PlusReportage

De autoriteiten bepalen hoe ‘virusvrij’ Wuhan rouwt

Drie minuten stilte voor de doden die vielen in brandhaard Wuhan.Beeld EPA

In Wuhan, waar het coronavirus voor het eerst opdook, worden nauwelijks meer besmettingen gemeld. Tijd om te rouwen. Maar hoe de miljoenenstad haar doden herdenkt, dat bepalen de autoriteiten.

De kistjes zijn allemaal net even anders. Wat ze gemeen hebben is hun rood satijnen bekleding, met gele biesjes afgezet. Eén familielid draagt het kistje met de as, het andere familielid houdt een portret vast. Met een zwart lint om de hoek van de lijst leunt het tegen de borst van dochters, zonen, broers of zussen. Bijna allemaal zijn het oudere mannen wier as naar hun graf gedragen wordt.

Met aangeslagen gezichten lopen mensen door de klassieke poort van begraafplaats Biandanshan in Wuhan. Tegen een groen omzoomde heuvel liggen kleine, rechthoekige graven te wachten op de kistjes met as. Een bord bij de ingang sommeert dat per overledene twee familieleden mee naar binnen mogen – plus een kordate vrijwilliger van het buurtcomité of de werkeenheid van het overleden familielid, om ze te begeleiden.

Op de naastgelegen ventweg krioelen de politieagenten – al dan niet in burger of beschermende kleding. Een man staat wat verder weg van de ingang, hij klemt een portret omgedraaid tegen zich aan, alsof hij de persoon op de foto omhelst. Iemand grijpt de beduusde man bij zijn arm en trekt hem mee de begraafplaats op.

Soort Allerzielen

Wuhan rouwt. Maar voor het persoonlijke verdriet is niet veel ruimte. De autoriteiten bepalen hoe de miljoenenstad, waar duizenden mensen stierven aan het coronavirus, haar doden herdenkt. Het is er het moment voor: er komen in Wuhan nauwelijks meer besmettingen bij. Sinds een dag of tien mogen mensen – en dus ook journalisten – de stad wel weer ín, maar ze mogen er nog niet uit. Rond die tijd kregen familieleden het bericht dat ze de as van hun dier­baren mochten ophalen uit het crematorium waar ze na hun dood snel, zonder afscheid waren gecremeerd. Dit weekeinde was het bovendien Qingming, een feest dat nog het meest weg heeft van Allerzielen.

Vlaggen hangen halfstok op de nationale dag van rouw, zaterdag. De officiële herdenkingsceremonie ’s ochtends is niet toegankelijk voor burgers, ze is wel live te volgen op internet. Het plein waar de ceremonie plaatsvindt, ligt boven op een brede dijk die het water van de Yangtze moet opvangen als die buiten haar oevers treedt. De straten eromheen zijn afgesloten.

Op een kruispunt vlakbij nemen politieagenten om stipt tien uur hun pet in hun handen. Ze buigen het hoofd. Op de stoep doen mensen, het gezicht verborgen achter maskers, veiligheidsbrillen en in capuchons, hetzelfde. Sommige vouwen hun handen. Auto’s toeteren en een sire­ne loeit.

Een dertiger die zichzelf Will noemt, omhelst zijn vriendin lang en stevig. Hij was ziek, vertelt hij geëmotioneerd. Net als zijn ouders. Gelukkig hadden ze alle drie een sterk lichaam, en na een paar dagen mochten ze weer uit het ziekenhuis.

Daags voor het herdenkingsweekeinde werd oogarts Li Wenliang tot martelaar benoemd. Hij waarschuwde voor het virus, maar moest zijn mond houden. Tegen de tijd dat Li’s naam gezuiverd werd, was hij besmet en lag hij op zijn sterfbed in het Tongji Centrale Ziekenhuis.

Dat ziekenhuis wordt nu grondig gedesinfecteerd, en is aan alle kanten gebarricadeerd. Tegen een paar hekken bij de oostingang staan boeketten gele en witte bloemen in grijs papier. ‘Was de hele wereld maar zo eerlijk als jij’, staat op een van de kaartjes voor dokter Li.

Angst voor nieuwe epidemie

Li Si (28) legt er een boeketje bij, slaat zijn lange lichtbruine overjas dicht, en buigt een paar minuten zijn hoofd. Hij hangt het taoïsme aan. De wegen naar de bergen zijn afgesloten, dus hij kan nu, met Qingming, niet naar het familiegraf. Andere jaren neemt hij zijn ouders mee om er wierook te branden. “Overleden familieleden weten dan dat je aan ze denkt en dan geven ze je een mooie droom,” legt Li uit. “Maar het is oké om een keertje over te slaan. Dit jaar komen we bloemen leggen om de dokters en verplegers te bedanken die hier gestorven zijn.”

Hij denkt even na over wat er de afgelopen tijd gebeurd is. “Alle regeringen... Nee, laat ik zeggen: alle mensen maken fouten. Dat is normaal. Het is belangrijk dat ze begrijpen wat er fout ging, en verbeteren.”

Inmiddels is 99 procent van de wooncomplexen in Wuhan ‘virusvrij’. De meeste inwoners mogen elke dag een paar uur per dag naar buiten. Maar vrijdag werden de inwoners van Wuhan toch weer opgeroepen zo veel mogelijk binnen te blijven. De autoriteiten vrezen dat besmettingen uit het buitenland, of mensen die zonder het te weten besmet zijn, de epidemie weer doen opvlammen. Zolang een echte uitvaart niet mag omdat het dan te veel mensen bij elkaar komen, herdenken families thuis’.

Papiergeld offeren, een Qingming-gebruik, mag dit jaar alleen binnen woongemeenschappen, maar in oude wijken is alleen op straat plek. Bewoners tekenen cirkels op de stoep en verbranden stapeltjes papier. Met een stokje porren ze in de as en maken ze diepe buigingen.

Cathy, een 26-jarig meisje met lang geblondeerd haar, wandelt in gedachten verzonken langs zo’n miniceremonie. Pas twee dagen geleden kreeg ze de groene code die haar gezond verklaart. Haar ellende is nu bijna voorbij.

In januari werd haar vader besmet toen hij voor een andere aandoening in het Xiehe-ziekenhuis was, een van de grootste ziekenhuizen van de stad. Pas na tien dagen werd hij bevestigd en opgenomen als virusslachtoffer. In de drie weken die volgden, daalde het zuurstofniveau in zijn bloed tot dramatische waardes. Hij stierf.

Alle bloemen weg

“Er waren niet genoeg zusters om voor de patiënten te zorgen, dus ik heb hem met mijn moeder verzorgd. Waarschijnlijk zijn we toen besmet geraakt. We zullen het nooit weten.” Haar moeder is nog altijd niet uit het ziekenhuis, dus Cathy woont nu in haar eentje in het familiehuis. Uit haar tas steken een paar bloemen. Ze zijn voor haar vader. “Maar ik heb geen plek om ze neer te zetten,” zegt ze terwijl ze tranen met moeite weglacht. Met een vriendin zocht ze gisteren een graf voor hem uit. De urn met zijn as staat op de begraafplaats te wachten op een uitvaart. Eerst moet haar moeder beter worden.

Terug bij het ziekenhuis zijn aan het begin van de avond alle bloemen verdwenen. Bloemist Huang stapt net van zijn brommer af om een nieuw boeket neer te zetten, besteld door een dame in de provincie Sichuan die haar eer wil betuigen. “Kijk, kijk!,” zegt Huang opgewonden. Hij wenkt naar de hekken. Erachter liggen bloemblaadjes, een geknakte stengel en de briefjes voor dokter Li. Martelaar of niet, deze plek mag blijkbaar geen monument worden.

Het plein waar de herdenking ’s ochtends plaatsvond, is inmiddels weer open voor publiek. Tegen de muur van de dijk staan bloemen, kaarsen en bekertjes baijiu, een Chinese likeur. Een zwartgeklede jongen zit op de grond. Op het ritme van zijn gierende uithalen schudt zijn hoofd in zijn handen. Hij is zijn vader en zijn beste maat verloren, legt een vriend uit.

Af en toe neemt de jongen een slokje uit een van de bekertjes. Op een kartonnen doos, die hij als een windlicht om een kaars heeft gevouwen, staat met zwarte stift een boodschap aan zijn ­vader: ‘Papa, het ga je goed in het paradijs. We kunnen niet meer voor je zorgen. Vergeef ons.’

Om de dronken man op zijn voeten te krijgen, halen zijn vrienden er een Chinese vlag bij die ze over zijn schouders draperen. Ze spelen het volkslied op hun telefoon en zingen mee. De frase “Qi lai!” (Sta op!) moet hem ertoe bewegen op te staan. Hij brult mee, ze hijsen hem overeind. Waggelend steekt hij de straat over.

De volgende dag zijn ook hier de bloemen, kaarsen en dozen met opschrift verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden