PlusAchtergrond

Baren is een kwestie van leven of dood in Venezuela

Het ene na het andere ziekenhuis stuurde de hoogzwangere Milagros weg. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

De Venezolaanse gezondheidszorg raakt steeds verder verlamd. Voor ziekenhuishulp bij de bevalling zijn vrouwen genoodzaakt het land te doorkruisen – met gevaar voor eigen leven, en dat van de baby.

De weeën begonnen in haar dorp, het was donker. Haar baby kon elk moment komen, en Milagros Vásquez (20) had hulp nodig. Ze trok een wit jurkje aan en stapte op een motorfiets voor een reis over drie rivieren. Daarna wachtten nog twee busritten over kapotte wegen. Eindelijk kwam ze bij het eerste ziekenhuis, maar daar begonnen de problemen pas.

In de veertig uur die volgden, bezocht ze een tweede ziekenhuis, een derde en een vierde. Overal kreeg ze hetzelfde te horen: er was geen geschikte apparatuur om te helpen kinderen ter wereld te brengen. In het ene hospitaal waren er geen gesteriliseerde apparaten, elders geen couveuses.

De 20-jarige Milagros moest weer met de bus op zoek naar een plek waar ze haar konden helpen. Ze sliep op een bankje in een park en wist niet meer hoeveel artsen haar hadden betast om de ontsluiting vast te stellen, waarna ze werd verzocht weg te gaan. Ook bij het vijfde ziekenhuis kreeg ze te horen: “Sorry, maar we kunnen u niet helpen.”

Uiteindelijk belandde ze in de hoofdstad Caracas bij de grootste kraamkliniek van het land. “God, alstublieft,” bad ze wanhopig voordat ze naar binnen ging. “Laat me niet doodgaan.”

Ooit kende Venezuela de beste gezondheidszorg van Latijns-Amerika, maar de laatste jaren is het systeem steeds verder ingestort, gelijk met de economie. Dat is ook overduidelijk te zien in de kraamafdelingen van ziekenhuizen. De belangrijkste verlossingsinstrumenten, monitoren, ventilatoren en sanitaire voorzieningen zijn kapot of ‘verdwenen’, met als gevolg dat artsen soms vrouwen noodgedwongen weg moeten sturen.

Volgens de Venezolaanse Medische Federatie is ongeveer de helft van de 30.000 artsen de afgelopen jaren vertrokken. Velen waren niet meer in staat voor hun gezinnen te zorgen en beproefden hun geluk elders.

Er bestaan geen cijfers over de gevolgen van die uittocht voor moeders en baby’s. De recentste gegevens komen uit 2016, toen het aantal sterftegevallen onder moeders bij de bevalling met 65 procent omhoog schoot. In een jaar steeg de babysterfte met 30 procent. De minister die deze cijfers publiceerde werd ontslagen. Sindsdien gelden zulke gevoelige statistieken als staatsgeheim.

La Ruleta

Om te begrijpen wat het betekent om in dit kapotte systeem kinderen ter wereld te brengen, gingen we met zwangere vrouwen mee naar zes ziekenhuizen in Venezuela en één hospitaal aan de andere kant van de grens, in Colombia. Ze bleken hun leven te riskeren, en dat van hun kind.

Milagros Vásquez bezocht met het handbalteam van haar middelbare school ooit tal van landen in Latijns-Amerika. Ze was er trots op dat ze Venezuela vertegenwoordigde. Maar in januari dit jaar – op de drempel van het door zijn omvang imposante Concepción Palacios­ziekenhuis in Caracas – stortte ze in en viel ze snikkend in de armen van haar moeder Cristina, die op de deuren bonsde en smeekte haar dochter binnen te laten. Milagros viel flauw. Iemand deed de deur open en ongeveer 48 uur na het begin van de weeën werd haar dochtertje geboren, Cristal. De geboorte kwam te vroeg, constateerde een arts. Het meisje woog slechts 1,48 kilo en overleed nog diezelfde ochtend.

Dagen later haalt Milagros een wit baby­dekentje uit een zak van haar trui, een van de weinige herinneringen aan haar dochter. Het ziekenhuis gaf haar geen overlijdenscertificaat. Ze had geen geld voor een begrafenis en moest Cristals lichaam in het mortuarium achterlaten. Milagros: “Hier in Venezuela wordt een vrouw behandeld als een hond.”

Milagros en veel andere zwangere Venezolaanse vrouwen doorlopen een lijdensweg die bekend is geworden als la ruleta. Roulette: slopende tochten van het ene ziekenhuis naar het andere in de hoop een plek te vinden waar je onder behoorlijke omstandigheden een kind ter wereld kan brengen.

Soms moeten ze liften, kilometers lopen of uren in een bus zitten over kapotte wegen waar de kuilen en hobbels gemaakt lijken om vrouwen mee te martelen. Het komt voor dat ze zo vaak bij ziekenhuizen worden geweigerd, dat ze hun kind op straat ter wereld brengen, op de trappen van het ziekenhuis of de centrale hal.

Dat laatste overkwam de 32-jarige Evaró Chacín. Haar dochter werd geboren in de hal van het Noriega Trigoziekenhuis in Maracaibo, waar het personeel haar eigenlijk al had verzocht weg te gaan. Chacín: “Maar ik kon niet meer en liet me op de grond vallen. Mijn man hielp bij de bevalling.”

Een cynische redenering

Sommige vrouwen overleven zo’n beproeving niet. Darwin Maiquetía, 37, verloor zijn vrouw Kenny Chirinos op 20 januari, nadat ze een ontsteking had opgelopen bij een keizersnede in een militair ziekenhuis. Al jaren smeken Venezolaanse ziekenhuizen om desinfecterende middelen. Maiquetía koos juist een legerziekenhuis omdat dat veiliger zou zijn voor zijn vrouw, aangezien de militairen zich een steeds grotere rol aanmeten in het landsbestuur,. “Ik ben ongelooflijk kwaad,” zegt hij met zijn pasgeboren dochtertje Alena op de arm.

Volgens Venezuela’s autoritaire president Nicolás Maduro staat de gezondheidszorg in zijn land voor ‘uitdagingen’, maar die zouden een behoorlijk functioneren niet in de weg staan. Onlangs spoorde hij vrouwen zelfs aan te ‘baren, baren, baren’. Iedere vrouw moet zes kinderen ter wereld brengen ter meerdere glorie van het vaderland, vindt Maduro. Hij wijt de tekorten aan medicijnen en andere zaken aan Amerikaanse sancties op zijn regime.

Volgens de Venezolaanse econoom Asdrúbal Oliveros vindt Maduro het belangrijker om voedsel in te voeren dan medicijnen, puur vanuit de cynische redenering dat zwangere vrouwen en zieke mensen niet de straat op gaan om te protesteren. Hongerige burgers wel.

Vorig jaar liet Maduro eindelijk internationale hulp toe, na die jaren verontwaardigd te hebben afgewezen. Leidinggevenden bij de ministeries voor Vrouwenzaken en Volksgezondheid reageerden niet op onze interviewverzoeken, directeuren van grote ziekenhuizen evenmin.

De aanhoudende recessie, die op grote schaal tot ondervoeding heeft geleid, treft aanstaande moeders bijzonder zwaar. Hun verzwakte gezondheid kan het risico op problemen bij de geboorte verhogen, en dus zijn experts aan het kraambed nodig. Zij zijn echter in groten getale vertrokken, en voor de overgebleven verloskundigen en kinderartsen is het nagenoeg onmogelijk hun werk te doen.

Schone kamer, airco en douche

In de verloskamer van het openbaar ziekenhuis in de stad La Victoria hijst de 21-jarige Nataly Smith zich op een avond in een metalen kraambed, bevend en alleen. Op de vloer onder haar ligt een plas bloed. Aan een muur heeft iemand een lijstje geplukt met spullen waar het aan ontbrak, zoals zeep, verbandgaas en vuilniszakken.

“Ik ben bang,” fluistert Nataly. Dr. Beatriz Ticona, het 52-jarige hoofd van de afdeling, staat bij haar voeten, in een kleurrijk ziekenhuisschort en met een paarse bril op het hoofd. Ze helpt Nataly bij de bevalling van een gezond meisje, Cristangely. Even later vertelt Ticona over de tientallen artsen die hier zijn vertrokken, vanwege de werkomstandigheden en hongerlonen. De meeste artsen in openbare ziekenhuizen verdienen minder dan 10 euro per maand. Zelf weet Ticona, die enkele jaren geleden een zenuwinzinking kreeg, niet hoe lang ze dit werk nog volhoudt.

Een groeiend aantal zwangere vrouwen laat Venezuela links liggen om in Colombia te bevallen, waar de regering belooft de kosten te betalen. Deze vrouwen zagen vaak hun zusters en buurtgenoten in het kraambed sterven. Vijf jaar geleden hielpen artsen in het Hospital San José in de Colombiaanse grensstad Maicao nog bij de geboorte van zo’n 70 Venezolaanse kinderen. Dat waren er vorig jaar meer dan 2700.

In dit ziekenhuis beviel onlangs de 25-jarige Venezolaanse Neryelín González, die kort tevoren met haar studie scheikunde was gestopt. Ze was te voet, deels via smokkelpaden, naar Maicao uitgeweken. Met haar pasgeboren en gezonde zoon Jhonei in de armen prees Neryelín haar schone kamer, de werkende airco en douche, het warme eten, de vriendelijke artsen en verpleegsters. Ze vertrouwt een bezoeker toe: “Ik ga nooit meer terug.”

© The New York Times
Vertaling René ter Steege 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden