PlusAchtergrond

Bijna 8000 jaar oud graf in Noord-Brabant leert ons een hoop over de riten en gebruiken van toen

In het Noord-Brabantse dorp Haps is een bijna achtduizend jaar oud graf ontdekt. Het is daarmee het oudst bekende graf van Nederland. ‘Het lijkt erop dat gedurende bijna 2000 jaar cremeren, en het bijzetten van de resten in een kuilgraf, de norm was.’

Joost Vermeulen
Een impressie van hoe het crematiegraf eruit gezien zou kunnen hebben.  Beeld Kelvin Wilson
Een impressie van hoe het crematiegraf eruit gezien zou kunnen hebben.Beeld Kelvin Wilson

Op de Laarakker in Haps, een dorp in Noord-Brabant, onderdeel van de gemeente Land van Cuijk, vond in 2017 een grote opgraving plaats. De aanleiding: de aanleg van een nieuw industrieterrein op deze oude zandrug, die ooit langs de oever van een oude tak van de Maas liep.

Uit oppervlaktevondsten was al langer bekend dat deze zandrug sinds mensenheugenis bewoond moest zijn geweest. Zo waren in de loop der jaren er vondsten gemeld uit zowel Romeinse tijd als de IJzertijd en de prehistorie. Reden genoeg om voorafgaand aan de bouw het hele terrein aan een archeologisch onderzoek te onderwerpen.

Het archeologisch onderzoeksbureau Ecoconsultancy dat het onderzoek uitvoerde bracht niet alleen verschillende graven uit de IJzertijd aan het licht,maar ook een aantal stenen voorwerpen die gedateerd konden worden rond 4000 voor Christus.

De opvallendste vondst was echter een kuil die menselijke resten leek te bevatten die vermoedelijk nog ouder waren. De inhoud van deze kuil is intussen door specialisten onderzocht. De uitkomsten daarvan, die onlangs werden gepubliceerd in het vaktijdschrift Archeologie in Nederland, waren verrassend.

Hazelnoten als grafgift

De vulling van de kuil bleek te bestaan uit de resten van een gecremeerd lichaam. Van de oorspronkelijke diepte van de ongeveer 60 centimeter diepe kuil werden nog 15 centimeter in de originele toestand aangetroffen. De contouren van de kuil waren daardoor nog duidelijk zichtbaar. De laatste 15 centimeter vertoonden ook geen verstoring en het is onwaarschijnlijk dat de crematieresten op natuurlijke wijze zo diep en zo regelmatig in de bodem waren weggezakt.

De conclusie van het onderzoek is dan ook dat de kuil door mensen is gegraven, dat de crematieresten er daarna in zijn geplaatst en de kuil vervolgens met het uitgegraven materiaal opnieuw is dichtgemaakt. Het gaat volgens de onderzoekers om een opzettelijk aangelegd graf en niet om ‘willekeurig’ achtergelaten resten.

De inhoud van wat er van dat graf over was, is gezeefd en behalve botresten zijn daarbij ook stukken verbrand vuursteen en resten van eveneens verbrande hazelnoten aangetroffen. De stenen voorwerpen behoorden vermoedelijk tot het persoonlijke bezit van de dode en werden met het lichaam mee verbrand. Hetzelfde gold voor de noten. Dat er noten als grafgift werden gevonden, duidt er volgens de onderzoekers op dat er in die periode een besef moet zijn geweest van een vorm van nachleben waarbij de dode voedsel nodig had.

Ellepijpen en kaakresten

Een drietal C14-metingen van het organische materiaal – twee botfragmenten en een stuk houtskool waren daarvoor geschikt – leverde samen een datering op: het graf moet zijn aangelegd tussen 7803 en 7582 voor het begin van onze jaartelling. Daarmee is het, volgens Tom Hos, projectleider van de opgraving, meer dan 100 jaar ouder dan de drie graven die een aantal jaren geleden in Beverwaard bij Rotterdam werden gevonden. Die graven, die tot nu toe als oudste van Nederland te boek stonden, zijn gedateerd op rond 7500 voor Christus.

Het onderzoek onthulde nog meer. Hos: “Op basis van het gewicht van de verbrande botresten (ruim 200 gram) en de verschillende soorten bot die werden aangetroffen – delen van de ruggewervel, van de schedel, ellepijpen en zelfs kaakresten – gaan we ervan uit dat het om één persoon ging.”

Een persoon waarvan overigens het geslacht en de leeftijd niet konden worden vastgesteld. Daarvoor was het botmateriaal te fragmentarisch. Hos: “Toch zijn er wel een aantal dingen die erop wijzen dat we waarschijnlijk te maken met een (jong) volwassene en niet met een kind of een oudere.”

Volgroeide snijtand

Een van die aanwijzingen is de vondst van een complete, volgroeide, maar nog niet al te veel afgesleten snijtand. Snijtanden, zeker volgroeide, komen pas vanaf negen jarige leeftijd voor en gaan na verloop van tijd – meestal is dat al na een jaar of twintig – duidelijke slijtsporen vertonen. Ook de structuur van de botten wijst op een jongvolwassene.

Behalve bij Haps en Beverwaard zijn er uit de hele periode van het vroeg- en midden-mesolithicum (de periode 8200-6500 v. Chr.) nog op twee andere plekken in Nederland crematiegraven gevonden; bij Oirschot en in Dalfsen. In die gevallen gaat het om crematiebijzettingen van een enkel individu in een kuilgraf en ook daar is sprake van bijgiften in de vorm van stenen voorwerpen en voedsel.

Hos: “Op basis van deze gegevens zou je dus kunnen stellen dat gedurende bijna 2000 jaar cremeren, met de daarbij horende rituelen en bijzetting van de resten in een kuilgraf, de norm was. Toch is echter enige voorzichtigheid geboden. Want onverbrand botmateriaal is, zeker op zandgronden en dat zijn de plekken waar de jager-verzamelaars het meest verbleven, vrijwel nooit bewaard gebleven. En ook crematieresten die niet in een kuil zijn bijgezet maar aan de oppervlakte zijn achtergelaten zullen de tand des tijds niet hebben doorstaan.”

Rituele vleesverwijdering

Er zijn sinds kort aanwijzingen dat in dezelfde periode nog andere begrafenisrituelen voorkwamen. Zo zijn er onlangs op van de Noordzeebodem afkomstige botten snijsporen gevonden. Snijsporen die volgens Luc Almkreutz, conservator prehistorie bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, het gevolg zouden kunnen zijn van rituele vleesverwijdering na de dood.

Het cremeren van de overledene en daarna begraven van de crematieresten is daarom wellicht slechts een van de manieren waarop de jager-verzamelaars met hun doden omgingen. Dat neemt echter niet weg dat het tot nu toe oudst bekende graf van Nederland in Haps ligt.

Een van de aanwijzingen dat het om een jongvolwassene gaat is de vondst van een complete, volgroeide, maar nog niet al te veel afgesleten snijtand. Beeld
Een van de aanwijzingen dat het om een jongvolwassene gaat is de vondst van een complete, volgroeide, maar nog niet al te veel afgesleten snijtand.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden