PlusReportage

Al twaalf keer in de schuilkelder, met vijftien mensen, twee honden, een kat en een eekhoorn

Personeel van een militair hospitaal in Lviv schuiklen voor het oorlogsgeweld in een kelder van het ziekenhuis.  Beeld Daniel Leal/AFP
Personeel van een militair hospitaal in Lviv schuiklen voor het oorlogsgeweld in een kelder van het ziekenhuis.Beeld Daniel Leal/AFP

En dan ineens is het oorlog. In Oekraïne probeert iedereen zich zo goed en zo kwaad als het kan te voegen naar de nieuwe realiteit. Het gezin Tsimerman uit Lviv moest al twaalf keer de schuilkelder in. ‘We hebben nu wel de buren goed leren kennen.’

Mark van Assen

Als de sirene gaat, of als de officiële appjes komen (‘ATTENTIE LUCHTALARM!’), weet iedereen precies wat de procedure is. De rugzak met warme kleren staat klaar, de flessen water ook, documenten en geld zitten in een mapje, de eerstehulpdoos is binnen handbereik en vergeet ook de kat niet.

Er is geen lift, dus het duurt drie tot vier minuten om van de derde verdieping naar beneden te lopen, plus nog eens vijftien treden extra naar de kelder, dan twee keer rechtsaf onder grond en tot slot de deur dicht te doen en de eigen plek op te zoeken.

Juliana Tsimerman doet het nauwgezet uit de doeken. Haar nagels zijn blauw en geel gelakt, in de kleuren van de Oekraïense vlag. Ze is pas vijftien jaar (volgende week wordt ze zestien), maar ze praat nu al over zaken waar je als kind helemaal niet over zou moeten praten.

Heel dikke muren

Juliana woont met haar ouders Mychajlo (55) en Irina (53) in een oude Sovjetflat in het zuiden van Lviv. Deze ‘Stalinka’ uit 1957, inderdaad vernoemd naar Sovjetleider Jozef Stalin, ziet er van buiten nogal slonzig en vervallen uit, maar de schijn bedriegt. Het appartement is ruim en licht, met een woonkamer, een keuken, aparte wc, badkamer en twee slaapkamers. “En het allerbelangrijkste,” zegt Mychajlo: “De muren zijn heel erg dik.”

Het gezin Tsimerman woont al meer dan twintig jaar hier aan de Stryiskastraat. Irina is grafisch ontwerper, Mychajlo is drukker van beroep en helpt haar als hij kan. Juliana zit nog op school. “Behalve nu dan,” zegt ze. “We zouden les krijgen via Zoom, maar uiteindelijk hebben we twee weken vrij gekregen.”

Sinds de eerste bombardementen op Kiev en Charkov, afgelopen donderdag in het holst van de nacht, ziet hun leven er totaal anders uit. De eerste dag was er paniek, zegt Irina. “Er lag niks meer in de winkels, iedereen was aan het hamsteren. Er stonden ook lange rijen bij de pomp.”

Genoeg te eten

Ze hoorden van vrienden die op de vlucht waren geslagen naar het buitenland. Zelf besloten ze te blijven. Alle mannen tussen achttien en zestig jaar mogen het land niet verlaten, dus dat zou betekenen dat alleen Irina en Juliana weg zouden kunnen. “Ik wil mijn vader hier niet alleen achterlaten,” zegt Juliana. “Ik heb wel meteen al mijn vriendinnen opgebeld om te zeggen dat ik van ze hield.”

Inmiddels zijn de winkels in Lviv weer goed bevoorraad, dus ze hebben genoeg te eten en te drinken. Wat ze nog niet hadden, was een goede schuilkelder. Samen met de buren gingen ze onmiddellijk aan de slag in de kelder. Er werd puin geruimd, de boel ging netjes aan de kant, een muur moest eruit, een extra uitgang erbij, en nu heeft iedereen zijn eigen veilige ruimte onder de grond.

“We hebben daar nu al twaalf keer gezeten,” zegt Juliana. “Met tien tot vijftien mensen, twee honden, onze kat en een eekhoorn of een hamster, dat weet ik niet. Hij ziet eruit als een eekhoorn.”

Haar vader laat hun eigen kelderbox zien, die nu is ingericht als noodverblijf. Er staat een tafel, een opklapbed voor Juliana, water, een kast met eten (brood, gedroogd fruit), wc-papier, een rugzak met kleren, een radio en droogvoer voor Persyk, de kat.

En wat doe je dan als je daar zit, onder de grond? “We praten,” zegt Irina. “We zijn niet bang, nee. Het is fijn dat we samen zijn. En we leren zo ook onze buren beter kennen.”

Ze hebben gemiddeld telkens een uur in de kelder gezeten, een enkele keer anderhalf uur, niet langer. Er is nog geen raket ontploft hier, maar ze weten nooit wanneer het wel raak zal zijn.

Verder doen ze overdag niet zo veel. Het werk ligt stil, de school is dicht. Ze kijken vooral naar het nieuws.

Zoeken naar goed nieuws

Alle Oekraïense televisiekanalen zijn gaan samenwerken, zodat er nu op zo ongeveer elke zender hetzelfde te zien is. Geen films, geen shows, geen muziek, alleen maar actualiteiten. En ze checken vooral ook het nieuws op de berichtendienst Telegram en de BBC.

“Soms is het te veel,” zegt Irina, met een schuin oog naar haar dochter. “Het gaat nu zelfs al over kernwapens. De kinderen worden veel te snel volwassen zo, dat is helemaal niet goed. Juliana is soms nogal emotioneel, dus ik probeer het slechte nieuws bij haar weg te houden. En haar ook goed nieuws te vertellen: dat ons land een sterk en dapper leger heeft. En dat Rusland weliswaar groot en machtig is, maar dat wij heldhaftiger zijn en meer van ons land houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden