PlusReportage

De ontmijners strijden voor een veilig Oekraïne door explosieven op te ruimen

Nergens vallen meer slachtoffers door landmijnen dan in Oekraïne. De ontmijners van Halo Trust helpen de explosieven opruimen. Dat werk gaat nog decennia duren.

Een van de ontmijners aan het werk in de omgeving van het Oost-Oekraïense Loehansk. Beeld Halo Trust

Gehuld in blauwe kogelvrije vesten en getooid met schermhelmen stappen de mannen zij aan zij over het enorme veld. Ze sjouwen een detector van zo’n twee vierkante meter in omvang met zich mee, een soort raamwerk dat ze over de rietachtige begroeiing schuiven. Zodra er een signaal klinkt uit het kastje dat een van hen om zijn middel heeft, houden ze halt. Behoedzaam steken ze vier markeringsstokken in de grond. Dan lopen ze verder, stapje voor stapje.

De mannen zijn ontmijners. Namens de Amerikaans-Britse organisatie Halo, die sinds 2016 in Oekraïne aan het werk is, speuren ze hier naar explosieven. Nergens vallen meer slachtoffers van landmijnen dan in de regio Donbas, waar het Oekraïense leger en door Rusland gesteunde milities al zes jaar tegen elkaar vechten.

Tot nu toe werden 2100 mensen in deze regio slachtoffer van een mijnexplosie, met de dood of zwaar letsel tot gevolg. En de oorlog is nog gaande, zo blijkt, als even verderop gerommel klinkt. “Artillerievuur,” weet Jaroslav Martsjenko, teamleider van de ontmijners. “Op meer dan vijf kilometer,” voegt hij eraan toe – anders had hij de klus moeten staken. Nu kijken de mannen amper op van hun werk.

Rugdekking

Op het veld, een braakliggend stuk landbouwgrond van grofweg acht vierkante kilometer bij het dorpje Loehansk, heeft Halo zes groepen van tien mensen aan het werk. Vijf jaar geleden, toen het leger zich terugtrok na een grote veldslag bij het verderop gelegen Debaltseve, begroeven de soldaten er antitankmijnen om in de rug gedekt te zijn. Daarna lag de grond twee jaar in het niemandsland tussen de strijdende partijen.

Nu het Oekraïense leger het gebied onder controle heeft, is Halo er aan het werk. In een jaar vonden de ontmijners 110 explosieven: antitankmijnen, maar ook allerlei andere onontplofte explosieven. En restanten van mortieren. Martsjenko toont een emmer gevuld met zware, roestbruine scherven.

Het is niet alleen ontmijnen waar Halo zich mee bezighoudt. De organisatie geeft ook voorlichting aan burgers. Zoals in Kramatorsk, een stadje waaruit het leger in 2014 de door Rusland gesteunde milities heeft verjaagd. In een klas­lokaal legt een medewerkster van de organisatie dertig kinderen uit wat je moet doen als je in aanraking komt met wapentuig.

Beeld Laura van der Bijl

De ervaring van de negenjarige Vanja Kalinin maakt de meeste indruk. Hij was aan het spelen in een verlaten schoolgebouw, vertelt hij, toen hij een doos met granaten vond. “Mijn vriendje dacht dat het aardappels of lampenbolletjes waren, maar ik had het idee dat er iets niet klopte.”

Hij riep een twaalfjarige vriend erbij, die zijn moeder belde, die vervolgens de politie informeerde. De kinderen applaudisseren en dreunen dan in koor het lesje op: als je een mijn vindt, wat doe je dan? “Niet rennen, haal een volwassene erbij en bel 112.”

Hoe vaak het mis gaat bij burgers, blijkt ook in Loehansk. Ontmijner Jaroslav Martsjenko vertelt over een keuterboer, die even verderop met zijn trekker op een antitankmijn reed en nu voor zijn leven invalide is. Of een man die na ruzie thuis boos langs de rails was gaan struinen: de familie hoorde een explosie, ze vonden hem ­terug in een plas bloed. Hij stierf op weg naar het ziekenhuis.

Prothesekliniek

De slachtoffers onder de soldaten vind je in de prothesekliniek van Charkov, een stad op tweehonderd kilometer van het front. Zoals Roman Kasjpoer, een twintiger die afgelopen mei tijdens een verkenningsmissie op een zogeheten antipersoneelsmijn liep. “Ondingen zijn het,” zegt hij als hij op zijn telefoon een foto toont van het ronde, donkerblauwgekleurde explosief. Hij scrolt verder en laat zijn verwondingen zien: een uit elkaar gereten rechtervoet, een zwart­geblakerd linkerbeen, zijn uniform hangt aan flarden. “De Russen zijn oneerlijk,” zegt Kasjpoer, die in de kliniek traint met zijn nieuwe, tita­nium voet. “Dit is niet hoe een man hoort te vechten.”

Op de opmerking dat ook Oekraïense soldaten mijnen gebruiken, riposteert hij stellig: “Dit type heb ik in vier jaar dienst nooit bij ons gezien.” In het vredesproces gelooft Kasjpoer niet. “De oorlog stopt pas na onze overwinning.”

Ontmijner Martsjenko haalt de stelregel van de Verenigde Naties aan: één jaar conflict betekent tien jaar mijnenruimen. Dat ze dan dus nog decennia bezig zijn, ontmoedigt hem niet. Hij heeft de belanghebbenden in het achterhoofd, zegt hij. Zoals de honderden werknemers van het landbouwbedrijf die straks weer aan de slag kunnen en medewerkers van het treinstation van de elektriciteitscentrale verderop. “Het is een geweldig gevoel als zo’n veld helemaal is opgeschoond,” zegt hij.

Wat doet Halo?

The Halo Trust (het eerste woord staat voor Hazardous Area Life-support Organization) leidt mensen op tot ontmijners, opdat die hun eigen omgeving van landmijnen kunnen ontdoen. Naast antitankmijnen en antipersoneelsmijnen vinden ze in Oost-Oekraïne ook niet-geëxplodeerde mortieren en zelfs restanten van clustermunitie.

In Oekraïne wonen ruim een half miljoen mensen in de directe nabijheid van het frontgebied en dus van mijnenvelden en explosieven. Onder de 2100 slachtoffers van dat oorlogstuig tot nu toe zijn 135 kinderen.

Op dit moment werkt Halo alleen in het door Kiev gecontroleerde deel van het frontgebied, maar als ‘apolitieke organisatie’ sluiten ze werken aan de andere kant van het front niet uit. Nederland hoort bij de vijf belangrijkste donoren van Halo, dat dit jaar de ploeg in Oekraïne wil uitbreiden tot vierhonderd mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden