Plus Interviews

Ebola in Congo: de schrik zit er goed in

Nu het dodelijke ebolavirus de grote stad Goma in Congo heeft bereikt, kruipt de angst in de hoofden van de bewoners. Onder hen ook Nederlanders, die extra alert zijn. ‘Een helm op de motor? Niet doen.’

Gezondheidswerkers beginnen aan hun dienst in een Ebola-kliniek in Beni, Congo. In Oost-Congo zijn al meer dan 1600 mensen overleden aan het virus. Beeld Jerome Delay/AP

Hoeveel mensen er precies in de Congolese stad Goma wonen, heeft niemand bijgehouden. In elk geval één miljoen, maar waarschijnlijk het dubbele. Zulk giswerk maakt een precieze aanpak om het ebolavirus uit te roeien bijna onmogelijk. 

Niet alleen lokale overheden en hulporganisaties maken zich daar ernstige zorgen over, ook de Wereldgezondheidsorganisatie luidde deze week de noodklok. De epidemie heeft in een jaar al 1600 mensen het leven gekost en is nog lang niet onder controle, zeker niet nu het virus ook Goma heeft bereikt. Tot nu toe viel daar één dode door het virus, maar gevreesd wordt voor meer besmettingen in de stad, of zelfs over de grens. Buurland Rwanda ligt dichtbij: 10 minuten rijden.

Voorzorgsmaatregelen

In Goma zit de schrik er goed in. Bij de lokale bevolking, maar ook bij de circa vijftien Nederlanders die hier wonen en werken. Zij nemen extra voorzorgsmaatregelen. Niemand is vergeten hoe het virus in 2014-2016 in West-Afrika om zich heen sloeg. 11.000 mensen overleden toen. 

In Goma, waar het wemelt van de afgeladen minibusjes – vijftien passagiers is doodnormaal –, motortaxi’s en winkeltjes kan Ebola zich makkelijk verspreiden. Het virus wordt onder andere overgedragen via zweet en speeksel.

De zendeling

Geen hand meer geven

Lars en Anne Wolfswinkel wonen sinds 2016 samen met hun drie jonge dochters in Goma en zijn zendeling bij een lokale kerk.

Lars: “Toen we naar Goma emigreerden, hadden we geen geld voor een auto. Wilden we naar de stad, dan stapten we achterop bij een motortaxi. Daarvan hebben we deze week gezegd: dat doen we niet meer. We willen het risico op besmetting met ebola zo klein mogelijk houden. De regering heeft de verkeersregels ook aangepast. Passagiers die een helm krijgen van de chauffeur hoeven die niet meer te dragen. Ze waren toch al van slechte kwaliteit, maar de helm kan ook een bron van besmetting zijn. Verder zie je caissières in de supermarkt met handschoenen en mondkapjes. Bij basisscholen en kerken worden handwasstations uitgedeeld. We geven ook geen hand meer, maar tikken elkaar aan met de ellebogen.”

Anne: “Bang? Nee, maar we moeten de risico’s ook niet uitvlakken. Mocht er hier een uitbraak komen, dan overweeg ik tijdelijk met onze dochters (5, 3 en 8 maanden) naar Nederland te gaan. Maar voor hoe lang? Een andere optie is: in huis blijven, openbare plekken zoals de speeltuin mijden, maar dat is niks voor ons.”

Lars: “Morgen ga ik weer naar de gevangenis om het evangelie te delen. Voorlopig gaan we daar mee door. Ik heb het idee dat de vrees onder expats groter is dan onder de Congolezen. De bewoners hier hebben al zo veel meegemaakt. De doorsnee Congolees is niet zo snel van zijn stuk.”

De diplomaat

Al minder toeristen

Leonard van Roekel is VN-medewerker bij vredesmissie Monusco en woont sinds november vorig jaar in Goma met zijn vrouw Paulette, die ook voor de VN werkt.

“Afgelopen week kreeg ik een appje van mijn dochter: of het nog wel veilig was in Goma? Ik heb nog niet het gevoel dat we hier weg moeten. Als het virus zich gaat verspreiden, is dat een ander verhaal. De overheid heeft gelukkig goede maatregelen genomen. Er zijn controleposten opgezet, aan de grens en op straat, waar de temperatuur van voorbijgangers wordt gemeten. Bij het restaurant waar ik gisteren was, moest ik verplicht mijn handen wassen, ook al kwam ik net onder de douche vandaan. Dat gebeurt bij het kantoor van de VN ook. Er staan beveiligingsmedewerkers bij de poort die chloorspray op je handen spuiten en in het toilet zijn extra zeepjes en wc-blokjes aangevuld. Ik zie deze week minder toeristen in de stad. Normaal komen zij naar Goma om gorilla’s te spotten in het Virungapark. Dat is hier veel goedkoper dan in Oeganda of Rwanda en begon net een beetje in trek te raken, maar de vrees voor ebola houdt toeristen tegen. Ik probeer me nog geen zorgen te maken, maar toch: het is wel een dingetje hoor dat ebola onze woonplaats heeft bereikt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden