PlusAchtergrond

Een dosis ophef heeft Boris Johnson nog nooit iets gekost

De Britse kiescommissie is een onderzoek gestart naar de renovatie van Downing Street: betaalde premier Boris Johnson die wel zelf? Sjoemelende politici betaalden in het verleden een electorale prijs, Johnson zou nu zomaar een uitzondering kunnen blijken.

Wie betaalde de verbouwing van de woonruimte aan Downing Street?  Beeld Getty Images
Wie betaalde de verbouwing van de woonruimte aan Downing Street?Beeld Getty Images

“Onethisch, dwaas, mogelijk illegaal en zeer waarschijnlijk in strijd met de regels.” Dominic Cummings, voormalig topadviseur Johnson en geroemd en gehaat als ‘het brein achter brexit’, had de premier naar eigen zeggen nog zo gewaarschuwd: laat je donoren betalen voor de verbouwing van de woning van de Britse premier, dan gaat dat gedoe opleveren.

De Britse kiescommissie, die toezicht houdt op het verkiezingsproces, onderzoekt de renovatie van de woning aan Downing Street. Alles draait om de vraag wie de ingrijpende verbouwing heeft gefinancierd. Johnson zelf was het niet, berichten Britse media. De premier betaalt zich scheel aan alimentatie en klaagt al sinds zijn aantreden over zijn naar eigen zeggen veel te lage salaris. Het potje dat de premier jaarlijks mag uitgeven aan onderhoud van de woning bevat 30.000 pond, bij lange na niet genoeg voor de verbouwing à twee ton.

Vermoedelijk heeft Johnson geld geleend bij partijvriend Lord David Brownlow. De premier volhardt in zijn antwoord dat hij uiteindelijk zelf heeft betaald, maar ontkent die lening niet expliciet. Dat laatste is belangrijk: heeft hij inderdaad een donatie ontvangen, dan had hij dat volgens de wet moeten opgeven om de indruk idee van belangenverstrengeling te vermijden.

Belangenverstrengeling lijkt een thema van de Britse premier. De BBC berichtte vorige week over sms’jes tussen Johnson en Sir James Dyson, de man achter het stofzuigerimperium. De premier had Dyson op het hoogtepunt van de pandemie gevraagd te helpen met het aankopen van beademingsapparatuur. Prima, had Dyson geantwoord, maar dan moest Johnson hem helpen met een belastingprobleem.

Tweede huis

Onzeker is of hij daadwerkelijk een vriendendienst heeft bewezen, maar alleen al de schijn van corruptie kan fataal zijn voor de premier. Toch is Johnson niet uniek; het Britse verleden heeft een lange lijst van politici die het niet te nauw namen met de financiën.

Neem het declaratieschandaal dat in 2009 speelde. The Daily Telegraph kreeg de beschikking over een diskette met informatie over onkostenvergoedingen van Britse parlementariërs. De krant publiceerde druppelsgewijs, dag na dag, zes weken lang over onjuiste declaraties. Met name de regeling voor een tweede huis – veel parlementsleden woonden in kiesdistricten ver weg en hielden een extra woning aan in Londen – werd veelvuldig misbruikt.

De parlementariërs, tientallen in totaal, maakten misbruik van de onkostenvergoedingen. Zo declareerde minister Jacqui Smith van Binnenlandse Zaken door haar echtgenoot gehuurde pornofilms en vroeg het conservatieve parlementslid Douglas Hogg een vergoeding voor het laten stemmen van zijn piano. Het onbetwiste dieptepunt: een drijvend eendenhok in de vijver van de conservatieve politicus Sir Peter Viggers. Een declaratie à 1645 pond.

Vervolging

Viggers ontkende dat hij het geld had ontvangen, maar trad toch terug. Hetzelfde gold voor minister Smith en een flink groep andere parlementariërs. Een deel werd zelfs vervolgd. De regerende Labourpartij duikelde in de peilingen en verloor een jaar later de verkiezingen.

Ook premier Johnson moet vrezen dat de schandalen aan hem blijven kleven, zeker gelet op de media-aandacht vanwege de regionale verkiezingen aanstaande donderdag. Toch is er in de peilingen nog weinig te zien van een eventuele dalende populariteit. Integendeel, zijn Conservatieve Partij loopt alleen maar verder uit op de rivalen. En dat terwijl slechts 35 procent van de ondervraagde Britten zegt dat ze hun premier betrouwbaar achten.

Het zijn ogenschijnlijk tegenstrijdige cijfers, maar verklaarbaar: Johnson heeft talrijke controverses al jarenlang aan z’n broek hangen. Of zoals Matthew Goodwin, hoogleraar politicologie aan de universiteit van Kent, het in The New York Times omschrijft: “Dat hij wordt gezien als een clown en een grappenmaker, zit bij de prijs inbegrepen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden