De Sovjetvlag is geplant op het gebouw van de Rijksdag; Hitler is verslagen

Plus Achtergrond

Dit is de Russische kant van D-day

De Sovjetvlag is geplant op het gebouw van de Rijksdag; Hitler is verslagen Beeld TASS via Getty Images

Zonder het Rode Leger was West-Europa niet of veel later van de Duitsers bevrijd. Vlak na D-day begon 75 jaar geleden het Sovjetoffensief om Hitler te verdrijven. Tegen een hoge prijs.

Rusland staat vol herdenkingsmonumenten aan de heroïsche strijd. Geen land ter wereld dat tijdens de Tweede Wereldoorlog zo veel slachtoffers heeft te betreuren. Kom bij de meeste Russen daarom niet aan met D-day. Velen kennen het begrip niet eens. Voor zover ze er wel van ­weten, overheerst het gevoel dat de landing in Normandië en wat daarna kwam, groter wordt gemaakt dan de Russische bijdrage aan het verslaan van de nazi’s.

Misschien lag dat eerbetoon ook niet voor de hand tijdens de Koude Oorlog. Maar de cijfers blijven verschrikkelijk. Ruim 10 miljoen soldaten van het Rode Leger sneuvelden aan het oostfront. Ter vergelijking, dat is ruim zes keer zo veel doden als de 1,5 miljoen geallieerden die aan het westfront vielen. 

Bekeken vanuit Russische kant hebben zíj hebben de grootste offers gebracht en hebben zíj Europa van Hitlers juk ontdaan. De Grote Vaderlandse Oorlog (zoals de Russen en voormalige Sovjetvolken WOII noemen) is nog altijd heilig in Rusland.

Van Stalingrad naar Berlijn

Het non-agressiepact met de Duitsers was van korte duur. In 1941 begon Operatie Barbarossa en trokken 150 Duitse divisies met 3300 tanks en 2700 vliegtuigen verpletterend op naar het oosten. Het tij keerde in Stalingrad, ten koste van 1,2 miljoen doden aan de Sovjetkant. De rollen werd omgedraaid en de Duitse legers werden terug­gedreven. Op 22 juni 1944, 75 jaar geleden, begon Operatie Bagra­tion, waarmee de Russen Wit-Rusland en het oosten van Polen heroverden. Uiteindelijk wapperde de rode vlag in mei 1945 op de Rijksdag in Berlijn.

‘De Russen zijn moe van oorlog’

De Tweede Wereldoorlog heeft van veteraan Konstantin Sjarov (96) een ijveraar voor de vrede gemaakt. ‘Laat de Nederlanders alsjeblieft het voortouw nemen.’

Voor Konstantin Sjarov kwam de Tweede Wereldoorlog toch nog als een verrassing. De Sovjet-Unie had immers een niet-aanvalsovereenkomst met Hitler-Duitsland ge­tekend. “Voor het land van grote schrijvers als Goethe en Schiller was het zeer onbeschaafd om alsnog een oorlog tegen ons te beginnen,” zegt de hoogbejaarde veteraan onderkoeld.

Sjarov werd in 1923 geboren in de regio van Gorki (nu Nizjni Novgorod). Toen de Duitsers op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen, was hij een tiener. Als rekruut belandde hij bij een opleidingsinstituut op de steppes van de Wolga.

“Onze admiraal zei op een dag: we moeten Stalingrad verdedigen ­anders verliezen we de oorlog. Als getrain­de piloten moesten we nog anderhalve maand naar een speciale infanterieschool. Ik kwam uiteindelijk bij de militaire inlichtingendienst. We waren trots, wilden vechten op elke willekeurige plek.”

De tocht naar het front was zwaar, vertelt Sjarov, want die ging te voet. Maar het moreel was hoog. “We zongen onderweg patriottische liederen.” De gevechten begonnen meteen bij aankomst. Sjarov raakte door granaatsplinters gewond aan de rechterhand. Hij kon zijn geweer niet meer dragen. De leiding stuurde hem naar een ziekenhuis achter de Oeral. Hij genas en keerde in 1943 terug naar het front, deze keer bij een tankbrigade, die actief was bij de overwinning bij Stalingrad, de bevrijding van Koersk en de doorsteek naar de Djnepr in Oekraïne. Vervolgens ging het door naar Wit-Rusland. Sjarov: “Daar verloren we veel mensen en materiaal. In de winter van 1944 was de strijd hevig.”

Krijgsgevangenen

“Na Polen bereikten we Duitsland. Een van de aanvalsmarsen was meer dan 550 kilometer. Te voet! Op 2 mei 1945 vielen we de westkant van Berlijn aan, we kwamen vanuit Maagdenburg. In het stadje Burg gaven de laatste Duitsers zich aan ons over. We namen 1350 van hen krijgsgevangen. Zo eindigde voor ons de oorlog. Veel heroïsch hebben we niet gedaan, het was gewoon onze plicht,” toont Sjarov zich van zijn bescheiden kant.

Om na de oorlog een bijdrage te leveren aan de vrede, werkte Sjarov jaren­lang voor de Unie van Russische Veteranen. Tot een jaar of vijf geleden nog. “Toen vond mijn vrouw het genoeg geweest,” glimlacht Sjarov, terwijl hij een minzame blik laat gaan over zijn (tweede) echtgenote. “Ze zorgt niet alleen voor me, maar inspireert me elke dag.”

Zijn eega wijkt tijdens het gesprek niet van zijn zijde en schenkt thee. Zodra de verslaggever te snel wil, roept ze hem streng tot de orde: “Daar komt Konstantin Michaïlovitsj weldra vanzelf over te spreken.”

De veteranenunie bestaat niet meer. “Maar ik hoop dat ze weer kan worden heropgericht,” zegt Sjarov. “We moeten een weg vinden om elkaar te begrijpen. Rusland zal Europa nooit aanvallen. We hebben al zo veel miljoenen verloren. De Russen zijn moe van oorlog, we kennen de prijs ervan.”

Wat denkt hij: was D-day echt nodig, of had het Rode Leger de nazi’s op eigen kracht ook kunnen verslaan? De oude militair twijfelt even. “Ik denk dat we het wel alleen hadden afgekund. Maar tegen welke prijs? Zo veel meer doden aan onze kant.”

Na de oorlog reisde Sjarov enkele malen naar de Verenigde Staten om te praten met de Amerikaanse veteranen en college te geven over de Sovjetkant van WOII. Hij spreekt nog steeds een klein beetje Engels en zegt dat hij altijd prima met Amerikanen en Europeanen overweg kon.

Voortouw nemen

Niettemin stelt hij voor het huidige conflict tussen het Westen en Rusland – dat losbrak na de annexatie door de Russen van de Krim begin 2014 en de oorlog in Oost-Oekraïne – vooral het Westen verantwoordelijk. “Te beginnen met de eis dat het Kremlin de aanleg staakt van Nord Stream 2 (de gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland door de Baltische zee, red.). Maar we willen het gas verkopen zonder politieke spel­letjes, zoals ze in Europa zeggen.”

Sjarov heeft nog een speciaal verzoek aan de Nederlanders: “Voor de Amerikanen moet Rusland koste wat kost gestraft. We hebben met Nederland zo lang zo goed samengewerkt. Laat de Nederlanders alsjeblieft het voortouw nemen voor betere betrek­kingen tussen Rusland en het Westen.”

‘De Russen zijn moe van oorlog’

Pjotr Sagan (92) was erbij toen het Rode Leger vanaf 1943 de Duitsers terugjoeg en ook toen zijn tank­bataljon Berlijn inreed. Als een van de weinig overgebleven veteranen kan hij er nog over vertellen.

Toen het Rode Leger in 1943 de stad Koersk had bevrijd, kreeg Pjotr Sagan een oproep. Hij werd opgeleid tot artillerist en in drie maanden voorbereid op de strijd. Hij was de jongste commandant van een tankeenheid. “Voor elke veldslag kregen we honderd milliliter wodka, om de angst te verdoven. Maar als eenmaal overal vuur vandaan komt, verdwijnt die angst. Als je zo op je doel bent ge­focust, denk je er niet meer aan.”

De veteraan is behangen met medailles die hij kreeg vanwege zijn moed in de Grote Vaderlandse Oorlog. Trots toont hij een theeglas­houder, gemaakt van goud en zilver. “Gekregen op mijn negentigste verjaardag, van Poetin,” glundert de veteraan. Hij laat ook een felicitatiekaart zien met de handtekening van de president.

Fenomenaal geheugen

“Na Koersk, Orjol en Stalingrad begon de bevrijding van Oekraïne. We forceerden de verovering van de rechteroever van de Dnjepr. We hadden geen boten en dus maakten we van hout en benzinevaten vlotten, zetten onze kanonnen erop en staken de rivier over. Een enorme veldslag, de verliezen waren enorm. We bevrijdden Kiev, de stad lag aan puin, zoals alle steden.”

Daarna rolde het Rode Leger verder. Wit-Rusland, Litouwen, Letland, Estland en Polen en Koningsbergen, nu Russisch Kaliningrad, werden veroverd. Sagan raakte gewond, een granaatscherf in het been. Maar vervolgens keerde hij terug naar het front. “We hebben alles bevrijd,” zegt hij.

Sagan hield zijn herinneringen aan de oorlog levend door ze in dichtvorm te gieten. Soms treedt hij drie kwartier achtereen op. Dan vertelt hij over de oorlog aan belangstellenden en reciteert hij zijn gedichten. Uit het hoofd. Zijn geheugen is, ondanks zijn hoge leeftijd, fenomenaal. Ook tijdens het gesprek borrelen soms zelfgemaakte versregels op:

“De oorlog is al 70 jaar voorbij

Maar tijd raakt niet aan de zege

En aan de glorie van die jaren op

een rij

Hoewel de kleinzonen al langer zijn

dan hun opa’s, die nog leven

De oorlogsstorm heeft hij doorstaan,

zonder af te laten weten

toch wordt de veteraan steeds ouder

IJzeren rotten slinken in alle

­breedten

en wonden drukken als een last

nu op zijn schouder”

Bij het opzeggen van de regels is Sagan zichtbaar ontroerd en veegt hij een traan uit zijn oog. De oorlog raakt hem nog dagelijks. Zo herinnert hij zich nog levendig de mars op Berlijn.

De tegenstand was heftig. De Sovjets zetten 6250 tanks in. Het aantal slachtoffers voor deze slag wordt geschat op 200.000; 81.000 Russische soldaten sneuvelden of raakten vermist, tegen 88.000 Duitsers.

“Er werd overal geschoten, we lanceerden onze Katjoesjaraketten. De stad was verwoest, geen licht, geen water, geen voedsel. Onze soldaten begonnen op straat eten te maken voor vrouwen en kinderen. We mochten ons niet wreken op de burgers van Berlijn, want zij waren immers niet schuldig.” Niettemin vonden er op grote schaal verkrachtingen plaats, zoals beschreven in het boek Vrouw in Berlijn van Anoniem (pseudoniem van de schrijfster).

Zijn meest indringende gedachtenis aan de laatste slag? Sagan hoeft er geen seconde over na te denken. “In een kelder zag ik een kind van een jaar of twee. Het zat bij zijn moeder, gedood door een bombardement. De aanblik ging me door merg en been. Ik heb het kind opgepakt en aan de officieren overgedragen.” Hij kan het niet vertellen zonder vochtige ogen.

Nog nooit ballpoint gezien

“Ik kreeg de opdracht met dertig krijgsgevangen een broodfabriek opnieuw op te bouwen. Een vrouw en kind liepen langs. ‘Hans, Hans!’ riep de vrouw tegen een van de gevangenen. Het was haar man, die ze al die tijd niet had gezien. Ze omhelsden elkaar in tranen. Wat kon ik doen. ‘Weg, nach Hause!’ heb ik ze toegeroepen, ze konden gaan. De vrouw keek me aan en omhelsde ook mij. Daarna vertrokken ze.”

“Toen we de Amerikanen ontmoetten aan de Elbe, zag ik voor het eerst een zwarte man. We hebben elkaar omhelsd en souvenirs uitgewisseld. Ik gaf hem een op de Duitsers buitgemaakt horloge en een aansteker. Hij mij een zaklantaarn en een potlood. Ik dacht: wat moet ik daar nou mee? Die hebben we zelf ook wel. Bleek het een ballpoint te zijn, die had ik nog nooit gezien.”

Sagan kon als Sovjetburger nooit terug naar Berlijn. Wel woonde hij in 2015 de 70-jarige herdenking van de oorlog in Londen bij. Hij droeg er uiteraard een van zijn gedichten voor:

“De dood zit hen nog immer op de

hielen

Het front blijft tarten na de avondval

Medailledragers, die trotse zielen

Ze worden minder in getal

Hun ouderdom voelt als een last

Alle nood en pijn zijn nog niet

­geblust.

Dus laat ons waardig leven en gepast.

En Navo laat ons alstublieft met rust”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden