PlusAchtergrond

De junta van Myanmar is een jaar na de coup zwakker dan ooit

De eerste verjaardag van de militaire coup in Myanmar ging op 1 februari gepaard met grote problemen voor de junta. De situatie begint de vorm van een burgeroorlog aan te nemen.

Ghassan Dahhan
Vrijwel lege straat in Yangon tijdens een ‘stilte-staking’ van de bevolking. Beeld EPA
Vrijwel lege straat in Yangon tijdens een ‘stilte-staking’ van de bevolking.Beeld EPA

Lege straten en dichte winkels bepaalden het aanzicht van de grote steden in Myanmar afgelopen week. Burgers toonden met dit ‘stille verzet’ hun onvrede over het militaire bewind, dat op 1 februari vorig jaar de macht greep en de democratisch gekozen regering omverwierp.

Junta verkeek zich op het verzet

De autoriteiten hadden voorafgaand aan het stille protest gedreigd alle winkeleigenaren te zullen arresteren als zij aan de staking meededen, en hun bezittingen te confisqueren. De winkels die toch besloten de deuren te openen, hadden weinig bezoekers.

De positie van de junta in Myanmar is na een jaar alleen maar wankeler geworden: ze hoopte met de staatsgreep alle hervormingen van de voorgaande jaren te kunnen terugdraaien, maar verkeek zich op het verzet van de bevolking. Daags na de coup vonden overal in het land protesten plaats, en sindsdien probeert het leger met geweld de geest terug in de fles te krijgen.

Naar schatting zijn in het afgelopen jaar minstens 1500 mensen gedood door politie en leger en ongeveer 9000 mensen gearresteerd. De orde en stabiliteit, die het leger dacht te brengen, zijn na een jaar ver te zoeken: wanorde en geweld breiden zich uit over steeds meer gebieden in het land.

VN-experts noemen het een burgeroorlog

Op de verjaardag van de coup maakte de juntaleider Min Aung Hlaing bekend dat de noodtoestand wordt verlengd met zes maanden. Dit is volgens hem nodig om de strijd tegen de ‘interne en externe saboteurs’ te winnen en de staat te behoeden voor ‘terroristische aanslagen en vernietiging’.

Bij een pro-juntamanifestatie ontplofte op dezelfde dag een bom in een dorp aan de grens met Thailand, waarbij minstens twee mensen omkwamen.

Het geweld in Myanmar is inmiddels zo toegenomen, dat experts binnen de Verenigde Naties vinden dat de situatie met recht een burgeroorlog genoemd kan worden. In december reden militairen met een legervoertuig met hoge snelheid in op een groep vreedzame betogers in de stad Yangon. In de regio Sagaing verbrandden militairen elf dorpelingen, onder wie kinderen, en op kerstavond werden in de deelstaat Kayah 31 mensen verbrand in hun voertuigen bij een checkpoint.

Een strijd op zoveel vlakken tegelijk

Door al het overheidsgeweld grijpen ook steeds meer burgers naar de wapens. Lokale burgermilities trainen op het platteland en in de bossen voor een gewapende strijd met het militair superieure leger.

De milities kunnen zich geen grootschalige aanvallen permitteren vanwege de militaire verhoudingen: het leger beschikt over beter materieel en heeft meer ervaring. Daarom kiezen ze voor verrassingsaanvallen op afgelegen militaire posten en lokken ze soldaten vaak in een hinderlaag.

Ondertussen voert ook de oudste en grootste (etnische) militie van het land – de Karen National Union (KNU), die vooral in het zuidoosten actief is – de strijd tegen het leger op.

Leger van alle kanten bedreigd

Het leger ziet zich dus van alle kanten bedreigd: in de steden door protesterende burgers, op het platteland door milities en vanuit de politiek door dissidenten en leden van de omvergeworpen regering, die zich verenigd hebben in de ‘Nationale Eenheidsregering’.

De leider van deze schaduwregering, Duwa Lashi La, kondigde dinsdag aan dat de ‘revolutie’ tegen het militaire bewind doorgaat. De Nationale Eenheidsregering ziet zichzelf als de legitieme en wettige regering van het land, maar wordt door het militaire bewind als terroristische organisatie beschouwd.

De militairen hebben voorlopig nog de macht in handen, maar een strijd op zoveel vlakken tegelijkertijd kan op termijn ook de zich superieur wanende junta opbreken.

Internationale druk op junta

Inmiddels neemt ook vanuit het buitenland de druk op de junta toe. De Verenigde Staten kondigden op de verjaardag van de coup nieuwe sancties aan tegen de junta, onder wie een aantal topmilitairen. Hun financiële tegoeden in de VS worden bevroren en Amerikanen mogen geen zaken doen met hen.

President Joe Biden riep de junta op om oppositieleider Aung San Suu Kyi en andere dissidenten vrij te laten. Ook het Verenigd Koninkrijk en Canada volgden met vergelijkbare sancties, gericht tegen de militaire top.

De VN roepen de internationale gemeenschap op tot actie vanwege ‘het toegenomen geweld’ en de ‘humanitaire crisis’ in Myanmar. Volgens VN-woordvoerder Farhan Haq is ‘er geen vooruitgang mogelijk onder de huidige omstandigheden’ en is dit ook onmogelijk ‘onder het militaire bewind, dat zoveel onnodig lijden heeft veroorzaakt onder de bevolking van Myanmar’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden