Bezoekers van de Grießmühle op het terrein rondom de populaire club in de Berlijnse wijk Neukölln.

PlusAchtergrond

Als nog meer clubs sluiten, wordt Berlijn ‘een stad zonder smoel’

Bezoekers van de Grießmühle op het terrein rondom de populaire club in de Berlijnse wijk Neukölln.Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

De clubcultuur van Berlijn staat onder druk door het acute woningtekort en de enorme economische groei van de stad. Liefhebbers en politici pleiten voor betere bescherming. ‘Er komen hier meer mensen voor clubs dan voor het Staatsballet.’

Ongeveer driehonderd demonstranten verzamelen zich voor een gemeentekantoor in het zuidoosten van Berlijn om er te dansen en borden te tonen. ‘Alle clubs zijn mooi’, staat op een bord. ‘De dag dat ik stop met dansen, is de dag dat ik stop met ademen’, staat op een ander.

Onder het geluid van harde techno protesteert de groep half januari tegen de naderende sluiting van de Grießmühle, een bekende nachtclub in de wijk Neukölln. Zoals de laatste jaren ook op andere Berlijnse locaties is gebeurd, wordt de club uit zijn onderkomen verbannen omdat de eigenaren andere plannen hebben met het gebouw.

Verschillende politici spreken de menigte toe. Eén van hen is Martin Hinkel, burgemeester van het district Neukölln, waar het protest plaatsvindt. “De consensus is dat de clubcultuur bescherming verdient,” houdt hij de demonstranten voor. Aan politieke wil om het onderwerp op te lossen ontbreekt het ook niet, voegt hij toe.

Berlijn staat bekend om zijn bruisende nachtleven, maar die cultuur is de afgelopen tien jaar onder toenemende druk komen te staan van vastgoedinvesteerders en infrastructuurprojecten. Een acuut woningtekort en de enorme economische groei van Berlijn maken het probleem alleen maar complexer. In de laatste paar jaar zijn veel voorheen verlaten ruimtes omgevormd tot kantoren of appartementen. Prijzen voor onroerend goed zijn mede daardoor gestegen.

Melkkoe voor de economie

Volgens de Clubcommissie – een collectief dat zich inzet voor promotie en bescherming van het nachtleven in Berlijn – hebben ongeveer honderd clubs het afgelopen decennium de deuren gesloten. Nog eens 25 clubs worden met sluiting bedreigd. De Berlijners hebben voor dit verschijnsel het woord Clubsterben in het leven geroepen.

Een groeiend aantal politici uit het hele politieke spectrum bemoeit zich met het onderwerp. Deels om de rol die de clubs spelen in het culturele karakter van de stad en deels omdat het melkkoeien zijn voor de economie. Volgens een onderzoek van de Clubcommissie droegen toeristen die naar Berlijn kwamen om uit te gaan in 2018 anderhalf miljard euro bij aan de economie van de Duitse hoofdstad.

Clubs trekken veel jonge werkenden, die volgens veel lokale politici cruciaal zijn voor de economische groei van de stad. Commissiewoordvoerder Lutz Leichsenring: “Berlijn trekt meer start-ups dan bijvoorbeeld Hamburg of München. En dat is niet per se omdat het hier beter shoppen is.”

Gentrificatie heeft de laatste jaren ook in Berlijn voor een toename in conflicten tussen uitgaansgelegenheden en inwoners gezorgd. Andere wereldsteden hebben mede daarom initiatieven gelanceerd om de clubcultuur te beschermen. In navolging van Amsterdam hebben Londen en Parijs nachtburgemeesters aangesteld. New York heeft sinds 2017 zelfs een Office of Nightlife, dat bemiddelt tussen bars, clubs, inwoners en het lokale bestuur.

Toch is er waarschijnlijk geen wereldstad die zo bepaald wordt door zijn uitgaansleven als Berlijn. Er is in elk geval geen stad die zo veel te verliezen heeft bij het verdwijnen van de verschillende uitgaanslocaties, zowel op cultureel als op economisch vlak.

De clubcultuur van de stad – ontstaan in de jaren negentig toen dj’s en organisatoren feesten begonnen te geven in leegstaande gebouwen – staat wereldwijd bekend om zijn focus op techno en om de ongedwongen ‘alles kan’-cultuur. Veel feestjes, waaronder die in de Grießmühle, duren dagenlang.

Deze herfst stelde Bondsdaglid Caren Lay namens Die Linke wetgeving voor die clubs beter moet beschermen tegen huurverhogingen en rechtszaken. Ze legt uit dat uitgaansgelegen­heden volgens de Duitse wet nu nog in dezelfde categorie vallen als bordelen, waardoor ze relatief eenvoudig te sluiten zijn. Lay ziet clubs als culturele instellingen die in hetzelfde rijtje thuishoren als theaters en concertzalen. “Wanneer nog meer goede clubs sluiten, wordt Berlijn heel snel de zoveelste saaie stad zonder smoel.”

Onzekere tijd

Volgens Lay komen er meer mensen naar Berlijn voor een bezoek aan de wereldberoemde club Berghain, dan voor het Staatsballet. “Beide zijn geweldig,” verduidelijkt ze, “maar het wordt tijd dat we ze ook als gelijkwaardig gaan beschouwen.”

Haar collega’s van Die Grünen hebben een vergelijkbaar voorstel gedaan en Lay hoopt dat de publieke druk die daardoor is ontstaan de regering zal dwingen meer beschermingsmaatregelen te nemen, voordat de Duitse bouwwet­geving volgend jaar wordt herzien.

Sinds 2018 maakt de deelstaatregering van Berlijn elk jaar 1 miljoen euro vrij voor investeringen in bijvoorbeeld geluidsisolatie bij clubs, om zo het aantal conflicten tussen clubs en omwonenden te beperken.

Maar in weerwil van die steun is het voor veel clubs een onzekere tijd. Afgelopen najaar maakte de KitKatClub – een populaire fetisj- en danceclub – bekend dat de eigenaar van het pand het huurcontract niet wilde verlengen. Andere clubs, zoals About Blank en Salon zur Wilden Renate, worden bedreigd door plannen voor een nieuw stuk snelweg. De plannen – die al meer dan tien jaar oud zijn en bedoeld om automobilisten uit het centrum van Berlijn te ­weren – zijn inzet van een voortdurend conflict tussen de deelstaatregering en de bondsregering. Het onderwerp staat waarschijnlijk hoog op ieders agenda wanneer volgend jaar deelstaatsverkiezingen worden gehouden in Berlijn.

De Grießmühle, acht jaar geleden geopend in een oude pastafabriek, zit ingeklemd tussen een kanaal en een spoorlijn. Het heeft een speeltuinachtig buitenterrein en staat bekend om zijn openluchtfeesten en een jaarlijks, meerdaags, lhbti-feest met de naam Cocktail d’Amore.

Clubdirecteur David Ciura zegt dat het gebied hem opviel toen hij het met de trein passeerde. Binnen vijf minuten had hij met de vorige bewoners – een logistieke dienstverlener – een onderhuurovereenkomst uitonderhandeld. “Dat zou in het huidige landschap niet snel meer lukken.”

Eenzijdig beëindigd contract

Het terrein is vier jaar geleden verkocht aan een dochtermaatschappij van de Oostenrijkse vastgoedreus ­S Immo. Vorig jaar zomer lieten de nieuwe eigenaren weten dat het onderhuur­contract met de clubeigenaren eenzijdig werd be­ëindigd. In een verklaring van het bedrijf staat dat in het gebouw ‘kantoren, luxeappartementen, ateliers en een buurthuis’ komen.

De Clubcommissie heeft samen met lokale en regionale politici een aantal concessies voor de club bedongen, zoals toestemming voor een slotfeest en een onderzoek naar of er in het ge­renoveerde pand ook weer een club kan komen. Clubdirecteur Ciura wil zich nog niet aan uitspraken over die onderhandelingen wagen, maar zegt wel dat ‘zonder bemoeienis van de politiek er helemaal niets was gebeurd’.

“Zonder clubs zal niet alleen de directe, maar ook de indirecte geldstroom naar Berlijn krimpen,” zegt hij. “Veel politici hebben dat nu boven aan hun agenda staan, maar hoe meer beleidsmakers dat voorbeeld volgen, hoe beter.”

© The New York Times, vertaling David van Unen

Ook Amsterdam lijkt stiller te worden

De problemen in Berlijn zijn Amsterdam niet onbekend: ook hier staat de ­clubscene onder druk. Veel clubs zijn afhankelijk van tijde­lijke contracten, waarna ze het veld moeten ruimen. Van De School en De Marktkantine in West is al bekend dat ze binnenkort de deuren moeten sluiten, net als Garage Noord en het ­Skatecafé in Noord.

Met de naderende sluiting van deze clubs lijkt het stiller te worden in het Amsterdamse nachtleven. Dat gebeurde ook al toen het internationaal geroemde Trouw begin 2015 de deuren sloot. Een tijd lang waren er nauwelijks plekken om te dansen.

Toch zal het verdwijnen van clubs hier niet tot protesten leiden, denkt Ramon de Lima, voorzitter van Stichting N8BM, die zich inzet voor de nachtcultuur in Amsterdam. “We weten namelijk dat het gaat gebeuren. Maar dat maakt het probleem niet minder groot. We kampen ook hier met enorm ruimtegebrek: in het centrum zijn de huren voor clubs vaak niet te betalen en daarbuiten heb je te maken met bestemmingsplannen, waardoor nieuwe initiatieven vaak maar maximaal vijf jaar open kunnen blijven.”

Bescherming van de nachtcultuur is er in Amsterdam nauwelijks. De gemeente voerde tot nog toe geen specifiek beleid, maar werkt momenteel aan haar eerste ‘nachtvisie’. Die moet dit najaar af zijn.

“Het belang van de nachtcultuur voor de stad wordt daarmee eindelijk erkend,” zegt De Lima. “Ik heb er ­vertrouwen in dat het naderende gat snel wordt op­gevuld. Maar dan moet er nu wel écht wat gaan gebeuren.”

Door: Jari Goedegebuure

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden