PlusAchtergrond

Chinese ‘platliggers’ hebben genoeg van de ratrace: ‘Je hóéft niet te studeren’

Forenzen tijdens de ochtendspits in Peking. In China is de druk om een goede opleiding, baan, huis en partner te vinden hoog. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Forenzen tijdens de ochtendspits in Peking. In China is de druk om een goede opleiding, baan, huis en partner te vinden hoog.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

China wil een kenniseconomie worden. Maar een groeiend aantal jonge Chinezen, in hun land bekend als ‘platliggers’, is klaar met alle hooggespannen verwachtingen. Zij verlaten de tredmolen.

Hij was het zat. Huang Queyue (26) werkte zich een slag in de rondte, om maar te voldoen aan alle verwachtingen. En waarvoor? Het leven is niet ­bedoeld om je te conformeren aan een kapitalistisch systeem, vindt hij. “De natuurlijke staat van de mens is om vrij te doen wat hij wil, te creëren. Iedereen is een kunstenaar.” Huang nam ontslag bij het museum waar hij als curator werkte, en werd net als duizenden andere Chinezen een ‘platligger’.

Tangping, letterlijk: platliggen, is een reactie op de ratrace waar alle, met name jonge Chinezen in meedraaien. De druk is gigantisch om een goede opleiding, een goede baan, en vervolgens een huis, auto en partner te vinden – met een stel kinderen als bekroning.

Huang refereert aan de theorie van de Amerikaanse antropoloog David Graeber, die in zijn boek Bullshit Jobs betoogde dat veel werk eigenlijk waardeloos is. Die onzinbanen houden een systeem in stand waaraan Huang niet meer wil meedoen. “Ik wil geen kantoorslaaf worden, uitgebuit door grote bedrijven.”

De beweging die aan tangping doet, is niet groot, maar andere trends gingen haar voor, ­zoals ‘leven als een boeddha’. En sinds vorig jaar weet iedereen wat met ‘996’ wordt bedoeld: werken van negen tot negen, zes dagen per week.

‘Geestelijke problemen’

De Chinese regering weet heel goed dat er een probleem is, maar de druk van de ketel halen is lastig. Vooral omdat het probleem al lang niet meer bij het bedrijfsleven of de regering zit. Het zijn de Chinezen zelf die de lat hoog leggen. Als de lokale overheid scholen opdraagt minder te testen, en minder huiswerk mee te geven, vragen ouders zelf om meer werk voor hun kind. Wie nergens nummer één in is, heeft de ratrace bij voorbaat verloren.

Af en toe kookt de Chinese snelkookpan over. Een wiskundedocent aan de prestigieuze ­Fudanuniversiteit in Sjanghai werd begin juni ontslagen. De wanhopige docent sneed de keel door van de partijsecretaris; zijn studenten deelden de bloederige beelden via WeChat. ­Zoals vaak bij dit soort incidenten, werd de ­docent weggezet als iemand met ‘geestelijke problemen’. Over zijn motieven zwegen de ­autoriteiten.

Op sociale media gingen de afgelopen maanden enkele tienduizenden discussiegroepen over tangping. Een aantal werd al snel geblokkeerd. Dat was te verwachten van de overheid, denkt Huang. “Want als iedereen platligt, werkt het kapitalisme niet meer.” Staatsmedia bekritiseerden tangping. Jongeren moeten elkaar geen negatieve gevoelens aanpraten, schrijft de Nanfang Daily. “Strijd zelf is een soort geluk, en alleen een worstelend leven kan een gelukkig ­leven worden genoemd.”

Maar sinds hij de tredmolen heeft verlaten, merkt Huang dat platliggen niet betekent dat je niets doet. “Ik heb nu een inkomen als parttime fotograaf, ik organiseer evenementen, van alles eigenlijk. Het levert genoeg op om de rest van de tijd te lummelen en plezier te maken. En ik koop nog steeds best veel.”

Concurrentiestrijd

Twintiger Phillis Zhu durft het niet aan om eruit te stappen. Ze werkt als assistent voor een buitenlands bedrijf in Sjanghai en woont nog bij haar ouders, om te sparen voor een huis. Toen ze een jaar of vijftien was, aan het einde van de middenschool, moest ze haar schoolkeuze opgeven. Op de eerste plaats zette ze de meest prestigieuze school, en zo vulde ze de lijst in, tot nummer negen. Het zou van haar score afhangen welke school haar wilde hebben. “Mijn ­vader zei toen: waarom niet een beroepsopleiding op nummer tien? Je hóéft niet te studeren. Dat was heel verlicht van hem.”

Het was ook makkelijk gezegd, want Zhu hoorde bij de beste scholieren in haar klas. Ze zou ­sowieso naar één van haar topkeuzes gaan. Maar het idee dat het niet hoefde, was uit­zonderlijk en is haar bijgebleven terwijl ze zich door de concurrentiestrijd worstelde. “Tegenwoordig is iedereen afgestudeerd aan een universiteit en heeft iedereen wel een tijdje in het buitenland gestudeerd. Die concurrentie is moeilijk. Het komt echt door die druk dat ik mijn leeftijds­genoten voor ben gebleven en ­deze baan kreeg.”

Kantoorbaantje

Het aantal Chinezen met een bul steeg de afgelopen tien jaar van 8,9 procent naar 15,4 procent. Dat past bij de Chinese ambitie om een kenniseconomie te worden: minder fabrieken, méér hoogwaardige arbeid. Maar tot nu toe is er nog lang niet genoeg hoogwaardige arbeid. En er zijn dus wél veel universitair geschoolde jongeren. Die nemen echter liever een simpel ­kantoorbaantje dan een geschoolde baan in een fabriek die evenveel betaalt. Het kantoorbaantje is immers prestigieuzer.

Peking zet erg kleine stapjes: onlangs kondigde de regering aan de private bijscholingssector (waar 120 miljard dollar in omgaat) aan banden te leggen. Maar het is bij lange na niet genoeg om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt terug in balans te brengen. Tot Peking een oplossing vindt, is ‘platliggen’ misschien een uitweg. ­“Iedereen kan het,” zegt Huang. “Er is geen ­armoede meer in China, niemand hoeft honger te lijden. De praktische voorwaarden zijn er, de vraag is of mensen echt de wens, de spirituele motivatie hebben om een tijdje te tangpingen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden