PlusReportage

De coronacrisis in Kenia: boeren doen goede zaken

Door de pandemie gaan Kenianen minder naar winkels. Het is veiliger en goedkoper om groenten en fruit bij de boer te kopen. Beeld EPA

De coronacrisis biedt boeren in Kenia kansen. Consumenten mijden de winkels en komen nu vaker direct bij de boer kopen. Dat is goed voor klant én boer. ‘Ik verdien meer en zij betalen minder.’

Boer Erastus Ikonya vindt de coronapandemie één grote ellende, maar het heeft hem geen windeieren gelegd. “Mensen gaan minder naar markten en winkels omdat het daar moeilijk is afstand te bewaren. Ze komen tegenwoordig liever naar mijn akker om verse groente te halen. Sinds maart doen wij dan ook heel goede zaken.”

De 70-jarige Ikonya recht zijn rug na het wieden van onkruid tussen zijn enorme witte kolen. Verder staan er op zijn akker van een halve hectare vooral groene bladgroenten, avocado- en bananenbomen. Het stuk land ligt achter zijn huis aan de rand van Kiambu, een snelgroeiend stadje, 16 kilometer ten noorden van de Keniaanse hoofdstad Nairobi.

De vrouw van Ikonya doet de verkoop en ­rekent af met een klant die een grote tas vol bosspinazie en amarant heeft gekocht. “Voor corona kwamen tussenhandelaren langs om de oogst op te kopen en door te verkopen aan winkels of markthandelaren. Die heb ik niet meer nodig en daar worden wij, maar ook de klanten beter van. Ik verdien meer en zij betalen minder,” grinnikt de gepensioneerde ambtenaar.

Royaal regenseizoen

De rode aarde bij Kiambu is vruchtbaar en rijk aan ijzer. Dankzij een royaal regenseizoen zijn dit jaar in bijna het hele land de oogsten overvloedig. Ikonya heeft al geïnvesteerd in zonne-energie, waarop de pomp draait die water uit zijn put haalt om het land tijdens het droge seizoen te irrigeren. Hij gelooft dat corona de mensen bewuster heeft gemaakt over voedsel. “Ze weten bij producten op markten en in winkels niet waar de groente vandaan komt. Ik laat ze zien dat ik biologische bestrijdingsmiddelen gebruik.”

Zijn klanten weten hem te vinden door mond-tot-mondreclame. Anderen steunen op sociale media. Jonge boeren bieden nu hun gewassen aan op Facebook, compleet met foto’s en prijslijsten. De tussenhandelaren, die van oudsher de producten van kleine boeren vervoerden naar markten en winkels en die forse winsten opstreken, hebben steeds meer het nakijken.

Het perceel naast Ikonya’s akker is van zijn broer, die lid is van het parlement van het gewest Kiambu. Bij gebrek aan tijd heeft hij een manager in dienst genomen om tomaten te verbouwen op zijn halve hectare. Ook hier komen de klanten aan huis. Ze betalen voor een kilo 50 eurocent, terwijl de prijs op markten en in winkels rond 1,35 euro ligt.

“Zo komen eigenaren van restaurants om kisten tegelijk te kopen. In Kenia maken we veel gebruik van sauzen op tomatenbasis, een onontbeerlijk ingrediënt voor ons,” vertelt manager Franklin Mwandiki. Hij houdt toezicht op een groep vrouwen die van takken van bomen langs de rand van de akker staken maken waarlangs de tomaten kunnen groeien.

Werkloosheid

“Dat is tijdelijk werk, want gewoonlijk werken we hier met z’n drieën,” legt hij uit. “We proberen zo goedkoop mogelijk te produceren want veel klanten zijn door de coronacrisis hun baan kwijtgeraakt en moeten op hun centen letten.”

De werkloosheid door de pandemie tekent zich op een soms opmerkelijke wijze af langs de kant van de weg. Daar staan auto’s, van groot tot klein, met de achterklep open waardoor een uitstalling van groente, vruchten en eieren is te zien.

“Ik ben mijn baan kwijtgeraakt omdat alle onderwijsinstituten tot volgend jaar dicht zijn. Gelukkig heb ik op mijn stukje land een grote avocadoboom vol vruchten, staan. Die verkoop ik hier,” vertelt Marion Bosire, taaldocent aan een universiteit in Nairobi.

Ze heeft haar auto geparkeerd langs een redelijk drukke zijweg. Op hoofdwegen durven deze werklozen met moestuin meestal niet te staan, want ze hebben geen verkoopvergunning.

De grootste wens van veel Kenianen is een stuk land bezitten om daarop een huis te bouwen en een moestuin aan te leggen. Zij die de wens in vervulling konden laten gaan, prijzen zich nu nog gelukkiger. “Mijn tuintje is mijn redding,” merkt Bosire op. “Het helpt me ondanks werkloosheid te overleven. Althans de komende ­weken.”

Landbouw domineert de Keniaanse economie. Naast grote landbouwbedrijven telt het land zo’n 7 miljoen kleinere boeren. Volgens de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, werkt rond 40 procent van de ongeveer 50 miljoen Kenianen in deze sector. Slechts een vijfde van het Keniaanse grondgebied is echter bruikbaar voor landbouw en dat gebied is sterk afhankelijk van regenval. Irrigatie is voor velen een te grote investering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden