PlusAchtergrond

Een einde aan de war on drugs: de kersverse, linkse Colombiaanse president wil het – maar hoe?

De nieuw aangetreden Colombiaanse president Petro wil een einde maken aan de war on drugs. Net als andere Latijns-Amerikaanse leiders voor hem, pleit hij voor een alternatief voor het repressieve anti-drugsbeleid. Maar wat kan hij nu echt beginnen tegen de machtige drugskartels?

Tom Kieft
Cocaboeren in het noordoosten van Colombia probeerden in mei dit jaar regeringssoldaten tegen te houden die opdracht hadden hun oogst te vernietigen.  Beeld AFP
Cocaboeren in het noordoosten van Colombia probeerden in mei dit jaar regeringssoldaten tegen te houden die opdracht hadden hun oogst te vernietigen.Beeld AFP

Gustavo Petro is al jaren kritisch op de vaak bloedige Colombiaanse drugsaanpak. Als burgemeester van Bogotá benaderde hij de drugsproblematiek in de hoofdstad – haaks op het landelijke beleid – als een gezondheidsprobleem, en bij zijn drie pogingen (!) om president van Colombia te worden beloofde hij telkens de oorlog tegen drugs te zullen stoppen.

Dus dat Petro (63) afgelopen zondag tijdens zijn inauguratiespeech pleitte voor een nieuwe koers, kwam niet als een verrassing. Maar hoewel verwacht, markeerden de uitspraken van de eerste linkse Colombiaanse president een historische verschuiving voor het anti-drugsbeleid van het Latijns-Amerikaanse land.

De internationale war on drugs heeft volgens Petro gefaald. Een miljoen Latijns-Amerikaanse doden vanwege drugsgeweld verder, is de cocaïneproductie in Colombia en omliggende landen alleen maar toegenomen. Colombia en de rest van Zuid-Amerika zou volgens hem niet meer moeten lijden voor de drugsverslaving van de Verenigde Staten en Europa. “Het is tijd voor een internationale conventie die erkent dat deze aanpak niet werkt,” sprak hij vanaf het Plaza Bolívar in Bogotá.

Eerste linkse president

Petro is niet de eerste Colombiaanse president die erkent dat de oorlog tegen drugs niet loopt, maar wel de eerste die dat aan het begin van zijn ambtstermijn doet. Zijn conservatieve voorgangers deden dat, áls ze dat al deden, alleen in de nadagen van hun presidentschap, meer als disclaimer voor gefaald beleid dan om er daadwerkelijk wat aan te doen.

“Voor Colombia is Petro’s voornemens voor het drugsbeleid zijn heel bijzonder. Maar dat was zijn verkiezingswinst overigens sowieso ook al,” zegt Kees Koonings, hoogleraar antropologie en conflict aan de Universiteit Utrecht. Hij doelt daarbij op de achtergrond van Petro. Behalve de eerste linkse president van het land is hij ook de eerste president met een achtergrond in een guerillabeweging, de M19. Koonings: “En daarbij hoort een lijst ideeën en voornemens die radicaal afwijken van wat je tot dan toe in Colombia zag."

De grote vraag blijft natuurlijk: hoe? Sinds de Amerikaanse president Richard Nixon vijftig jaar geleden drugs de oorlog verklaarde en het door de VS gesubsidieerde opjagen van drugskartels in Zuid-Amerika begon, hebben vele Latijns-Amerikaanse presidenten al geprobeerd het geweld te stoppen en de macht van de drugskartels te breken.

De Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador verklaarde de war on drugs tijdens zijn campagne in 2018 ook al failliet. Maar vervolgens veranderde er niets. Koonings: “Zodra hij aan de macht was, viel hij toch weer terug op een strategie van militariseren. Hij heeft dat einde aan de drugsoorlog dus kennelijk alleen als campagneboodschap gebruikt. Of hij zag snel in dat er voor hem toch geen andere mogelijkheid was.”

Aangepaste strafmaat voor kartelbazen

De hoogleraar denkt niet dat het bij Gustavo Petro om een lege verkiezingsbelofte gaat. Voor Petro is het einde aan de oorlog tegen de drugskartels onderdeel van een breder plan, een dat hem bovendien nauw aan het hart ligt. De ex-guerrillero is aangetreden met de belofte zich hard te maken voor ‘totale vrede’ in Colombia, door zowel met de Farc en andere guerrillabewegingen aan tafel te gaan als met de drugskartels. En zo dus vrede te stichten. Koonings: “Voor de drugskartels gaat dat om zogenaamde juridische onderhandelingen. Dan moet je denken aan een aangepaste strafmaat voor het opgeven van wapens of illegale activiteiten.”

De centrumlinkse Petro heeft politiek de wind mee. In Latijns-Amerika wint progressief gedachtegoed, onder andere ten aanzien van de drugsaanpak, terrein. En hoewel Petro’s partij geen meerderheid in het parlement heeft, heeft zijn coalitie brede steun – en heeft Petro in elk geval nu nog veel ruimte om zijn plannen door te voeren.

Ook vanuit de Verenigde Staten, historische bondgenoot van Colombia in de regio en belangrijk geldschieter, krijgt Petro van de regering-Biden wat ruimte om de grenzen op te zoeken, verwacht Michiel Baud, emeritus hoogleraar Latijns-Amerikastudies aan de Universiteit van Amster­dam. “Tenzij Colombia cocaïne bijvoorbeeld zou willen legaliseren, dat zou de VS nooit accepteren. Maar Petro heeft met Biden in het Witte Huis wel wat manoeuvreerruimte.”

Toch zijn de onderzoekers verre van optimistisch over de kansen om de cocaïnecriminaliteit echt een halt toe te roepen. Petro noemde het legaliseren van marihuana tijdens zijn campagne als onderdeel van een oplossing, om boeren die coca (de plant waar cocaïne van wordt gemaakt) verbouwen aan te moedigen over te stappen op het verbouwen van deze minder gevaarlijke drug.

Wensdenken, volgens Koonings. “Cannabis is minder lucratief en dus blijft het verdienmodel voor kartels cocaïne.” Dat ziet hij ook niet veranderen, ook niet in het onwaarschijnlijke geval dat Colombia cocaïne zou legaliseren. “Zolang de drug gecriminaliseerd blijft in West-Europa en de VS, dé grote afzetmarkten, blijft de illegale handel voor kartels interessant.”

Legaliseren van marihuana

Baud beaamt dat: “Dat Petro de drugskartels om tafel wil krijgen is wel echt revolutionair, dat heb ik nooit zo gezien, maar veel kans geef ik hem niet. Hij kan hoogstens het geweld beperken, door bijvoorbeeld een wapenstilstand af te dwingen. Maar die drugsbazen gaan echt hun business niet zomaar opdoeken.”

Voor sommige drugsdealers, of narco’s, zal het volgens Koonings wel degelijk interessant zijn om een deal sluiten met justitie voor een verlaagde strafmaat. “Het is natuurlijk een ongewis bestaan, ze weten nooit of ze de volgende ochtend halen. Dus als ze een bemiddeld burgerschap en overzienbare strafmaat uitonderhandeld kunnen krijgen, why not? Het probleem is – en dat zag je bij het demobiliseren van vorige generaties paramilitairen ook – dat als de ecologie van geweld en criminaliseren van drugs niet verandert, er gewoon een nieuwe lichting drugsbazen het vacuüm zal opvullen. Dan heb je alleen andere poppetjes maar blijft het probleem hetzelfde.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden