PlusAchtergrond

Bommen en amarettocondooms: Tanja Nijmeijer schrijft over haar tijd als guerrillastrijder

Vanuit de jungle van Colombia werd de Nederlandse Tanja Nijmeijer een van de bekendste gezichten van guerrillagroep Farc. In haar autobiografie kijkt ze terug: ‘Ik fluisterde zachtjes tegen mezelf: Dit was het dan.’

Cyril Rosman
De Nederlandse sloot zich begin deze eeuw aan bij de Colombiaanse strijdgroep Farc. Beeld EPA
De Nederlandse sloot zich begin deze eeuw aan bij de Colombiaanse strijdgroep Farc.Beeld EPA

Tanja Nijmeijer uit Denekamp zit achter in een stadsbus in de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Het is 2003. Tussen haar benen staat een colafles, gevuld met benzine en teer. Een brandbom. Als de passagier tegenover haar naar buiten kijkt, stopt ze zwavelzuur in de fles en stapt ze uit. ‘Nu wegkomen’, schrijft ze. ‘Toen ik bij de uitgang van het busstation was, hoorde ik kreten achter me en mensen verdrongen elkaar om de bus uit te komen.’

Een paar dagen later zit Nijmeijer (dan halverwege de 20) met een zwaardere bom in een stadsbus. Ze heeft opdracht gekregen het explosief op een verlaten industrieterrein te laten afgaan. Tijdens de rit merkt ze dat het ontstekingsmechanisme kapot is. Nijmeijer stapt in paniek uit, legt de bom op straat en wacht in een café af wat er gebeurt. De bom gaat niet af. ‘Dit incident had tragisch kunnen aflopen, dan was ik verantwoordelijk geweest voor de dood van wie weet hoeveel onschuldige burgers,’ concludeert ze.

Het zijn twee onthutsende beschrijvingen uit de autobiografie van Nijmeijer die deze week is uitgekomen: Van guerrilla naar vredesproces. De Nederlandse sloot zich begin deze eeuw aan bij de Colombiaanse strijdgroep Farc. Die marxistische organisatie is voor de één een guerrillabeweging die decennialang streed tegen de corrupte Colombiaanse elite. Voor de ander is het een terroristische organisatie die leefde van afpersing en drugshandel.

Het verhaal van Nijmeijer, die internationaal bekend werd omdat eerst haar dagboeken uitlekten en later omdat ze aanschoof bij vredesbesprekingen tussen Farc en de Colombiaanse overheid, is vaker opgeschreven door journalisten, maar nog nooit zo gedetailleerd als nu in haar autobiografie. Ze had geen interesse in een interview over haar boek.

In 2000, ze studeert dan Spaans in Groningen, gaat ze een half jaar Engelse les geven op een school in Colombia. Van de Farc heeft ze dan nog nauwelijks gehoord. In de jaren daarna plant de enorme ongelijkheid in de Colombiaanse samenleving zaadjes van radicalisering in haar. ‘Ik begon alles in twijfel te trekken, de fundamenten waarop mijn leven gebouwd was stortten in elkaar en boven op die ruïnes begon ik nieuwe ideeën en nieuwe overtuigingen te ontwikkelen’, schrijft ze.

Wapens

Terug in Nederland voelt ze zich ‘alleen, onbegrepen en verwijderd van haar familie’. Als ze terugkeert naar Colombia sluit ze zich, via een bevriende docente, aan bij de Farc. ‘Ik was tot de conclusie gekomen dat er met de elite van dit land niet te praten viel, dus dat er wapens nodig waren.’ Na een periode bij een stadsmilitie in Bogota (waar ze met de bommen de bus instapt), trekt ze de jungle in vanwaaruit Farc-bataljons strijd leveren met het leger. Er volgen jaren van ideologische en militaire scholing, van marsen door de jungle, gevechten met het leger en schuilen voor bombardementen. ‘Middenin de nacht, in mijn zelfgegraven schuilkuil, terwijl boven me tientallen bommen afgeschoten werden. De krekels waren opgehouden met tsjirpen, de tijd stond stil. Ik klemde mijn geweer tegen me aan en fluisterde zachtjes tegen mezelf: dit was het dan.’

De andere kant van dat jungleleven zijn de ‘diepe vriendschappen’ tussen rebellen. En de seks. Tussen de strijders ontstaan veel relaties, prikpillen en condooms behoren tot de standaarduitrusting. ‘Een van de condooms rook naar Amaretto di Saronno. Ik haalde het uit de verpakking en rook er zo nu en dan aan, want ik vond het een heerlijke geur.’

Pas na negen jaar komt ze weer uit de jungle. Als in 2012 de Farc en de Colombiaanse overheid in Cuba vredesonderhandelingen beginnen, is Nijmeijer één van de delegatieleden. Ze groeit uit tot een van de bekendste Farc-gezichten. In de loop van de jaren verliest ze het vertrouwen in die organisatie, er is te veel onderlinge strijd. Ze zegt in januari 2020 haar lidmaatschap op.

Terugkeren naar Nederland doet ze niet. Hier loopt ze kans uitgeleverd te worden aan de VS, vanwege betrokkenheid bij het gijzelen van drie Amerikanen. Haar toekomst ligt in Cali, waar ze met haar Colombiaanse vriend Boris en andere guerrillero’s een coöperatieve onderneming heeft opgezet die de verkoop van agrarische producten wil bevorderen.

Vergiffenis

Reflecteren op haar Farc-tijd doet Nijmeijer, nu 43 jaar oud, in haar boek wel. ‘Een van de dingen die ik het moeilijkst te accepteren vind, is dat de Farc soms schade heeft berokkend aan de mensen voor wie we zeiden te vechten. Ik ben gelukkig dat er een vredesakkoord is ondertekend. Maar vergiffenis vragen, betekent geenszins dat je een fulltime dader bent geworden en niet meer tegen een systeem mag of kunt vechten.’

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden