PlusAchtergrond

De Franse operatie in Mali groeit uit tot een eindeloze oorlog

Frankrijk zit klem in strijd in de Sahel zoals eerder de Amerikanen in Afghanistan en Irak. Zeven jaar later, en ruim tienduizenden doden en miljarden euro’s verder, is de strijd tegen de islamitische milities in de voormalige kolonie Mali nog lang niet gestreden.

In februari werden nog 180 Franse elitietroepen naar Mali gezonden voor een anti-terreurmissie. Beeld Finbarr O’Reilly/NYT/HH

Twee dagen lang hadden 180 soldaten van het Franse Vreemdelingenlegioen in pantser­wagens de West-Afrikaanse savanne doorkruist op zoek naar een schuilplaats van islamistische strijders.

Eindelijk zagen de legionairs door hun verrekijkers een verdachte die zich in het kreupelhout leek schuil te houden. Hij droeg een tulband, liep op teenslippers en was gewapend met een kalasjnikov. Maar hij had de legionairs al vanaf ruime afstand in de gaten en maakte zich razendsnel uit de voeten. In een acaciabos vonden soldaten alleen zijn wapen, laarzen en een patroonhouder. “Een nogal mager resultaat,” oordeelde de leider van de operatie, kolonel ­Nicolas Meunier.

Frankrijk stuurde militairen naar zijn vroegere kolonie Mali, nadat islamistische groepen de steden in het noorden hadden ingenomen. De soldaten zouden, verzekerde Parijs, al na een paar weken terugkeren.

Dat was zeven jaar geleden.

Sindsdien is de terreurdreiging uitgewaaierd over een enorm gebied ten zuiden van de Sahara dat bekendstaat als de Sahel. De Franse anti-­terreureenheden hebben hun activiteiten ­intussen over de hele regio uitgebreid. Met als ­resultaat dat meer dan 10.000 Afrikanen het ­leven hebben gelaten, meer dan een miljoen mensen op de vlucht zijn geslagen en Franse en West-Afrikaanse militairen aanzienlijke verliezen hebben geleden.

Islamitische Staat

Toch is de strijd nog lang niet gestreden. De beweging Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) blijft goed gecoördineerde aanvallen ­uitvoeren in de grensregio’s van Mali, Niger en Burkina Faso. ISGS, losjes gelieerd aan IS in ­landen als Irak en Syrië, heeft de afgelopen maanden vier militaire bases in Mali en Niger overrompeld, waarbij zo’n 300 regeringsmilitairen sneuvelden.

Frankrijk zit nu klem in de Sahel zoals eerder de Verenigde Staten in Afghanistan en Irak. ­Parijs heeft miljarden uitgegeven aan de strijd tegen uiterst beweeglijke, islamistische strijdgroepen in een moeilijk beheersbare regio, maar het einde van de bemoeienis is nog niet in zicht.

In januari dreigde president Emmanuel ­Macron de Franse troepen terug te trekken. Hij deed dat kort voor een haastig belegde top­conferentie met West-Afrikaanse leiders, van wie sommigen zich kritisch hadden uitgelaten over de Franse aanwezigheid. Later veranderde Macron zijn beleid radicaal met beloftes om nog eens 600 militairen naar de regio te sturen, waar er al 4500 zijn gelegerd. Ook beloofde hij een nauwere samenwerking met de strijdkrachten in de betrokken landen, in de hoop op betere ­resultaten bij het afslaan van aanvallen door ­islamisten.

Het blijft een enorme taak. Frankrijks bondgenoten in de regio zijn verdeeld door taal, cultuur en hun ervaringen met zowel de terroristen als de Fransen.

In een Frans militair kampement bij de oude stad Gao in Mali kregen onlangs 15 Malinese soldaten onderricht van de Franse luchtmacht. De rekruten moesten leren om met radiocontact piloten van gevechtsvliegtuigen naar hun doel te leiden. Dat was in dit geval een zogenaamde schuilplaats van terroristen in een roestbruin huis, zoals alle andere woningen in de stad.

Noord en zuid

De strijdkrachten in West-Afrika beschikken niet of nauwelijks over het materieel, de training of zelfs het meest elementaire onderricht van de Fransen. De meeste Malinese soldaten zeiden dat ze nooit eerder een kompas hadden gezien, en ze maakten steeds fouten als ze tijdens de oefening de ‘piloot’ naar de ‘terroristen’ moesten dirigeren. Vaak haalden ze noord en zuid door elkaar. Franse instructeurs hadden, om de les wat aanschouwelijker te maken, een leeg sigarettenpakje en een plastic beker op ­enige afstand van elkaar in het zand gelegd. Het sigarettenpakje markeerde het noorden, de ­beker het zuiden.

De islamistische strijders zijn verre van ver­slagen en zagen onlangs zelfs kans om bij ­Timboektoe de leider te ontvoeren van Mali’s belangrijkste oppositiepartij, Soumaïla Cissé. De Afrikaanse Unie verzekerde eerder dat 3000 soldaten naar de Sahel worden gestuurd, Frankrijk tracht nieuwe bondgenoten te werven. Estland en Tsjechië hebben al manschappen toe­gezegd en Parijs onderhandelt nog met Zweden, Finland en Noorwegen. Nederlandse militairen waren tussen 2014 en 2019 in Mali gelegerd, in het kader van de VN-missie Minusma.

Uitgerekend nu overweegt Washington de Amerikaanse troepen uit de regio weg te halen en een nieuwe luchtmachtbasis in Niger te sluiten waarvan de bouw 110 miljoen dollar heeft gekost. Amerikaanse experts vinden paraatheid jegens Rusland en China veel urgenter. Eind ­januari heeft Frankrijks minister van Defensie Florence Parly in Washington geprobeerd toch Amerikaanse steun te krijgen voor de operaties in de Sahel.

‘Gemakkelijk te verslaan’

Franse officieren in Mali en Niger zeggen bezorgd te zijn over de dreigende opzegging van de jaarlijkse Amerikaanse steun van 45 miljoen dollar aan de Franse missie. Frankrijk geeft jaarlijks in de regio ruim een miljard euro uit aan militaire zaken. Maar volgens generaal Pascal Facon, de bevelhebber van de Franse missie, kunnen de Europese en Afrikaanse legers ‘gemakkelijk’ Islamitische Staat in de Sahel verslaan. Anders dan IS op het hoogtepunt van zijn macht in Irak en Syrië controleert ISGS geen enkel gebied. Ook zijn de leden niet diepgeworteld in de plaatselijke gemeenschappen. Facon: “We moeten ze niet onderschatten, maar ook niet belangrijker maken dan ze zijn.”

De strijd heeft onder alle partijen veel slacht­offers gemaakt. Volgens minister Parly heeft het Franse leger sinds 2015 zo’n 600 jihadisten gedood. In februari meldde Niger dat 120 islamitische strijders waren omgekomen, volgens Frankrijk gold hetzelfde voor nog eens 50 strijders in het centrale gedeelte van Mali.

Maar sinds 2013 heeft Frankrijk in dit gebied 44 militairen verloren, onder wie 13 toen vorig jaar twee legerhelikopters botsten boven Mali. Dat land, Niger en Burkina Faso verloren honderden soldaten bij aanvallen van jihadisten op legerbases.

Verlamd van schrik

Met zijn gevechtsvliegtuigen, drones, transportvliegtuigen en helikopters is Frankrijk sterk in het voordeel. Soms slagen zijn militairen erin gewapende groepen uiteen te jagen door alleen maar laag en agressief over te vliegen. Maar zelfs als de legers erin zouden slagen de terroristen op te jagen door het enorme gebied, is dat volgens experts niet genoeg om vrede te brengen.

“Een militaire oplossing is absoluut nodig, maar niet genoeg,” volgens Lori-Anne Theroux-Benoni, directeur van het Instituut voor Veiligheidsvraagstukken in Senegal. “Iedereen is als verlamd van schrik door het geweld, daarom is er onvoldoende aandacht voor preventie.”

De rebellengroepen danken hun succes ­grotendeels aan de altijd smeulende woede van veel bewoners tegen de regeringen, die gelden als egoïstisch en corrupt. Ook de militairen hebben een kwalijke reputatie en worden beticht van ernstige schendingen van de mensenrechten. Fransen zijn in de betrokken landen evenmin erg populair. De laatste zes maanden waren er in Bamako, de hoofdstad van Mali, zelfs anti-Franse demonstraties.

Opgejaagd

Het is onduidelijk wanneer Frankrijk zal besluiten dat zijn taak is volbracht, of wanneer het bij gebrek aan resultaten de troepen terughaalt. Moet het Amerika’s voorbeeld volgen in Afghanistan en Irak?

Hannah Armstrong van de International ­Crisis Group: “Zoals de Franse reality-tv en popmuziek vijftien jaar achterlopen op die in de VS, zo volgt de Franse terreurbestrijding de Amerikaanse methodes van vijftien jaar geleden. De Amerikanen zijn tot de slotsom gekomen dat de strijd in de Sahel niet valt te winnen.”

Meestal horen de islamistische strijders de ­lawaaiige konvooien van het Vreemdelingen­legioen al van verre aankomen en maken ze zich op tijd uit de voeten. Franse officieren beseffen dat, maar vinden dat de rebellen opgejaagd moeten blijven zodat ze nergens kunnen opgaan in de plaatselijke bevolking.

De mogelijke terrorist op teenslippers slaagde daar wel in, vermoeden zijn achtervolgers. De bewoners zijn als de dood strijders aan te geven bij de autoriteiten, laat staan bij de Fransen. Dat kan ze op executie komen te staan. Op bescherming door justitie hoeven ze niet te rekenen.

De legionairs zagen na de vlucht van de verdachte een gezin schielijk een hut binnengaan. Nomaden trokken even later met een kudde ­kamelen voorbij. Reed hij, in herderskledij, met hen bij mee? De legionairs wisten het niet, besloten het ook niet uit te zoeken en reden verder.

© The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden