Plus Reportage

Bloedige twist in India: tempel of moskee?

Een werker voor een terrein waar delen van de tempel al gemaakt en opgeslagen worden. Beeld Rebecca Conway/The New York Times

Een lapje grond in de Indiase stad Ayodhya zorgt al decennia voor hevige religieuze twisten tussen hindoes en moslims. Met de herverkiezing van premier Narendra Modi zien de hindoes hun kans schoon de strijd om de grond voorgoed te beslechten. ‘Hier komt een tempel, vast en zeker.’

Op blote voeten passeren de pelgrims de wachttorens, controleposten en muren met bovenop prikkeldraad. Ze moeten hun zakken leegmaken, door vier metaaldetectoren lopen en achter elkaar in een rij gaan staan. Dan pas mogen ze een pad opgaan dat is omsloten door een nauwe kooi. Aan het eind staat een tent met aan de ingang een gouden afgodsbeeld. Binnen bevindt zich de plaats waar volgens hindoes de door hen hartstochtelijk vereerde god Ram duizenden jaren geleden werd geboren.

Bezoekers proberen uit alle macht een glimp op te vangen. Vrouwen proppen van het zweet vochtig geworden bankbiljetten in een collectebus. “Heil Ram!” zingen de pelgrims als ze door de kooiconstructie voortschuifelen.

Decennialang hebben hindoes en moslims slag geleverd om dit dorre lapje grond in Ayodhya, India’s fanatiekst bevochten religieus heiligdom. Nu vertrouwen veel hindoes erop dat dit terrein, grenzend aan de landbouwgebieden in het noorden, voor altijd in hun bezit komt.

Ooit stond hier een in de zestiende eeuw gebouwde moskee, een herinnering aan het Mogolrijk in Zuidoost-Azië dat tussen 1526 en 1858 werd bestuurd door de soennitisch-islamitische Mogoldynastie. Het kerngebied lag in de Indus-Gangesvlakte. In zijn bloeiperiode omvatte het Mogolrijk bijna het gehele Indiase subcontinent. De Britse kolonialen maakten er een eind aan.

Golf van geweld

In 1992 vernielden hindoeactivisten de moskee, de Babri Mashid. Daarop volgden godsdienstrellen waarbij tweeduizend mensen omkwamen. Indiase rechtbanken buigen zich sindsdien over de vraag wat er met deze plek moet gebeuren. Hindoes eisen toestemming van rechtbanken om een tempel te bouwen. Moslims bezweren dat Babri Mashid zal worden herbouwd.

De golf van geweld zette India’s identiteit als een seculiere natie, met plaats voor alle geloofsovertuigingen, op het spel. Sindsdien vreesden rechters nog meer bloedvergieten als een van de partijen hun uitspraken zou verwerpen. Toch hield de gespannen vrede tussen hindoes en moslims goeddeels stand dankzij een niet erg bevredigende tijdelijke oplossing: de vernielers van de moskee en hun medestanders hebben bij die plek een geïmproviseerde tent opgezet die enigszins lijkt op een hindoetempel. De tent staat er nog steeds, en trekt duizenden bezoekers per dag.

Veel hindoes geloven dat die voorlopige oplossing zal leiden tot een permanente regeling, zeker na de indrukwekkende overwinning van premier Narendra Modi’s Bharatiya Janata Party, de BJP, bij de onlangs gehouden parlementsverkiezingen.

Modi’s huis

Ashok Baba Saheb Bhosle (55), een boer die bij de uitgang van het heiligdom even is gaan zitten, vertrouwt erop dat India’s Hooggerechtshof nog dit jaar zal besluiten dat hier een permanent hindoeïstisch heiligdom kan verrijzen. Dat is slechts een formaliteit, zegt hij luid, zodat zijn vrienden het kunnen horen. Ze juichen, na een tocht van honderden kilometers vanuit het centrale gedeelte van India naar Ayodhya. “Modi is in de tempel, het is Modi’s huis!” roepen ze na hun gebeden. “Hier komt een tempel, vast en zeker!”

De hevig zwetende Bhosle en zijn makkers kunnen wel eens gelijk hebben. Modi’s partij heeft banden met uiterst rechtse groeperingen volgens wie hindoes in India volledig de dienst moeten uitmaken. De BJP steunt vastberaden de bouw van een tempel op die heilige grond. Amit Shah is India’s nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en een naaste adviseur van de premier. Hij beloofde pelgrims onlangs dat zijn partij geen duimbreed zal afwijken van het standpunt dat de tempel hier moet komen en nergens anders. Sommige vernielers van de eeuwenoude moskee zijn leden van de regeringspartij.

Er zijn al voorbereidingen getroffen voor de bouw van de tempel. Op een stuk grond van de Ram Birthplace Trust, een organisatie die de bouw in goede banen moet leiden, zijn mannen met beitels in de weer. Ze hakken bloemmotieven in stukken steen. Jarenlang heeft de Trust pilaren voor de tempel laten maken. Gidsen die zo’n zes talen spreken leiden pelgrims met kaalgeschoren hoofden, een blijk van vroomheid, rond pilaren die klaar zijn om te worden gebruikt. ‘Heil aan Ram’ staat in sommige gebeiteld. Volgens de Trust kunnen de pilaren binnen 24 uur worden geassembleerd zodra de rechtbank toestemming heeft gegeven om met de bouw van de tempel te beginnen.

Onrechtvaardigheid uitwissen

Swami Ram Vilas Vedanti is een leidende figuur bij de Trust. Hij draagt een witte baard en zat for de BJP in het parlement. De bouw van de tempel moet volgens hem een historische onrechtvaardigheid uitwissen. Hij is ervan overtuigd dat de regeerders uit het Mogolrijk erop uit waren hindoes te vernederen toen ze op zo’n heilige plaats een moskee lieten bouwen.

In 2010 verdeelde een lagere rechtbank het betwiste land tussen hindoeïstische en islamitische groeperingen. Zo’n uitspraak, die het Hooggerechtshof later opschortte, is volgens Vedanti onaanvaardbaar voor zowel moslims als hindoes. “Tachtig procent van de moslims vindt dat we een tempel moeten bouwen,” zegt hij. “Slechts een paar moslims verzetten zich.”

Sinds premier Modi’s aantreden in 2014 voelen uiterst rechtse krachten zich vrijer dan ooit om hun ‘wij tegen de moslims’-mentaliteit te verspreiden. In die visie zijn India’s ongeveer 200 miljoen moslims, 14,2 procent van de bevolking, eenvoudigweg schurken. Voor andere meningen is steeds minder plaats.

Herschrijven

De afgelopen jaren zijn regeringsinstanties begonnen met het herschrijven van schoolboeken, waaruit soms zelfs hoofdstukken over de vroegere islamitische heersers worden verwijderd. Moslimplaatsnamen worden veranderd in hindoeïstische.

Knokploegen hebben de laatste tijd tientallen moslims en Indiërs van lagere kasten gedood op beschuldiging van het slachten van koeien, in het hindoeïsme een heilig dier. Strijders voor mensenrechten concludeerden dat de agressors meestal vrijuit gaan.

In zijn piepkleine huiskamer gaf Iqbal Ansari, een moslim wiens familie via het gerecht streeft naar herbouw van de moskee, niet bepaald blijk van enig enthousiasme over de nabije toekomst. Dit in tegenstelling tot de hindoes die hun overwinning al bijna triomfantelijk vieren. Iqbal sprak op doffe toon over het geschil en temperde de verhalen over vervolging van moslims. “Wat de rechtbank ook besluit, we zullen het accepteren,” zegt hij.

Zafaryab Jilani, een advocaat die Ansari en andere moslims juridisch bijstaat, probeert optimistisch te blijven. Voorlopig heeft de rechtbank zich onpartijdig opgesteld en zich ver gehouden van enig politiek theater, constateert hij. Rechters hebben onlangs bemiddelaars aangewezen die een vreedzame oplossing moeten bevorderen.

Volgens de advocaat zit de woede bij moslims zeer diep en overwegen zijn cliënten geenszins om de strijd te staken, ook al trachten ze naar buiten toe hun kalmte te bewaren om het conflict niet verder op de spits te drijven. Jilani: “Een moskee behoort niet toe aan moslims of aan welke andere mensen dan ook, maar aan de almachtige God. Geen enkele moslim heeft het recht een moskee op te geven.”

Verwoestende aanval

Onder de fanatiekste verdedigers van de tempel is het moeilijk iemand te vinden die zelfs maar wil toegeven dat hier ooit een moskee heeft gestaan. In een magazijn van de Ram Birthplace Trust, waar een replica van de toekomstige tempel op een toneel staat, bezweert Hazari Lal dat hij en zijn medestanders slechts een ‘omstreden bouwwerk’ hebben vernield. Lal is een gedrongen, vrolijk gestemde magazijnbediende. “Het was helemaal geen moskee,” zegt hij, “alleen politici noemden het zo.” Hij vertelt graag en met zichtbaar plezier over zijn rol bij de verwoestende aanval op Babri Mashid in december 1992. Met andere mannen stormde hij door het veiligheidskordon van de politie rond de moskee. Met saffraankleurige banden om hun hoofd en leuzen schreeuwend als ‘atoombom!, atoombom!’ klommen sommigen op het koepeldak. Anderen bewerkten de stenen voorgevel met spades, hamers en speren, of klommen met behulp van touwen over muren.

Een arm van Lal werd verpletterd door vallende stenen. Duizenden mensen gingen zich te buiten aan geweld tegen moslims, van wie winkels in vlammen opgingen. Buitenlandse journalisten werden mishandeld. Doodsbange gezinnen ontvluchtten Ayodhya, waar bloed de belangrijkste rivier van de stad insijpelde. Het geweld breidde zich van India uit naar buurlanden.

Hazari Lal werd opgepakt, zijn aandeel in de rellen kwam hem te staan op een paar weken gevangenisstraf. Terugkijkend heeft hij geen spijt van wat hij heeft gedaan. Een langdurige poging om voor India’s hindoes ‘de klus te klaren’ is volgens hem bijna ten einde. Lal: “Wij kenden toen geen angst, en nu ook niet.” Met een glimlach houdt hij zijn verminkte arm omhoog: “Heel snel zal hier een tempel komen. Alles is er klaar voor.”

© The New York Times

Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden