PlusInterview

Ambassadeurs over evacuatiemissie Afghanistan: ‘We kregen een seintje, er stonden mensen aan de grens’

Er staan rijen voor de paspoortkantoren in Kabul. Komend jaar lukt het misschien meer Afghanen om een paspoort aan te vragen.  Beeld AFP
Er staan rijen voor de paspoortkantoren in Kabul. Komend jaar lukt het misschien meer Afghanen om een paspoort aan te vragen.Beeld AFP

Sinds de grote evacuatie uit Afghanistan haalt Nederland achter de schermen via Qatar en Pakistan nog steeds mondjesmaat mensen naar ons land. Dat is diplomatiek spitsroeden lopen. Twee ambassadeurs vertellen hun verhaal.

Hanneke Keultjes

Ambassadeur Wouter Plomp (59) werd in Islamabad, Pakistan geconfronteerd met hordes Afghanen die zeiden naar Nederland te mogen, terwijl dat land een aanzuigende werking van vluchtelingen uit Afghanistan vreest. Via Pakistan evacueerde Nederland 221 mensen.

“Mogen we even de B-pier van jullie vliegveld gebruiken voor onze evacuatie-operatie uit Afghanistan?” Daarmee vraag je nogal wat van de Pakistaanse autoriteiten. Alsof Pakistan ons zou vragen om een deel van Schiphol af te staan. En dat twee weken lang, mét militairen die echt niet alleen een toilettasje meenemen.”

“Toch moest ik die vraag in augustus stellen, een dag nadat Kabul in handen was gekomen van de Taliban. Ik heb toen een topambtenaar gebeld en gevraagd of ik de volgende dag zo vroeg mogelijk langs kon komen om mijn verzoek toe te lichten. Zónder mondkapje, besloot ik, zodat je gezichtsuitdrukkingen kunt zien. Het was niet pats-boem geregeld – er komt een enorme papierwinkel bij kijken – maar binnen een dag hadden we het rond.”

Een dag eerder had ik een telefoontje gekregen van onze ambassadeur in Afghanistan, Caecilia Wijgers. ‘Bereid je maar voor, we komen eraan.’ Pakistan ligt naast Afghanistan en stond al met potlood in eerder opgestelde evacuatieplannen, dus ik wist dat er veel op ons af zou komen. In die ‘hete fase’ van de evacuatie was het round the clock werken. De Herculestoestellen vlogen één, twee keer per dag heen en weer.”

Slapen op de grond

“De evacués werden opgevangen bij de B5- en B6-pier. Slapen deden de mensen op de grond, tussen de stoelen bij de gate. Eens per 24 uur kwam een passagiersvliegtuig om de mensen van Islamabad naar Nederland te brengen. Er zaten veel mensen met een Nederlands paspoort bij die op familiebezoek waren. Ik snap dat daarover in Nederland verbazing was – bij ons ook. Het reisadvies was toch rood? Maar wij helpen iedereen.”

“Toen de Nederlandse evacuatie op 26 augustus stopte, kregen we een seintje dat er mensen van de Nederlandse evacuatielijst aan de grens stonden. Zij waren over land naar Pakistan gekomen – een onveilige route die we altijd hebben afgeraden. Dat was een stuk lastiger voor de Pakistaanse autoriteiten. Natuurlijk weet de regering dat het voor het imago goed is om westerse landen te helpen. Maar tegelijk vreest het land ongecontroleerde migratie. Dus moest ik telkens vertellen dat wij dat óók niet willen, maar dat we verplichtingen hebben tegenover de mensen die voor ons hebben gewerkt.”

“‘Allemaal goed hoor, meneer de ambassadeur, maar wáárom wil Nederland zo graag die Afghanen helpen?’ vroegen ze dan. Dan legde ik ook uit dat we zo’n 30.000 Afghanistanveteranen hebben, plus hun families en dat zij erg meeleven. Uiteindelijk moesten we zo precies mogelijk aangeven wie er dan naar Nederland mochten, dan zorgde Pakistan dat degenen die illegaal het land waren binnengekomen, toch een visum en uitreistoestemming kregen. Ik zei: jullie willen ze hier niet hebben, wij willen ze meenemen naar Nederland. Dat hielp.”

Drie baby’s geboren

“We hebben opvang geregeld in guesthouses in Islamabad. Voedsel was er wel, maar mijn vrouw vroeg of iemand ook aan luiers en maandverband had gedacht. We zijn toen tassen vol gaan brengen. Daar waren ze heel blij mee. De mensen die over land naar Islamabad kwamen, stonden absoluut onder grote stress. Ze waren ontzettend dankbaar – daar doe je het ook voor. Ik heb zo veel verhalen gehoord, maar ik onthoud vooral de goede.”

In die guesthouses zijn uiteindelijk drie baby’s geboren. Dat betekent dus dat vrouwen hoogzwanger aan de gevaarlijke tocht begonnen. Dat zegt iets over hun wanhoop. Maar ik heb ook oudere mensen gezien, die geen woord Engels spraken en héél onzeker overkwamen. Ik denk dat ze misschien wel voor het eerst op een vliegveld waren. Soms hoorde ik dat ze mooie huizen achterlieten en geaarzeld hebben. In Nederland gaan ze ook onzekerheid tegemoet.”

“Toen wij lieten weten dat er nog Afghanen in Islamabad waren, zei Buitenlandse Zaken meteen: we sturen een vliegtuig en vul dat maar op met evacués van andere landen. Op die eerste vlucht zaten daarom meer Duitse dan Nederlandse evacués. Dat zorgde ervoor dat wij daarna ook met de Duitsers mee konden vliegen.”

Ambassadeur Wouter Plomp (Pakistan) praat met een evacué op de luchthaven van Islamabad. Beeld Eigen foto
Ambassadeur Wouter Plomp (Pakistan) praat met een evacué op de luchthaven van Islamabad.Beeld Eigen foto

“Na een paar weken ging de grens tussen Pakistan en Afghanistan dicht – toch uit vrees voor die aanzuigende werking. Je blijft zoeken naar andere wegen. Op 12 oktober is er toen nog wel een vliegtuig van Pakistan International Airlines (PIA) van Kabul naar Islamabad gegaan, alleen voor mensen met een Afghaans paspoort. We hadden hoop dat we op die manier meer mensen konden evacueren. Maar het was meteen de laatste vlucht.”

Van poortje naar poortje

“Die vlucht had ook heel veel voeten in de aarde. Ik moest de ruim veertig mensen die wij wilden meenemen bijna letterlijk van poortje naar poortje praten. Op een gegeven moment zat ik op het vliegveld van Islamabad naast de PIA-directeur en die gaf zijn telefoon aan mij. Had ik ineens de station manager van het vliegveld in Kabul aan de lijn, die ik ervan moest overtuigen dat de mensen op onze lijst heus naar Nederland mochten. Toen dat toestel in Islamabad landde, was dat zo’n opluchting. Voor hen, maar zeker óók voor mij.”

“Komend jaar lukt het misschien meer Afghanen om een paspoort aan te vragen. Er staan rijen voor de paspoortkantoren in Kabul, maar ik weet nu: het kán wel. Is het dan ook weer mogelijk om tussen Kabul en Islamabad te vliegen? Dat is nog een open vraag.”

---

Ambassadeur Marjan Kamstra (49) zit in Doha, Qatar tussen twee vuren. Ze moet de Qatari te vriend houden omdat zij Nederland helpen met evacuaties, terwijl er volop kritiek is op de mensenrechten in het land in aanloop naar het WK voetbal. Via de Doha-route werden 352 mensen geëvacueerd.

“Toen alle buitenlandse troepen eind augustus uit Afghanistan waren vertrokken, hoorde ik dat Qatar bereid was een vlucht naar Kabul te sturen. Ik kreeg een appje van de Qatarese viceminister van Buitenlandse Zaken: ‘Wij kunnen jullie helpen.’ ‘Wat heb je daarvoor nodig?’ vroeg ik. Een officieel verzoek dus. Nou, dat was snel geregeld.”

“Toen militaire toestellen nog mensen uit Afghanistan aan het evacueren waren, had ik al contact met haar opgenomen. Dat deed ik niet voor niets; onze contacten zijn warm. Ik ben vorig jaar midden in de coronapandemie begonnen als ambassadeur in Qatar. Dan bouw je voort op het netwerk van je voorganger. Dit werk staat of valt écht met persoonlijke contacten. Met viceminister Lolwah Al Khater kon ik soms afspreken, maar we hadden ook contact via WhatsApp. Later bleek zij dé centrale persoon in de evacuaties vanuit Afghanistan via Qatar.”

“Tijdens de evacuatie uit Kabul vloog Nederland naar Pakistan, maar de Verenigde Staten gebruikten Qatar als uitvalsbasis. Zo doken hier in augustus óók mensen op die Nederland als eindbestemming hadden. Wij hebben ze opgevangen en geholpen op hun doorreis. Daardoor had ik al nauw contact met de viceminister. Wat ook hielp: toenmalig minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Zaken kwam als één van de eerste ministers in Qatar op bezoek. We staan dus goed op hun netvlies.”

Snelkookpan

“Ze zou ons bellen als er een vlucht zou gaan. We hadden dan – met een heel klein aantal landen – maar een paar uur de tijd om mensen op te roepen die nog in Afghanistan zaten; dat werd in Den Haag gedaan. Op die eerste vluchten konden alleen mensen met Nederlands paspoort mee. Heel laat ’s avonds zat ik nog met twee collega’s op de ambassade. ‘Nou, het gaat gebeuren’, zei ik. Ik vind ‘spannend’ altijd een beetje gek omdat het vaak gebruikt wordt voor kinderen die iets nieuws gaan doen, maar ik heb toen wel echt in spanning gezeten. Het was werken in een snelkookpan.”

“Het was heel erg mooi om de mensen in Doha te verwelkomen. Ze waren moe, je kon merken dat ze een moeilijke periode achter de rug hadden. Ze werden opgevangen in een soort appartementen van drie verdiepingen, compounds die al voor het WK voetbal zijn gebouwd. De dag erna kwamen de verhalen pas los: van uitputting, blijdschap, opluchting en dankbaarheid. Maar ook van schuldgevoel richting familie en vrienden die achter zijn gebleven.”

Ik weet dat Tweede Kamer vraagt om een diplomatieke boycot van het WK voetbal (sinds het toewijzen van het toernooi kwamen volgens The Guardian meer dan 6500 gastarbeiders in Qatar om het leven). Maar dat we Qatar nu nodig heb voor de Afghanistanevacuatie betekent niet dat ik stil ben over mensenrechten en arbeidsomstandigheden. Ik ga voortdurend de kritische dialoog aan; dat is niet veranderd. In het arbeidsrecht – daar helpen we ook bij – zijn wel echt stappen gezet in de wetgeving, maar de uitvoering laat nog te wensen over.

“Op die eerste vlucht kwamen dertien Nederlanders mee. Echt een opluchting. Een dag later ben ik met dertien bossen bloemen – voor elke Nederlander één boeket – naar het evacuatieteam in Doha gegaan. Het was een opwelling, maar het werd enorm gewaardeerd. Of ik dat ook deed om Nederland nog meer tussen de oren van de Qatari te krijgen? Nee, maar misschien was dat wel het effect.”

Juichmoment

“Bij latere vluchten konden we ook gezinsleden zónder Nederlands paspoort mee laten vliegen. Zo’n stapje verder komen is elke keer een juichmoment. Weer later werd de groep uitgebreid naar Afghanen met een paspoort die op de Nederlandse evacuatielijst stonden. Daardoor konden we twee minderjarige Afghaanse meisjes van 11 en 14 jaar evacueren van wie de moeder al in Nederland woonde. Die wilde ik héél graag helpen – ik heb zelf twee jongens van hun leeftijd.”

Ambassadeur Marjan Kamstra verwelkomt evacués op het vliegveld van Doha. Beeld Eigen foto
Ambassadeur Marjan Kamstra verwelkomt evacués op het vliegveld van Doha.Beeld Eigen foto

“Ons Qatarese contact in Kabul stuurde een foto toen ze daar op het vliegveld waren, wij stuurden een foto naar Den Haag toen ze in Doha waren aangekomen en wij kregen een foto toen ze veilig bij hun moeder op Schiphol waren. Ik kreeg laatst nog een brief dat nu goed gaat met ze. Geweldig.”

“Het is dankbaar werk. Lange dagen, dat wel. Ik leg aan mijn jongens uit wat ik aan het doen ben, zodat zij snappen waarom ik ’s avonds niet thuis ben – vooral bij die Afghaanse meisjes begrijpen ze dat heel goed. Ik weet niet hoe lang we nog mee bezig zijn voor iedereen die recht heeft om naar Nederland te komen is geëvacueerd. Ik kan goed terugblikken op de evacuaties, maar niet vooruitkijken. Maar als ik later terugkijk op 2021 denk ik maar één ding: Afghanistan. Terwijl ik er nog nooit ben geweest.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden