PlusReportage

De Russische grens is hier binnen handbereik voor het Oekraïense leger

Drie weken nadat het Oekraïense leger tijdens een groot offensief een strook van 50 kilometer breed veroverde, met Koepjansk als uiterste positie, rukt het nog altijd op. Misschien wel tot aan de Russische grens in het oosten.

Jan Hunin
null Beeld Jan Hunin
Beeld Jan Hunin

Het is behoorlijk druk in Koepjansk. Terwijl aan de ene kant van de stad soldaten van de ZSU (Oekraïense Strijdkrachten) een doorbraak proberen te forceren, zijn aan de andere kant hun collega’s van de SBU (Oekraïense Veiligheidsdienst) met een schoonmaakoperatie bezig. Het deel van de stad dat na zes maanden Russische bezetting opnieuw in handen is van Oekraïne moet dringend gezuiverd worden, met name van landgenoten die met de vijand gecollaboreerd hebben.

Het minste wat je kunt zeggen is dat de agenten van de SBU – die nauwelijks van gewone soldaten te onderscheiden zijn – daarbij niets aan het toeval willen overlaten. Na aankomst in Koepjansk, met (vóór de oorlog) 27.000 inwoners niet bepaald een grote stad, verspreiden ze zich in groepjes over een van de buitenwijken waarna bij elke woning wordt aangeklopt. De bewoners moeten hun papieren en telefoon tonen, misschien hebben ze wel met een Russisch nummer gebeld.

Zonder stroom

Helaas staan hun inspanningen niet in verhouding tot de resultaten. Die blijven beperkt tot een paar pakjes Wit-Russische sigaretten. En dat terwijl de voor hun huisje of flatgebouw zittende bewoners hen meewarig aanstaren. Zij weten wel beter natuurlijk; als er iemand met de Russen collaboreerde, dan is die natuurlijk allang weg.

Niet dat ze er in Kroepjansk zo’n drama van maken, van die operatie; ze hebben grotere problemen. Sinds de Russen vertrokken zijn zitten de inwoners er zonder stroom. Water moeten ze halen uit de waterput. Als je een van de voor de deur zittende vrouwen mag geloven, kan het hen trouwens niet veel schelen wie er in hun stad aan de macht is, de Russen of de Oekraïners, zolang die domme oorlog maar ophoudt: “Zou jij het leuk vinden als er bij jou gevochten wordt?”

Natuurlijke verdedigingslinie

Gevochten wordt er helaas nog altijd, in Koepjansk. Weliswaar niet meer in haar stadsdeel – en zelfs niet in het centrum waar eigenlijk niets meer te veroveren valt, zo stukgeschoten ligt het erbij – maar wel verderop, aan de andere kant van de Oskil, de rivier die de twee stadsdelen (Koepjansk en Koepjansk-Voezlovji) van elkaar scheidt. De Russische grens in het oosten is binnen handbereik.

Gemakkelijk zal dat niet worden, want de Oskil, die zoals de andere rivieren in de regio van noord naar zuid loopt, vormt een natuurlijke verdedigingslinie. Bovendien valt aan het geratel van de machinegeweren aan de andere kant van rivier te horen dat de Russen niet van plan zijn om zich zonder slag of stoot gewonnen te geven.

Ingezakte brug

Een bijkomend probleem is dat de overkant alleen te voet te bereiken is. De brug, waarvan de balustrade tijdens de bezetting netjes in de Russische kleuren is geverfd, ligt er ingezakt bij. Maar dat neemt niet weg dat de eerste Oekraïense eenheden er al in geslaagd zijn een bruggenhoofd te vestigen op de andere oever. De dam is aan het breken, zoveel is duidelijk.

Terwijl hier en daar een burger het zwaar bestookte stadsdeel probeert te ontvluchten, maakt een Oekraïense patrouille de omgekeerde beweging. In een langgerekte rij steken ze de brug over de Oskil over, langs een reclamebord waarop staat dat ‘wij’ Russen zijn en een op het voetpad liggend lichaam bij een garage. Daar lassen ze een korte tussenstop in, voor ze zich verder haasten naar de spoorwegbrug in de verte.

Sfeer

Bij het groepje soldaten dat net uit Koepjansk-Voezlovji is teruggekeerd kan de sfeer niet stuk. Ze lachen met een vraag over wie de oorlog gaat winnen (‘wat is dat nu voor een stomme vraag’), al kan dat natuurlijk ook uit opluchting zijn. Een van hen laat op zijn mobieltje een filmpje zien waarop te zien is hoe tijdens een rit door het belegerde stadsdeel vlakbij zijn voertuig een projectiel ontploft.

Het moreel is hoog, veel hoger in elk geval dan bij de agenten van de veiligheidsdienst die aan de rand van de stad op zoek zijn naar collaborateurs. Ondanks hun massale aanwezigheid zijn ze er niet in geslaagd ook maar één vijandelijk element te arresteren.

Branden

Tot een van de agenten opduikt met een Russische vlag, gevonden in de verslavingskliniek van Koepjansk. Terwijl zijn maten met hun mobieltje in de aanslag klaarstaan om het gebeuren op film vast te leggen, probeert hun bevelvoerder de vlag aan te steken.

Maar het bereikte resultaat valt alweer tegen, want zelfs met een krant erbij wil de stof amper vuur vatten, tot groot ongenoegen van de met een bivakmuts uitgedoste commandant: ‘Die slet wil gewoon niet branden.’

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden