PlusReportage

Een jaar na de ontploffing in Beiroet is Libanon nog geen steek verder

Een gekapseisd schip in het havengebied, vier dagen na de explosie.
 Beeld EPA
Een gekapseisd schip in het havengebied, vier dagen na de explosie.Beeld EPA

Precies een jaar geleden werd Beiroet getroffen door een ongekende explosie. Hoe kon die ramp ontstaan? Niemand weet het. En door de falende overheid is het land er nog slechter aan toe dan vóór de klap.

Hij is amper 20 jaar, deze jongen. Donkere ogen, een baard en wilde krullen, we noemen hem Nagy. Hij zou een biertje moeten drinken, of moeten zoenen met zijn meisje, maar hij praat over rookbommen, houten schilden tegen rubberen kogels, de beste manier om rollen prikkeldraad te bedwingen, het effect van verfbommen en wat er gaat gebeuren als ze eenmaal het parlement zijn binnengedrongen. Hoe meer hij vertelt, hoe zachter hij praat. Je weet nooit wie er meeluistert.

Hij heeft het over vandaag, net zoals heel Beiroet het heeft over vandaag. Het is de eerste verjaardag van de ontploffing. Op 4 augustus 2020, iets over 18.00 uur, explodeert in de haven van de stad meer dan 2700 ton ammoniumnitraat, plus een hoop vaten met olie, kerosine en zoutzuur, plus 15 ton vuurwerk (ruim vijftien keer zo veel als destijds in Enschede), plus ongeveer 8 kilometer aan lont op houten spoelen. Het geeft een klap die alle verbeelding te boven gaat.

Onder het puin

Kamil Abi Nadir (54) hoeft niet lang na te denken om die dag te herleven. Hij is conciërge bij een bedrijf in de haven en staat te vegen als het gebeurt. “Er was eerst een rare fluittoon,” zegt hij. “Toen ontplofte het vuurwerk, toen was er die knal, toen was er bloed, overal dode mensen en ledematen en verwrongen staal, gebouwen zonder muren.” De klap heeft hem onder een auto gesmeten, al zijn tanden (op één na) uit zijn mond geslagen en hij denkt maar aan één ding: zijn moeder.

Hij loopt zo snel hij kan naar zijn huis in Karantina, de arme wijk die tegen de haven is aangeplakt. Een trap op, nog een trap op, de deur is er niet meer, en waar de muur van de slaapkamer was, is nu een groot gat. Onder het puin ligt zijn moeder Farida (80). Ze leeft nog, maar zal een paar maanden later overlijden.

Nu zit Kamil in zijn woonkamer en vertelt hij over het afgelopen jaar. Over hoe hij een bed en meubels kreeg van zijn familie. Hoe hulporganisaties gratis koelkasten kwamen uitdelen (en sommige mensen er drie binnen hengelden, zodat ze er twee konden verkopen). Hoe hij niks, maar dan ook helemaal niks kreeg van de regering. En hoe het leger langskwam, een sticker met een code op zijn deur plakte (LAF11117544) en beloofde terug te komen, maar dat natuurlijk niet deed. Hij werkt nog wel, voor fors minder salaris (en het was al niet veel), en heeft overal pijn. Zijn broer is bij hem ingetrokken, dat scheelt in de kosten. “Mijn koelkast is elke dag leeg,” zegt hij. “Kom maar eens. Kijk: leeg. Om de dag gaan we eten halen bij een hulporganisatie.”

Fluittoon

Er zijn zo veel verhalen als dat van Kamil. Een eindje verderop, in de wijk Gemayzeh, is Hady op de dag van de ontploffing in zijn kantoor. Ook hier die fluittoon (“ik denk door de luchtdruk die moest ontsnappen uit de opslagplaats”), toen de knal, de wond in zijn hoofd door het rondvliegend glas, de dollars die ronddwarrelen op straat (“waarschijnlijk uit een geldautomaat”) en de rook, overal die rook, als in een zwarte tunnel. Of het verhaal van Reina, die op elfhoog woont, met het mooiste uitzicht van de wereld, en naar de voordeur rent als ze het vuurwerk hoort en de rook ziet. “Dat was mijn redding. Ik werd naar buiten geblazen en kwam onder de deur terecht.”

Er sterven die dag zeker 260 mensen. “Maar waarschijnlijk veel meer,” zegt iemand. “Want ze hebben de Syriërs niet meegeteld. Die tellen ze nooit mee.” Er raakten meer dan 10.000 mensen gewond. De schade loopt in de vele, vele miljarden. En er zijn nog zo’n 300.000 mensen die net als Kamil hun huis zo ongeveer opnieuw moeten opbouwen. Dat is inmiddels soms wel gebeurd, vaak ook helemaal niet. De stad en de mensen dragen nog steeds de sporen van de klap, zichtbaar en onzichtbaar.

Inwoners van Beiroet protesteren bij het ministerie van Binnenlandse Zaken tegen de Libanese elite. Beeld AP
Inwoners van Beiroet protesteren bij het ministerie van Binnenlandse Zaken tegen de Libanese elite.Beeld AP

Grote afwezige

Want iedereen, zonder uitzondering, scheldt op de grote afwezige in dit hele drama. De één noemt het ‘de staat’, de ander ‘de regering’, of ‘het parlement’ of ‘de premier’ of ‘de president’ of ‘het leger’ of gewoon ‘de maffia’. Waar waren de politici toen het volk ze nodig had? Niemand die het weet. Wie de overheid in die eerste moeilijke dagen en maanden om hulp vraagt, krijgt als antwoord dat ze maar een hulporganisatie moeten bellen (en die zijn er veel, goede en slechte). De mensen uit Karantina hebben nooit een politicus gezien, zeggen ze. “Niet één.” Een hulpverlener van een Libanese organisatie windt er geen doekjes om. “Het ontbreken van een officiële respons op de ramp was absolutely shocking.”

Wat de regering wél doet, is twee dagen na de ontploffing een onderzoekscommissie instellen. Deze moet, zo luidt de opdracht, binnen vier dagen vaststellen wie er verantwoordelijk is voor alle ellende. We zijn nu 365 dagen verder en er is zelfs nog geen vage schaduw van een verantwoordelijke in zicht. Amnesty International meldt begin deze maand dat de overheid ‘schaamteloos de zoektocht van slachtoffers naar gerechtigheid blokkeert’.

Voor de Libanezen is dit geen verrassing. Zij zijn gewend aan een overheid die in eerste instantie (en ook in tweede) met name voor zichzelf zorgt. Waarom? “Geld en macht,” zijn de antwoorden die je het meest hoort. En: “Wie veel heeft gestolen, heeft veel te verliezen.” Ook nu zien ze dat er alles wordt gedaan om te voorkomen dat er een schuldige wordt aangewezen. Politici en ambtenaren worden beschermd. De rechter die politici opriep voor ondervraging, is vervangen. Een verzoek van de nieuwe rechter om de immuniteit van parlementsleden op te heffen, is afgewezen. Enzovoort.

Crisis zonder weerga

Op deze manier worden het wantrouwen en de haat tegen de regering alleen maar groter. En zoals het gaat in deze tijd, maar vooral in het Midden-Oosten: mensen zoeken hun toevlucht in allerlei theorieën, al dan niet zelfverzonnen. Na een jaar van gokken, raden en wachten op de resultaten van een onderzoek dat maar niet van de grond komt, wijzen de vingers in alle richtingen: Israël, Hezbollah, Iran, Amerika, Syrië, de maffia, de regering zelf. Verschillende organisaties, waaronder Amnesty en Human Rights Watch, hebben de Verenigde Naties nu opgeroepen een onafhankelijk onderzoek te doen.

Als dat nou maar alles was. Er is ook nog corona, en een economische crisis zonder weerga, met grote tekorten aan stroom, benzine en medicijnen, een razende inflatie, een regering die zichzelf maar niet wil vormen, en een bevolking die almaar bozer en bozer wordt vanwege alle corruptie en incompetentie. Vandaag zal het centrum van Beiroet vollopen met deze mensen. Ze willen eigenlijk maar één ding: hun leven terug. En als dat niet goedschiks kan, dan misschien maar kwaadschiks.

Nagy, met zijn baard en wilde krullen, is in elk geval klaar voor actie. “We willen geen geweld gebruiken,” zegt hij. “Maar we gaan ons ook niet laten wegjagen.” Hij vertelt bijvoorbeeld hoe ze soldaten willen bekogelen met verf, zodat iedereen kan zien dat ze tegenover het volk hebben gestaan. Maar hij blijft vaag over de vraag wat er gebeurt als hun vorm van ‘geen geweld’ een agressieve reactie van nerveuze militairen uitlokt. Het zal niet de eerste keer zijn dat het leger of de politie het vuur opent op demonstranten. Dat moet dan maar, is zijn onuitgesproken gedachte. Anderen zeggen het duidelijker: “Het is nu of nooit. Alleen vandaag zijn er zo veel mensen op de been. Dit is onze kans om iets te gaan veranderen.”

Een gebouw dat vorig jaar werd beschadigd tijdens de explosie. Er kwamen drie mensen om.  Beeld AP
Een gebouw dat vorig jaar werd beschadigd tijdens de explosie. Er kwamen drie mensen om.Beeld AP

Eenmalige steun

Nederland maakt eenmalig 10 miljoen euro extra vrij om Libanon te helpen bij de nasleep van de explosie in Beiroet. Structurele hulp komt er pas als Libanon een nieuwe regering heeft. Met die boodschap woonde minister van Buitenlandse Zaken Sigrid Kaag woensdag een conferentie over het land bij.

“Nederland is zeer bezorgd over het lot van de Libanese bevolking,” zei Kaag. “Bijna de helft van de Libanezen heeft moeite om aan hun basisbehoeften te komen. De huidige economische en financiële crisis draagt bij aan deze situatie.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden