PlusReportage

De verhalen uit de Bataclan gingen door merg en been: ‘Als ze ons straks vinden, wil je me dan vasthouden’

In de rechtbank van Parijs vloeiden de afgelopen weken volop tranen. Overlevenden van de aanslagen van 13 november 2015 kregen het woord.

Frank Renout
Een herdenking van de aanslagen van 13 november 2015. Er kwamen die avond in totaal 130 mensen om. Beeld Thibault Camus/AP
Een herdenking van de aanslagen van 13 november 2015. Er kwamen die avond in totaal 130 mensen om.Beeld Thibault Camus/AP

“Ik hoorde drie, vier, vijf schoten. Daar stonden ze: achter ons, op twee meter afstand. Ik dacht: ik ben 24 jaar oud. Nu ga ik dood. Ik hoop dat het geen pijn doet.”

In de rechtszaal is het stil. Clarisse staat achter de microfoon. Ze is een ‘rockfanaat’, vertelt ze. Op die avond van de 13de november 2015 had ze met vrienden een flesje whisky de Bataclan in gesmokkeld. Dan hoefden ze niets in de zaal te kopen. “Zo doen studenten zonder geld dat.”

Ze stond bij de ingang toen ze de terroristen hoorde schieten, achter haar. Ze vluchtte en dat kon alleen door de zaal ín te rennen. Ze botste op anderen, gooide glazen bier om, en rende een trap op, tot de tweede verdieping. “Daar stond ik, in een kleine lelijke ruimte van gipsplaat. Ik dacht: wat een shitdood als ik hier straks sterf!”

James Bond

In een toilet sloeg ze het plafond stuk en ze klom naar boven. “Ik moest glaswol opzij schuiven en zag allemaal elektriciteitsdraden.” Clarisse hielp anderen omhoog, verstopte zich en eindigde staand, met haar hoofd in een luchtkanaal. Een man, ook voor de terroristen gevlucht en omhooggeklommen, kwam naast haar staan. “Hij heette Patrick. Hij was ongeveer even oud als mijn vader. Ik vroeg hem: ‘Als ze ons straks toch vinden, wil je me dan vasthouden? Als we moeten sterven, laten we dan maar omhelsd sterven’.”

Beneden in het toilet had zich een rij gevormd: mensen die zich wilden verstoppen. In die rij stonden onder anderen Nicolas en Émilie. “Clarisse, dat was onze James Bond. Zij had het geweldige idee het plafond stuk te slaan,” vertelde Nicolas. “Er was een zwangere vrouw. Die hebben we voor laten gaan.”

Niemand drong voor

Daarna probeerde Émilie door het gat te klimmen. “Maar het lukte niet, ik ben te zwaar,” vertelde ze. De ter­roristen schoten ondertussen rond in de zaal. Émilie probeerde nog eens omhoog te komen. Tevergeefs. Achter haar stond die hele rij mensen. Ze hoorden het geknal van kalasjnikovs. Maar niemand in de rij drong voor.

Émilie wilde het opgeven, om anderen niet te laten wachten, ‘om ze niet de dood in te jagen’, maar ze werd door de mensen in de rij juist aan­gemoedigd om het nog eens te pro­beren. En toen redde ze het. “Mensen hielpen elkaar, zei Nicolas. “Er was een gevoel van medemenselijkheid.”

Politie die avond, in de buurt van de Bataclan. Beeld Christian Hartmann/REUTERS
Politie die avond, in de buurt van de Bataclan.Beeld Christian Hartmann/REUTERS

De groep die via het toilet omhoog was geklommen, bleef vier uur lang verstopt in het plafond zitten. Pas ’s nachts werden ze door agenten gevonden en bevrijd. Toen moesten ze door de zaal teruglopen, die nog vol met lijken lag, vertelde Clarisse. “Patrick hield zijn hand voor mijn ogen, zodat ik het niet hoefde te zien.”

Toen vond de rechter het tijd om wat te zeggen tegen Clarisse. “U heeft heel veel mensenlevens gered. Dat wilde ik u graag zeggen.”

In de rechtbank van Parijs ging het er de afgelopen weken vaak emotioneel aan toe. De overlevenden van de aanslagen kregen spreekrecht. Ruim driehonderd mensen namen het woord. Ze beschreven het onbeschrijflijke. Het waren verhalen over trauma’s en gebroken levens.

Niet bewegen

Sandrine vertelde hoe ze de afgelopen zes jaar vrijwel niets meer heeft gedaan. Ze durft niet meer te be­wegen, want als ze in de Bataclan had bewogen, was ze dood geweest, zei ze in de rechtbank. “Ik ben toen levend tussen de doden uit gekomen. En nu ben ik een dode tussen de levenden.”

Gaëlle beschreef hoe zij bij de aanslag zwaargewond raakte en hoe haar partner Mathieu werd doodgeschoten. Ze is de afgelopen zes jaar veertig keer geopereerd aan haar gezicht.

Alix kreeg psychische problemen. “Het was alsof met één klap al het leven uit me werd geslagen. En daarna is er alleen nog een groot zwart gat, dat groter wordt en groter, en me daarna helemaal verzwelgt.”

Georges, de vader van Lola, die in de Bataclan omkwam, verwoordde het bijna poëtisch: “De aanslag veroorzaakte een tsunami van verdriet, die overal druppels van treurnis verspreidde. Ik denk dat ieder van ons door zo’n druppel geraakt is.”

Onzichtbare kogels

Émilie verscheen in de rechtbank, een meisje van 16. Haar vader werd doodgeschoten in de concertzaal. “Ik was toen tien jaar.” Hij zou die avond eigenlijk thuis op haar passen. Maar Émilie moedigde hem aan om naar het concert in de Bataclan te gaan. “Als ik toen had gezegd dat ik liever wél wilde dat hij die avond op me paste, was hij thuis gebleven.”

null Beeld EPA
Beeld EPA

Alain vertelde in de rechtbank over zijn zoon Guillaume. Die overleefde de aanslag in de concertzaal, maar kreeg erna psychische problemen. Hij had nachtmerries, durfde nauwelijks de deur uit en werd depressief. “Guillaume werd die 13de november niet door kogels geraakt, maar hij werd wel geraakt, door onzichtbare kogels die hem langzaam de dood in dreven.” Guillaume maakte in 2017 een einde aan zijn leven. Hij was toen 31 jaar.

Soms beschreven overlevenden alleen maar een kort moment, soms sprak iemand maar één zinnetje uit, soms werd maar één gebaar gemaakt. Het was genoeg om de rechtszaal stil te krijgen.

Grégory werd door de terroristen ­gedwongen naar een balkon van de zaal te lopen. “Waarom neem je je tas mee?” vroeg een van de terroristen. “Straks ben je toch dood.”

Bomvest

Sophie vertelde hoe ze in de concertzaal het dode lichaam van een jongen over zich heen trok. “Om mezelf te beschermen, om te overleven.”

Guillaume (een ander met deze naam) moest van een van de terroristen, Samy Amimour, het podium mee op lopen. Hij hield zijn wapen aan de kolf vast en wiebelde het een beetje heen en weer, alsof het een speeltje was. Dat zag er vreemd uit. Ik had verwacht dat het er, nou eh…. professioneler uit zou zien.”

Vanaf het podium zag Guillaume dat achterin de zaal, in het donker, twee politiemensen verschenen. “Ze schoten. Ze hadden de terrorist als doelwit, dus ik draaide me om, sprong van het podium en rende weg. Op dat moment hoorde ik een enorme ex­plosie. Ik voelde de luchtdruk tegen mijn benen slaan. Later begreep ik dat het de terrorist was die zijn bomvest liet ontploffen.”

Guillaume kon veilig ontkomen en hij slaagde erin zijn leven – naar ­omstandigheden – weer redelijk op te pakken, dankzij gesprekken met zijn ‘redder’. Een week na de aanslag nam de politieman die het schot had gelost, contact met hem op. “We hebben elkaar toen ontmoet. Dat was zó belangrijk voor mijn herstel. Dat contact heeft me enorm geholpen. Deze agent heeft niet alleen mijn leven gered tijdens de aanslag, maar ook erna.”

Twintig verdachten staan terecht

In Parijs staan twintig verdachten terecht voor de aanslagen van 13 november 2015. Een groep ­terroristen vermoordde die avond 130 mensen bij het Stade de France, op caféterrassen en in ­concertzaal Bataclan.

De daders werden allemaal gedood, op één na: Salah Abdeslam. Hij staat nu ­terecht, samen met opdracht­gevers en handlangers. De ­rechtszaak duurt in totaal negen maanden: een vonnis wordt in mei verwacht.

Overlevenden en nabestaanden mochten de afgelopen vijf weken, staand ­tegenover de verdachten, hun verhaal doen. Vanaf 2 november worden de verdachten zelf verhoord en komen ook agenten en onderzoekers aan het woord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden