Plus Reportage

Bevolking in Afghanistan ‘emotioneel geknakt’ door aanslagen

In Afghanistan gaat haast geen week voorbij zonder dodelijke aanslagen; soms zijn er meerdere per dag. Het drijft de bevolking tot wanhoop. ‘Steeds wanneer ik in slaap probeer te vallen hoor ik kinderen huilen.’ 

Er is nauwelijks hulp voor mensen die bij een aanslag een trauma hebben opgelopen. Beeld EPA

Elke avond moet Hamdullah Hemat een krachtige slaappil doorslikken. Hij is 15 en zit in de derde klas van de middelbare school. Vorige maand zag hij hoe zijn beste vriend omkwam bij een zelfmoordaanslag op hun school.

Mary Alimi is 30 en moeder van drie kinderen. Ze liep bij dezelfde aanslag een ernstig hoofdletsel op. Ze weet niet meer hoe haar kinderen heten.

Jamila Neyazi is 19 en geeft les op de school die op 7 juli werd getroffen. Ze hield er verwondingen aan handen en schouders aan over. Veel van haar leerlingen werden geraakt door rondvliegend glas of brokstukken. Ze vreest dat de tragedie haar in een depressie heeft gestort.

“Ik voel me nog steeds als verdoofd,” zegt ze. “Was er maar een rustige, donkere plek waar ik op mijn gemak kon gaan zitten en huilen.”

Per jaar vinden in Afghanistan tientallen zelfmoordaanslagen plaats, de laatste tijd misschien nog frequenter dan gewoonlijk. Voor de buitenwereld is een zekere gewenning ingetreden, maar hier moeten de mensen leven met de gevolgen. De psychologische schokgolven van elke aanslag strekken zich uit tot ver van de plaatsen waar de bommen afgaan; ze veroorzaken onzichtbare wonden die nooit helen. Wie zo’n aanslag meemaakte en overleefde, wordt vaak nooit meer de oude. Voor velen is de emotionele nasleep zo heftig, dat hun leven erdoor wordt bepaald en ze niet eens meer durven denken aan een betere toekomst. “Ik werd geboren tijdens de oorlog, ik groeide op tijdens de oorlog en ik zal in de oorlog omkomen,” voorspelt Jamila Neyazi.

In het Westen kunnen slachtoffers van traumatische gebeurtenissen rekenen op psychologische bijstand. In Afghanistan niet. Er zijn nauwelijks voorzieningen voor behandeling en zij die er wél toegang toe hebben vrezen het daarmee verbonden stigma, volgens de Amerikaanse psychologe Lyla Lynn. Zij werkt in Afghanistan en heeft vastgesteld dat door het geweld getraumatiseerde Afghanen eerder een mollah raadplegen of een heiligdom bezoeken om daar kracht uit te putten.

Bestelwagen vol explosieven

De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat in Afghanistan, waar zo’n 35 miljoen mensen wonen, meer dan een miljoen mensen lijden aan klinische depressies, en minstens 1,2 miljoen aan angststoornissen. Maar in werkelijkheid gaat het volgens kenners waarschijnlijk om veel meer mensen.

Lyla Lynn is de oprichter van de organisatie Peace of Mind die Afghanen wil leren wat ze kunnen doen aan hun geestelijke gezondheid. Zij moet patiënten 6 tot 12 maanden behandelen voordat ze enige verbetering constateert.

De zelfmoordterrorist van de Taliban trof op 7 juli met een bestelwagen vol explosieven een onopvallend gebouw in Ghazni, een uitgestrekte stad in het oosten van Afghanistan. In het gebouw was het Nationaal Directoraat voor Veiligheid gevestigd, de geheime dienst. Onduidelijk is of de terrorist wist dat zich vlakbij vier scholen bevonden, dicht bij elkaar in een altijd drukke buurt. Twaalf mensen kwamen om, onder wie Hamdullah Hemats beste vriend Hamidullah, ook 15 jaar. Meer dan honderd kinderen raakten gewond.

‘Nevenschade’ is een veelgebruikte militaire term voor zulke slachtoffers. Die uitdrukking is ook van toepassing op de 70-jarige Aziza Alimi, wier woning bij de explosie instortte. Ze overleefde het ongedeerd. De vrouw van haar kleinzoon is Mary Alimi, de moeder van drie kinderen die zo van streek is dat ze nauwelijks nog een woord kan uitbrengen.

Een andere kleinzoon van Aziza Alimi, Jaber (8) was op school toen de Taliban in augustus vorig jaar Ghazni aanvielen. Lichamelijk bleef hij ongedeerd, maar het geweervuur en de explosies traumatiseerden hem dermate dat hij sindsdien niet meer terug naar school wil. Zijn grootmoeder probeerde hem met slaag, en later met speelgoed, te dwingen toch te gaan.

Na de zelfmoordaanslag op 7 juli zei hij tegen zijn oma: “Zie je wel.” Even later vluchtte hij naar het huis van een familielid uit angst dat zijn oma hem terug naar school zou brengen,

Hamdullah Hemat, de jongen van 15, ging naar de begrafenis van zijn vriend, maar kon het niet opbrengen om daar met diens rouwende familieleden te spreken. “Het was een nachtmerrie, ik hoor nog steeds zijn stem, zijn lach, ik zie de glimlach op zijn gezicht, ik word er gek van.”

Mary Alimi (30) liep hoofdletsel op tijdens een aanslag en weet de namen van haar drie kinderen niet meer. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Psychologisch getekend

De jongen voelt zich schuldig omdat hij Hamidullah had overgehaald naar zijn school over te stappen, zodat ze samen de lessen konden volgen. Hamdullah: “In andere landen zijn jongens van mijn leeftijd nog kinderen, maar om eerlijk te zijn, in Afghanistan zijn we nooit kinderen geweest.”

Gullalia Ahmadi (18), een andere lerares op de school, raakte bij de aanslag gewond aan handen en voeten. Ze zag hoe bebloede kinderen huilend door de gangen dwaalden, waar je door de rook nauwelijks iets kon zien. Anderen bleven versuft aan hun lessenaar zitten. Sinds die gruweldaad heeft zij geen nacht meer rustig geslapen. Soms dommelt ze even weg, maar er zijn ook nachten dat ze geen oog dichtdoet: “Steeds wanneer ik in slaap probeer te vallen, hoor ik de kinderen weer schreeuwen, huilen of ruik ik weer het bloed.”

Hekmat Zaki (23) is ook een leraar aan de getroffen school. Hij bleef lichamelijk ongeschonden, maar vreest dat hij psychologisch getekend blijft. Een paar dagen na de aanslag wilde hij weer voor de klas gaan staan, maar veel van zijn leerlingen, zoals de jonge Jaber, willen er nooit meer een voet zetten. Zaki: “Ik kan niet meer slapen, elke avond loop ik op de binnenplaats van onze woning urenlang heen en weer.”

Hij gelooft niet dat zijn leerlingen snel genoeg zullen herstellen om de komende tijd de draad weer op te pakken. Zaki: “Deze aanslag heeft hen vreselijk aangegrepen, ze zullen er voor de rest van hun leven aan moeten denken.”

Aanslagen zoals in Ghazni zijn evenzovele dompers op de optimistische verwachting dat de Taliban, de Verenigde Staten en de Afghaanse regering weldra een vredesakkoord zullen sluiten. De laatste tijd komen er berichten uit Doha in Qatar waar het overleg plaatsvindt. Het moet leiden tot een wapenstilstand en een blijvende politieke oplossing voor de oorlog die al bijna 18 jaar aan de gang is.

Die gesprekken vonden ook plaats tijdens de ochtend dat in Ghazni de autobom ontplofte. Twee dagen later kwamen de onderhandelaars met een verklaring waarin ze verzekerden te streven naar ‘het terugbrengen van het aantal burgerslachtoffers naar nul’. Bij tal van openbare instellingen zouden de veiligheidsmaatregelen worden aangescherpt, ook op scholen.

Nikab

Lerares Jamila Neyazi was stomverbaasd toen ze hoorde dat de aanslag op haar school door een moslim was gepleegd. “Kijk eens goed naar me,” zei ze staand voor het zwaar beschadigde gebouw, drie dagen nadat de Taliban de verantwoordelijkheid hadden geclaimd. “Ik draag een nikab.” Alleen haar handen waren zichtbaar, verder was ze van hoofd tot voeten gehuld in het gewaad dat vrouwen van de Taliban moesten dragen toen ze het in Afghanistan voor het zeggen hadden. Neyazi weigert echter de belofte van de Taliban over de bescherming van burgers te geloven. “Ik moet vaak huilen, het voelt alsof er voor ons geen hoop meer is,” aldus de lerares terwijl ze vergeefs wacht tot haar leerlingen terugkeren. “We willen niet dat de Taliban ooit weer aan de macht komen.”

Hayatullah (40) woont vlakbij de plek waar de bomauto explodeerde. Hij bleef lichamelijk ongedeerd. Zijn vier neefjes en nichtjes waren op dat moment op school. Ook zij overleefden het, maar emotioneel zijn ze geknakt. Hun gedrag is goeddeels hetzelfde als dat van andere kinderen die het overleefden. Farahnaz (7) huilt elke avond net zo lang tot ze in slaap valt. Ze wordt bang als ze langer dan een paar minuten alleen is. Ayesha and Belal (8) en Mohammad Yusuf (9) zijn ook doodsbang. Ze hangen thuis wat verloren rond en weigeren weer naar school te gaan.

Hun oom heeft gehoord van de beloftes bij het vredesberaad in Doha. Ze laten hem koud. Hayatullah: “Vrede, welke vrede? Die komt er helemaal niet. Alles wat we kunnen verwachten zolang we leven zijn meer aanslagen, meer bommen.”

© Fatima Faiz en David Zucchino/ The New York Times
Vertaling René ter Steege

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden