PlusInterview

Arts in Kabul: ‘Ik heb weinig hoop meer voor het land’

In het ziekenhuis van chirurg Abdul in Kabul is aan alles een gebrek. Sinds de aanslag van donderdag werkt hij voortdurend door. Onder druk, zonder geld.

Afghanen die gewond raakten bij de zelfmoordaanslag bij het vliegveld liggen in een ziekenhuis in Kabul.  Beeld Wali Sabawoon/AP
Afghanen die gewond raakten bij de zelfmoordaanslag bij het vliegveld liggen in een ziekenhuis in Kabul.Beeld Wali Sabawoon/AP

“Dat was fysiek en mentaal de zwaarste dag uit m’n carrière”, zegt Abdul (27) over donderdag, toen er bij het vliegveld van Kabul een zelfmoordaanslag werd gepleegd. Als traumachirurg in training in de Afghaanse hoofdstad is hij wel wat gewend. “Maar het waren zoveel onschuldige slachtoffers. Zoveel vrouwen en kinderen die juist probeerden te vertrekken, om zichzelf te redden, en in plaats daarvan de dood vonden.”

Donderdag stierven naar schatting 170 burgers die zich bij de oostpoort van het vliegveld hadden verdrongen in de hoop geëvacueerd te kunnen worden. Abdul wil vanwege zorgen over zijn veiligheid en baan niet met zijn volledige naam in de krant.

Hij was net thuis na een dienst van 24 uur, toen hij rond 17.30 uur gebeld werd dat hij terug naar het ziekenhuis moest komen. Sindsdien is hij dag en nacht aan het werk geweest. “Mensen werden binnengebracht met taxi’s, kruiwagens, op de schouders van familieleden,” zegt Abdul. “Normaal gesproken staan er ambulances paraat voor dit soort aanslagen. Maar de ambulances komen van een overheidsorganisatie, die nu niet functioneert.” Het gebrek aan ambulances heeft volgens hem zeker bijgedragen aan het hoge dodental donderdag. “Bij traumatische wonden telt elke seconde.”

Er is wel meer veranderd sinds de plotselinge machtsovername door de Taliban op 15 augustus. De overheidssteun aan het ziekenhuis is voorlopig weggevallen. Abdul en zijn collega’s hebben hun salaris voor de vorige maand nog niet ontvangen. Hij weet dat dit ook geldt voor dokters in andere ziekenhuizen.

Daarbij zijn er veel artsen uit Afghanistan vertrokken. “Van ons ziekenhuis alleen al zijn vijf van de meest ervaren chirurgen het land uit,” zegt Abdul. Hij weet niet of en hoe hij zijn opleiding nog kan afmaken. “Zal het Talibanregime de drie jaar die ik al heb afgerond erkennen? En wie gaat me voor het overige deel begeleiden?”

Zaterdag liet een woordvoerder van de Taliban, Suhail Shaheen, via Twitter weten dat alle vrouwelijke medewerkers van het ministerie van Volksgezondheid hun werk weer kunnen oppakken. Maar voor Abduls vrouwelijke medewerkers in het ziekenhuis is dat niet zo makkelijk. “Ze worden lastiggevallen onderweg naar het ziekenhuis. Ze moeten hun kleding aanpassen. En laatst kwam er een Talib de afdeling opgelopen, die zei dat mannelijke en vrouwelijke verplegers niet tegelijkertijd op dezelfde afdeling mogen werken.”

Ook zijn werkomgeving is veranderd door de nieuwe machthebbers, zegt Abdul. “Wanneer Taliban patiënten brengen, dan nemen ze vaak een stuk of tien gewapende mannen mee. Ze eisen dat we meteen beginnen te opereren. Maar het is de standaard dat we eerst tests doen, of de patiënt stabiliseren. Daar geven ze ons de tijd niet voor. Een keer stond een gewapende Talib erop de operatiekamer in te gaan om te observeren. Maar hij wilde geen steriele jas aan. Ik kon hem ervan overtuigen dat familieleden nooit mee mogen.”

De enige positieve verandering is dat er relatief weinig slachtoffers met oorlogswonden zijn, nu er sinds de machtsovername rondom Kabul niet meer wordt gevochten.

Abdul is verscheurd over zijn toekomst. “Zoveel dokters zijn vertrokken, dus ik weet dat ik hier hard nodig ben. Maar ik heb weinig hoop meer voor het land. Het hangt van mijn opleiding af, maar als ik de kans krijg, dan vertrek ik misschien ook wel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden