PlusAchtergrond

Dit zijn dé jonge wetenschappers om in de gaten te houden: ‘Ze is eigenwijs, maar blijkt vrijwel altijd gelijk te hebben’

Een nieuwe vorm van het internet, onderzoek naar emoties van apen en een zoektocht naar de oorsprong van jeuk: ter gelegenheid van het honderdste nummer van New Scientist vroeg de redactie aan de beste Nederlandse wetenschappers wie volgens hen het grootste talent uit hun vakgebied is.

Mieke Zijlmans
null Beeld Yoko Heiligers
Beeld Yoko Heiligers

Sophie Hermans (29)
Onderzoeksinstituut QuTech in Delft
Experimentele natuurkunde

Sophie Hermans begeeft zich in het vakgebied van de quantuminformatica. Ze werkt aan het quantuminternet, een krachtigere en veiligere versie van het huidige internet.

‘Sophie staat symbool voor de moderne wetenschap: slim, open en sterk in samenwerking.’

- Quantumfysicus Ronald Hanson

“Wij proberen quantuminternet te bouwen dat werkt op basis van andere computerbits dan het huidige internet. Deze nieuwe bits maken gebruik van de eigenschappen van bijvoorbeeld elektronen en lichtdeeltjes. De bedoeling is om hiermee een netwerk te maken met toepassingen die onmogelijk zijn met het internet van nu. Bijvoorbeeld op het gebied van privacy. Stel dat je via het quantuminternet aan Google vraagt je route te berekenen. Op het quantuminternet kun je dat doen zonder dat Google het begin- en eindpunt van dit verzoek kent. De zoekmachine weet dan dus niet waar jij bent. Communicatie via het quantuminternet zal niet te kraken zijn.”

“Deze technologie komt niet in plaats van het huidige internet, ze komt er als het ware ‘bovenop’. Het wordt een extra laag. Op het moment staat het quantuminternet nog in de kinderschoenen, maar het is geen onbereikbare sciencefiction. Hoewel het nog wel tientallen jaren zal duren tot het zover is, wordt het uiteindelijk een alledaags product. Dan kunnen we de ongekende rekenkracht van quantumcomputers bundelen en berekeningen uitvoeren met volledige privacy.”

Sophie Hermans. Beeld
Sophie Hermans.

Mariska Kret (39)
Universiteit Leiden
Cognitieve psychologie

Mariska Kret onderzoekt hoe verschillende diersoorten emoties uitdrukken, en de wat impact daarvan is op hun besluitvorming in het sociale verkeer.

‘Ik ben onder de indruk van het creatieve werk van Mariska over de emoties van primaten, en van de manier waarop ze vergelijkingen trekt met menselijke psychologie.’

– Primatoloog Frans de Waal

“Met alles van hartslagmeters tot observatie proberen we een vinger te krijgen achter de expressie van mens en dier. Lichaamstaal en hersenactiviteit vormen samen een complexe puzzel die antwoord kan geven op de vraag hoe mensen en dieren emoties uitdrukken.”

“Ik wil beter begrijpen wat er omgaat in de hoofden van dieren. Wat voelen ze? Wat voor emoties ervaren ze? Daarover is nog weinig bekend. Er is ook nog niet zoveel onderzoek naar gedaan. Snappen we dit beter, dan kunnen we ook beter begrijpen wanneer dieren pijn hebben en wanneer ze ongelukkig zijn.”

“Met mijn onderzoek wil ik mensen ertoe bewegen zich bewust te worden van de gevoelens van dieren, van hun wensen en zelfs van de empathie die ze voelen. Ik denk dat mensen dan beter met dieren zullen omgaan. Wij moeten onze rol bij het uitsterven van diersoorten beter in kaart brengen, zodat we ons kunnen aanpassen en meer soorten kunnen behouden.”

Mariska Kret. Beeld
Mariska Kret.

Antoinette van Laarhoven (38)
Universiteit Leiden
Psychologie

Het onderzoek van Antoinette van Laarhoven moet leiden tot innovatieve behandelingen tegen jeuk en pijn.

‘Antoinette doet uniek onderzoek om jeuk en pijn beter te begrijpen, zowel vanuit psychologisch als vanuit biomedisch perspectief.’

– Gezondheidspsycholoog Andrea Evers

“Ik ben geïnteresseerd in symptoomperceptie. Daarin speelt psychologie in de breedste zin van het woord een rol. Langdurige of chronische jeuk en pijn zetten een leven op zijn kop. Van deze klachten is jeuk echt een onontgonnen terrein: daarnaar is nauwelijks onderzoek gedaan. Mijn vraag is: in hoeverre spelen psychologische factoren hierbij een rol? In het laboratorium dienen we proefpersonen jeuk- of pijnprikkels toe. Dan beïnvloeden we hun stemming – hun gedachten. Hoe ervaren ze de prikkels dan en wat zien we hiervan terug in het brein?”

“We willen een symptoomperceptiemodel ontwikkelen voor jeuk dat ook geldt voor pijn en andere symptomen. Een model dat specifieke klachten overstijgt. Mogelijk ligt er een overkoepelend proces aan ten grondslag en houdt je brein deels je klachten in stand. Idealiter identificeren we hiervoor per individu welke psychologische factoren het waarschijnlijkst de symptoomperceptie beïnvloeden. Misschien is het ook mogelijk om het brein te ‘trainen’. Je biedt dan prikkels aan en leert het brein wat je als pijn of als jeuk moet ervaren. Mijn uiteindelijke doel is het lijden van mensen te verlichten door de psychologie kant ervan aan te pakken.’

Antoinette van Laarhoven. Beeld
Antoinette van Laarhoven.

Daphne van de Bongardt (37)
Erasmus Universiteit Rotterdam
Sociologie, psychologie en pedagogiek

Daphne van de Bongardt is oprichter van het Love Lab van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar onderzoek wordt gedaan naar intieme relaties, liefde en seksualiteit.

‘Daphne is superslim, eigenzinnig en vernieuwend. Ik bewonder haar omdat zij bij jongeren zulke persoonlijke onderwerpen durft aan te kaarten. Bij haar valt iedere vorm van ongemak weg.’

– Neurocognitief ontwikkelingspsycholoog Eveline Crone

“Ik onderzoek de relationele en seksuele ontwikkeling en gezondheid van jongeren. Seksualiteit is veel breder dan alleen seksuele handelingen: je lichaam ontdekken, verliefd worden en uitzoeken wat je wel en niet wilt met anderen.”

“Ik werk vanuit het ‘multisysteemperspectief’. Allerlei factoren spelen een rol: opvoeders, gezin, vrienden, sociale media, voorlichting op school en cultuur.”

“Ik focus liever niet te veel op verschillen, zoals gendernormen. Neem de uitspraak: ‘Jongens en mannen hebben veel meer zin in seks dan meisjes en vrouwen.’ Die klopt niet. Beide kanten hebben vooral zin in fijne seks. We moeten jongeren niet alleen leren wat ze níét willen; als we willen dat ze relationeel en seksueel gezond zijn, is het belangrijk dat ze het ook kunnen hebben over wat ze wél willen. Ik pleit er daarom voor om de focus op ‘wat willen jongeren níét’ te combineren met ‘wat willen jongeren juist wél.”

Daphne van den Bongardt. Beeld Michelle Muus
Daphne van den Bongardt.Beeld Michelle Muus

Benedetta Artegiani (38)
Nationaal centrum voor kinderoncologie Prinses Máxima Centrum in Utrecht
Genetica

De Italiaanse Benedetta Artegiani werkt met haar onderzoeksgroep in het Prinses Máxima Centrum aan genetische modificatie.

‘Benedetta is behoorlijk eigenwijs, maar ze blijkt uiteindelijk vrijwel altijd gelijk te hebben.’

– Geneticus Hans Clevers

“Wij werken aan een nieuwe technologie om veranderingen te kunnen aanbrengen in de genen. We zoeken allereerst naar manieren om de menselijke biologie te kunnen bestuderen, om daarin zo mogelijk en zo nodig aanpassingen te kunnen aanbrengen. Daar hebben we betere modellen voor nodig, die niet gemaakt zijn van dierlijk, maar van menselijk weefsel. Als we die hebben, kunnen we elke ziekte en elk biologisch proces bestuderen.”

“Die betere modellen zullen zoveel mogelijk lijken op menselijke organen. Daarmee kunnen we dan onderzoeken hoe organen, en ziekten daarin, zich ontwikkelen. Vervolgens modificeer je een paar genen en bekijk je hoe het orgaan op de verandering reageert. Zo bestuderen we hoe genen bijvoorbeeld ontwikkelingsstoornissen veroorzaken, of ziekten zoals hersentumoren.”

“Als we begrijpen hoe ziekten zoals kanker ontstaan, dan kunnen we zoeken naar mogelijkheden om ze te bestrijden door middel van genetische modificatie. Zo willen we een bijdrage leveren aan de toekomstige behandeling van ziekten.”

Benedetta Artegiani. Beeld
Benedetta Artegiani.

New Scientist

Het honderdste nummer van New Scientist verscheen vorige week. Het maandblad is sinds zijn eerste editie in 2013 uitgegroeid tot een wetenschappelijk platform dat zowel via online- als offlinekanalen een podium biedt aan onderzoekers die met hun ideeën de wereld veranderen.

In 1932 verscheen het Nederlandstalige tijdschrift onder de titel Natuur & Techniek, later Natuurwetenschap & Techniek, NWT en NWT Magazine, waarna het in 2013 veranderde in New Scientist. In het verleden zijn ruimtevaarder André Kuipers en minister Robbert Dijkgraaf gasthoofdredacteur geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden