Plus Interview

De Delftse Hafida zit in Noord-Syrië: ‘Onze kinderen moeten hier nu weg’

Hafida is één van de Nederlandse Syriëgangers in de detentiekampen in Noord-Syrië. Honderden gevangenen zijn er al ontsnapt, duizenden zitten er nog, onder wie zij. “Ik wil geen slachtoffer spelen. Maar we zijn wel bang.”

Een Syrische vrouw zoekt kleding uit in detentiekamp Al Hol. Beeld ter illustratie. Beeld AFP

Volgens cijfers van de AIVD zitten 35 Nederlandse vrouwen en 90 kinderen gevangen in de twee detentiekampen Al Hol en Al Roj. Hafida zit vast in Al Roj, dat binnen de door Turkije beoogde bufferzone in het noorden van Syrië ligt. Vlakbij de frontlinie dus.

Hafida was getrouwd met de dit jaar omgekomen Dordtse Syriëganger Thijs B., een bekeerling die op de Nationale Terrorismelijst stond en begin dit jaar overleed in de oorlog. Ze wordt sinds twee jaar vastgehouden in het kamp, met haar drie kinderen. Sinds een paar dagen is de situatie rond het kamp omgeslagen. “We horen al sinds een paar dagen F16's, drones en helikopters boven ons in de lucht. De kinderen zijn echt bang. Het enige wat ik kan doen, is ze geruststellen. Terwijl ik zelf de angst ook voel en niet weet hoe het nu verder moet.”

Gespannen sfeer

Berichten dat er bijna geen soldaten meer in het kamp zijn, kloppen volgens haar niet. Maar de sfeer is wel behoorlijk gespannen. “We zijn bang dat zodra er chaos ontstaat de radicale vrouwen hun kans grijpen en ons iets aan gaan doen. We lopen echt gevaar en zijn bang voor onze kinderen. De sfeer op het kamp is gespannen, er wordt tegen ons gezegd dat we achtergelaten gaan worden. Ik hoop dat Nederland deze onschuldige kinderen een kans geeft en ze weghaalt voor het te laat is. Ze hebben al genoeg meegemaakt.”

De Nederlandse erkent dat haar situatie een direct gevolg is van de keuzes die ze zelf heeft gemaakt. “Ik en de rest, we dealen met de keuze die we hebben gemaakt. Ik wil helemaal geen slachtoffer zijn of spelen, noch medelijden. Als ik in Nederland ben, zal ik iedere straf van een rechter aanvaarden.”

Groot risico

Hafida zit naar eigen zeggen met zes andere Nederlandse vrouwen en vijf Belgische vrouwen in het kamp. Gebruik maken van eventuele chaos om het kamp te ontvluchten, wil ze niet. Vluchten met drie kleine kinderen is een veel te groot risico. Ze hoopt nog steeds op een terugkeer naar Nederland. “Ik zit er inmiddels twee jaar en er is geen mogelijkheid om weg te komen. Ik wacht liever op een officiële weg van Nederland. Maar ik denk dat zodra er chaos is, veel andere vrouwen wel van plan zijn om te vluchten.”

Naast de dreigende oorlog wordt medische hulp en voedsel ook steeds schaarser in het kamp. “De winkels op het kamp zijn bijna leeg omdat ze bang zijn buiten het kamp te gaan inkopen. Internationale hulpverleners zijn hier nooit geweest. Het Rode Kruis komt één keer per twee tot drie maanden.”

Advocaat André Seebregts vertegenwoordigt Hafida en 19 andere vrouwen uit de twee detentiekampen. Over het contact met zijn cliënt en wat hij haar over haar situatie adviseert, kan en wil hij niets zeggen. Dat de Nederlandse overheid bezig is met een mogelijke terugkeer van Syriëgangers, is duidelijk. Maar volgens Seebregts is er geen duidelijke verandering in de koers, nu de situatie is geëscaleerd. Toch hoopt hij op een snelle terugkeer naar Nederland. “Elk geval is natuurlijk anders, maar – gevaarlijk of niet – een gecontroleerde terugkeer van deze vrouwen is het beste. In Nederland staan ze onder strikte supervisie en is de kans op ellende het kleinst.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden