die hier eigenlijk niet zouden moeten zijn,” zegt ze.

Moeders gebrainwasht

Wat kan Hussein als kinderpsycholoog zeggen over de discussie in Nederland over het terughalen van kinderen van Nederlandse IS’ers, die nu nog in kampen in Syrië zitten? Kunnen die kinderen een gevaar vormen? “Ik deel die opinie niet. Ik denk dat de moeders gebrainwasht zijn, maar met de jonge kinderen zal het meevallen.”

Ze wijst op de kinderen om zich heen: “Als een kind vier wordt, ontdekt het zijn eigen identiteit, maar we ontvingen ze al vanaf een paar maanden oud. Alles wat ze voor hun vierde hebben meegemaakt, zijn ze kwijt. En je kunt ze trainen, hun ideeën veranderen. Ik geef je een garantie: ik kan die kinderen vredelievend maken, je kunt ze ideeën van vrede meegeven. Vanaf twaalf jaar is dat anders. Dan kun je ze mogelijk nog steeds veranderen, maar dat kost veel meer moeite.”

Beeld Laura van der Bijl
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden