PlusAchtergrond

Amerikaanse bedrijven nemen stelling tegen kieswet. Dapper of strategisch?

Grote bedrijven keren de staat Georgia de rug toe omdat nieuwe regels voor verkiezingen het de zwarte bevolking lastiger maken om te stemmen. Maar die keuze is ook ingegeven door zakelijke belangen.

Op de trappen van het lokale Capitool van Georgia wordt geprotesteerd tegen de nieuwe kieswet. Beeld REUTERS
Op de trappen van het lokale Capitool van Georgia wordt geprotesteerd tegen de nieuwe kieswet.Beeld REUTERS

Als locatie voor een film over een ontsnapte slaaf is de staat Georgia opeens niet meer zo geschikt, vindt Apple. Het opnemen van de film Emancipation, met Will Smith in de hoofdrol, is verplaatst naar Louisiana.

De stap werd genomen vanwege de nieuwe regels die in Georgia gaan gelden voor verkiezingen. Die brengen niet bepaald de slavernij terug, maar zijn evengoed door president Joe Biden vergeleken met ‘Jim Crow’, het stelsel van apartheid dat zwarten in zuidelijke staten als Georgia tot in de jaren zestig uit de stembureaus weerde.

En niet alleen Apple heeft het gehad met Georgia. De honkbalorganisatie Major League Baseball (MLB) verplaatste een belangrijke demonstratiewedstrijd, de All-Stars, naar Colorado.

Die stappen gaan de economie van Georgia miljoenen dollars kosten. En ze zijn aanleiding tot grote ongerustheid bij de Republikeinen. De partij vraagt zich af waarom het bedrijfsleven niet meer op hun hand is.

In het parlement van Georgia drukten zij de nieuwe regels door, onder het mom van het veiliger maken van verkiezingen. Maar volgens de Democraten maken die het vooral armere inwoners van de staat moeilijker om hun stem uit te brengen. En die zijn relatief vaak zwart en stemmen relatief vaker Democratisch.

De Democraten sloegen ook alarm over de nieuwe regel dat politieke bestuurders uit de hoofdstad van Georgia – momenteel allemaal Republikeinen – voortaan het recht hebben om in te grijpen als ze menen dat het tellen van de stemmen in een district niet correct gebeurt – iets wat Donald Trump graag had zien gebeuren toen hij vorig jaar november in Georgia verloor.

Advertentie geplaatst

Grote spelers in de economie van de staat, zoals Delta Air Lines en Coca-Cola, kunnen niet zo gemakkelijk vertrekken, maar hebben de nieuwe kieswetten wel veroordeeld. Ook landelijk krijgen de Republikeinen van hun traditionele steunpilaren de wind van voren. Eerder deze maand keerden meer dan honderd grote bedrijven in een advertentie in The New York Times zich tegen het hinderen van de stembusgang, in Georgia en in tientallen andere staten.

Volgens Jeffrey Sonnenfeld, hoogleraar bedrijfseconomie aan de Yale Universiteit, hebben de Republikeinen de verwijdering zelf veroorzaakt, door electoraal in te zetten op de laagopgeleide witte kiezer. “Sinds de dagen van president Herbert Hoover (1929-1933) geldt de Republikeinse als de partij van het bedrijfsleven,” zei hij tegen website Politico. “Maar hun beeld van wie er voor dat bedrijfsleven werken, stamt uit de jaren twintig van de vorige eeuw.”

Inmiddels heeft elk bedrijf personeel uit allerlei bevolkingsgroepen, en willen ondernemingen dat die op de werkvloer goed met elkaar omgaan. “Het bedrijfsleven heeft geen belang bij xenofobie. Het heeft ook geen belang bij isolationisme of protectionisme. En dat waren ook nooit doelen van de Republikeinen sinds de jaren vijftig. Maar nu zijn ze het wel.”

Lang gewacht

Volgens Sonnenfeld zijn veel directeuren en bestuursvoorzitters nu zo ver dat ze daar in het openbaar tegen protesteren, in het belang van hun aandeelhouders.

In Georgia wachtten bedrijven als Delta en Coca-Cola daar wel rijkelijk lang mee: tot de nieuwe kiesregels waren aangenomen. Dat verbaast James Bailey niets. De hoogleraar management aan de George Washington University in Washington DC vindt hun uiteindelijke steun aan eerlijke verkiezingen ook niet erg gedurfd. “Iedereen is wel voor meer toegang tot de democratie. Zelfs Republikeinse kiezers zullen dat zeggen. Dit is niet moedig een standpunt innemen, het is marketing.”

Hij bedoelt dat letterlijk: “Daar heeft een groep risicomanagers voor bij elkaar gezeten. Ze hebben vast de reactie van het bedrijf getest bij een groep consumenten, net zoals ze hun producten testen. En ze concludeerden dat ze prima konden zeggen: ‘Dit is verkeerd’.”

Bailey neemt dat een bedrijf als Coca-Cola niet kwalijk. “Dit maakt hun publiek blij. En Wall Street is dankbaar dat ze niet te ver gaan. Want Wall Street heeft een hoop geld belegd in Coca-Cola.”

Naarmate de VS politiek gepolariseerder raken, zullen bedrijven vaker hun mening moeten geven over politieke zaken, denkt Bailey. Maar dan toch meestal op de manier van die advertentie in The New York Times: “Een verklaring zonder tanden.”

Controversieel

Een uitzondering geldt voor bedrijven die van zichzelf al een links of rechts imago hebben. “Als Starbucks zich uitspreekt voor homorechten, dan schaadt dat hen niet. Want wie haalt zijn koffie bij Starbucks? Linkse, stadse mensen.”

Gewaagder, want controversiëler, was de keus – tot een paar jaar geleden – van restaurantketen Chick-fil-A om geld te geven aan homo-vijandige organisaties. Maar Chick-fil-A, tekent Bailey aan, is niet beursgenoteerd en kan gewoon zelf bepalen wat voor risico’s het neemt.

Die bleken in dit geval zelfs bescheiden. “Mijn universiteit, George Washington, staat bekend als een broeinest van activisme. En toch staat de langste rij bij de vier restaurants op de campus voor Chick-fil-A. Een lekker broodje blijft een lekker broodje.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden