PlusAchtergrond

Bijna begint het MH17-proces: een wond die amper kan helen

Maandag begint het MH17-strafproces in het Justitieel Complex op Schiphol. De verdachten, drie Russen en een Oekraïner, zijn niet aanwezig. Een nabestaande: ‘De rouw komt telkens terug.’

Beeld Julian Stips

De eerste vakantiedag van Anne Dankert (39) luidde ze op 17 juli 2014 in met een biertje op een terras in Den Haag. “Daar kreeg ik een push­bericht. Er was een vliegtuig neergestort. Ik weet niet meer waarom, maar ik dacht meteen: dit is niet goed. Dat is Pim.”

Gestaag werd meer bekend over vlucht MH17. “Maar nog niets was zeker. Uit pure wanhoop heb ik Pim geappt. ‘Hoe gaat het met je? Ben je aangekomen in Australië?’ Ik was wanhopig contact aan het zoeken; ik moest íets doen.”

Het is inmiddels bijna zes jaar geleden dat Dankert haar goede vriend verloor bij het neerstorten van MH17. “Soms heb ik heimwee naar Pim. Het doet pijn dat hij er niet meer is.”

Kort na de ramp wilde ze alles weten. Er verschenen nieuwsberichten, betrokkenen deden hun verhaal, Mark Rutte sprak zich uit, Rusland wees met de vinger naar Oekraïne, er kwam een ­nationaal monument, een herdenking, nog een herdenking.

Naarmate de tijd vorderde, nam ze ­wat meer afstand. Nu er ook periodes zijn waarin ze niet aan het verlies denkt, vindt ze het lastig als ze er door de media steeds aan wordt herinnerd. “Ik word overvallen door die berichten. Dat is lastig, ik wil zelf bepalen wanneer ik wil rouwen.”

Stil is het de afgelopen zes jaar niet geweest rondom MH17. Veel nabestaanden worden overvallen door nieuws over de ramp waar heel ­Nederland zich mee verbonden voelt. Voor sommigen een zegen, zo blijven hun geliefden in leven, voor anderen een blokkade voor een leven waarin het verdriet een plek moet krijgen.

Dankert: “Ik weet nog dat Rutte in 2016 te gast was bij Zomergasten. Hij vertelde over de treinen die de lichamen van slachtoffers vervoerden. Die avond kwam ik terug uit Amsterdam. We hadden in het huis van Pim gegeten. Ik liep langs het ministerie van Buitenlandse Zaken en zag allemaal licht branden. Ik dacht: daar zitten mensen nog hard te werken. Daar zaten ook de mensen die de treinen aanstuurden. De rouw komt elke keer terug, soms overvalt het me. Om het te verwerken heb ik veel gedichten geschreven, over Pim en over de rouw. Ik heb met een coach gepraat die me ­erbij heeft geholpen.”

Bange vermoedens

Dankert leerde Pim de Kuijer (32) negen jaar voor de ramp met vlucht MH17 kennen bij het Europees Parlement in Brussel. Zij was stagiair bij de PvdA-fractie, hij werkte er. “Hij zei: ik laat je even het gebouw zien. Al snel hadden we de ­gewoonte de dag samen te beginnen.”

Dankert herinnert zich nog goed dat De Kuijer op een bepaald moment haast kreeg met het ­leven. Hij wilde meer betekenen voor anderen. “Ik moet het veld in,” zei hij tegen Dankert die hem aan een baan bij de VN in Sierra Leone hielp. De Kuijer bekleedde vervolgens verschillende functies over de hele wereld. Op de fatale dag was hij voor zijn werk bij het Aidsfonds op weg naar een ­internationaal Aidscongres in de Australische stad Melbourne.

Onder de foto die hij voor zijn vertrek op Facebook plaatste, veranderde de tendens naarmate het nieuws bekend werd. In de eerste berichten zeiden mensen ‘leuk, succes’, na de berichten over de ramp veranderde de strekking. ‘Misschien zat Pim in dat vliegtuig,’ reageerde ­iemand. ‘Pim, reageer even.’ Zijn broer plaatste het bericht dat de bange vermoedens bevestigde: Pim zat op de betreffende vlucht. Dankert: “Ik heb heel hard geschreeuwd en gehuild, hij was mijn maatje. De dagen erna waren ­verschrikkelijk.”

Een dag na de ramp kwamen de vrienden van De Kuijer samen in zijn stamkroeg; café De Doffer in Amsterdam. “We dachten nog: Pim komt zo binnen.” Om de jonge activist levend te houden, organiseren diezelfde vrienden elke eerste vrijdag van april de Pim de Kuijer Lezing in De Balie. Dit jaar zal Emre Hoogduijn, activist voor rechten van lhbti’s, spreker zijn.”

Dankert ziet het strafproces los van het verlies. “Wij zijn Pim kwijt. Aan dat proces heeft Pim uiteindelijk niet veel meer.”

Of het uitmaakt dat de verdachten niet bij het proces aanwezig zijn? ”Ik vind het wel belangrijk dat er recht wordt gesproken. Ik ga het proces volgen, maar op hoofdlijnen. Ik ben bang dat er geen veroordelingen uitkomen. Ik richt me liever op de Pim de Kuijer Lezing, iets positiefs waarmee we hem op onze schouder dragen.”

Waarheid en genoegdoening

Een proces zonder verdachten, of tenminste: zonder de aanwezigheid van ­verdachten. Heeft dat zin? 

Wat schieten de nabestaanden daarmee op? “Terechte vragen,” zegt Willem van Genug­ten, emeritus hoog­leraar internationaal recht. “Het Internationale Strafhof in Den Haag doet niet eens aan zulke zaken. Die begin­nen pas als de verdach­te in de rechtbank verschijnt.”

Een ‘loffelijk streven’, aldus Van Genugten. “Maar draai het eens om. Wat is bij de MH17 het alternatief? Als we niets doen, wordt nooit duidelijk wat er is ge­beurd en wie daarvoor verantwoordelijk waren.”

Het is, zegt hij, ‘veel beter dan niets’. “Naast het veroordelen van daders, is waarheidsvinding een belangrijke pijler van het strafrecht. Als de rechtbank bewijs produceert, krijgen de nabestaanden een zekere genoegdoening. Het helpt ze begrijpen wat er is gebeurd, al zal het voor sommigen niet genoeg zijn. Die zullen erop wijzen dat er ook hogere machten zijn die schuld hebben aan deze ramp.”

Eigenlijk zijn de nabestaanden het maar over één ding eens, zegt voormalig hoogleraar victimologie Peter van der Velden: de daders moeten worden be­recht. Verder zijn hun onderlinge verschillen wellicht groter dan hun overeenkomsten.

“Uit onderzoek blijkt dat nabestaanden in elk geval een gevoel van erkenning ervaren bij het uitoefenen van hun spreekrecht als er een verdachte in de zaal zit,” zegt Jos de Keijser, bijzonder hoogleraar complexe rouw. Maar ja: er zitten straks dus helemaal geen verdachten in de zaal.

Voor het Fonds Slachtofferhulp sprak Van der Velden met de nabestaanden van MH17-slachtoffers. Daaruit bleek dat voor een deel van hen ‘de massale aandacht, soms gelardeerd met schokkende beelden, ongewenste en doorlopende herinneringen opleveren aan alles wat is gebeurd, ook op momenten dat nabestaanden rust willen.’

In zijn rapport schrijft hij: ‘De aandacht heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de nood­zakelijke erkenning voor de nabestaanden, maar een aantal geïnterviewden ervaart de overdaad als een bron van stress. Het is alsof hen daarmee de rouw en het verdriet die zij persoonlijk ervaren in zekere zin ‘ontnomen’ wordt: zíj hebben dierbaren verloren, niet ‘de samenleving’.’

Dat gevoel zal er niet minder op worden aan de vooravond van een megaproces dat minimaal een jaar in beslag zal nemen. Van der Velden: “We moeten ons natuurlijk wel goed realiseren waarom dit proces wordt gevoerd. Dat is omdat het recht zijn loop dient te heb­ben. Dat is een maatschappelijk belang. Dat nabestaanden van de slachtoffers daaraan een goed gevoel overhouden is mooi mee­genomen, maar strikt genomen is dat niet nodig.”

Marcel Wiegman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden