PlusAchtergrond

Coronacrisis of niet: Europa trekt niet zomaar de portemonnee

Crisis of niet: het vooruitschuiven van een besluit over een Europees noodfonds voor landen die zijn getroffen door het coronavirus was na zes uur vergaderen het hoogst haalbare compromis.

De Italiaanse premier Giuseppe Conte tijdens het video-overleg met de andere Europese regeringsleiders.Beeld EPA

Het was tijdens de videocall met 27 Europese ­regeringsleiders donderdag weer een kwestie van Noord tegen Zuid. Of: zuinig versus hulp­behoevend. De inzet van het overleg: activeren we het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)? Dat marshallplan bestaat uit een zak geld waar elke lidstaat een duit in doet, maar die pas kan worden aangesproken als het gehele blok instemt. De Europese Commissie gaf twee weken geleden een aanzet door 7,5 miljard euro beschikbaar te stellen, maar zag die geste donderdag geen navolging krijgen. Tot woede van vooral de Italiaanse premier Giuseppe Conte.

Hij wist zich daarin gesteund door negen collega’s, onder wie de Spaanse premier Pedro Sánchez en de Franse president Emmanuel Macron – gezamenlijk vertegenwoordigen de drie bijna de helft van alle EU-burgers. Ze droegen één hoofdboodschap uit: het coronavirus is íéders probleem. Het is een probleem waar niemand in het bijzonder schuld voor draagt en dat juist daarom schreeuwt om een gezamenlijke aanpak. Macron: “Anders riskeren we de dood van Schengen.”

Voor wat, hoort wat

Die gezamenlijke aanpak zou behalve met het ESM ook gestalte kunnen krijgen in de vorm van wat ‘coronabonds’ zijn gaan heten: door de Europese Unie uitgegeven obligaties. Dat idee werd eerder deze week ook geponeerd door de Europese Centrale Bank.

Een noordelijke alliantie van onder andere Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Finland – die ook samen optrokken tijdens de al even felle Europese begrotingsonderhandelingen in ­februari – ziet in de voorstellen te veel parallellen met bijvoorbeeld de eurocrisis van 2009. Toen moest de noorderflank bijspringen om gaten in het kasboekje van Griekenland te dichten.

In de slotverklaring die voorzitter van de Europese Raad Charles Michel er donderdag met veel pijn en moeite uitsleepte, is afgesproken dat de eurogroep – de ministers van Financiën van de eurolanden – de komende twee weken nader onderzoekt wat er zoal mogelijk is en dat rapporteert aan de regeringsleiders. Op basis daarvan willen ‘de soberen’ eisen kunnen stellen aan de uitkering van Europees geld.

Minister Wopke Hoekstra zal namens Nederland niet minder streng zijn dan premier Mark Rutte. Hoekstra liet eerder deze week al doorschemeren dat Europees noodgeld wat hem betreft om een tegenprestatie vraagt: hervorming van de nationale economie. Want hoewel Italië gedurende de coronacrisis om Europese regels voor de staatsschuld heen mag werken, is die schuld wel al 2,38 biljoen euro. Nederland en Duitsland komen gezamenlijk op een tekort van 2,47 biljoen. Men vraagt zich bovendien hardop af of de nood in Zuid-Europa al zo hoog is dat Europese hulp de enige oplossing is. Den Haag en Berlijn denken van niet.

Solidariteitsgevoel

Als de stroeve sessie van donderdag iets duidelijk maakt, is het dat het solidariteitsgevoel niet overal in Europa even sterk leeft. Italië heeft wereldwijd extreem harde klappen gekregen van ­Covid-19 en zag deze week Russische legervoertuigen volgepakt met hulpmiddelen door de straten van Bergamo rijden. Elders in Italië werd medisch personeel uit China en Cuba joelend onthaald op vliegveld. Dat dichter bij huis niet thuis wordt gegeven, doet zeer.

De nota bene Europagezinde krant La Repubblica had een glasheldere voorpagina vrijdag­ochtend: ‘Europa op z’n lelijkst’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden