PlusExclusief

Afrikaans ‘bushmeat’ is populair en zelfs hip – met grote gevolgen voor de wildstand

Een dode aap wordt boven de grond gehangen om hem weg te houden bij mieren. Beeld REUTERS
Een dode aap wordt boven de grond gehangen om hem weg te houden bij mieren.Beeld REUTERS

De oerwouden in Afrika raken steeds leger. Steeds meer wild wordt overbejaagd omdat stedelingen bushmeat willen eten. Een bewustwordingscampagne moet het tij keren. ‘De consument, die wild wil eten, is het probleem. Hun eetgedrag moet veranderen.’

Erik van Zwam

Een gerookte jonge chimpansee, gorilla, stekelvarken, gebakken blauwe duiker (een kleine antilope), nijlpaard en talloze knaagdieren – al deze vormen van wild zijn te vinden op vele menu’s in Brazzaville en Kinshasa, niet alleen bij straatverkopers, maar ook bij chique restaurants in de grote hotels.

De zustersteden aan beide zijden van de Congorivier, die de grens vormt tussen de Republiek Congo en de Democratische Republiek Congo in het hart van Afrika, bieden een keur aan bushmeat aan. Een langdurig onderzoek van de Wildlife Conservation Society (WCS) naar restaurants die gebraden of gerookt vlees van wild uit de bush of de savanne verkopen, schetst een somber beeld. Naar schatting worden er circa tienduizend bushmeat-maaltijden per dag geserveerd in beide steden.

Dit gebeurt niet alleen in miljoenensteden als Kinshasa en Brazzaville, maar in alle metropolen op het Afrikaanse continent, vooral in de sub-Saharalanden. Ook in Zuid-Amerika en Azië is wild populair op het bord. Het gevolg is dat de oerwouden en de uitgestrekte graslanden wereldwijd in hoog tempo leeg raken. Jagers moeten steeds dieper de wildernis in om de geliefde lekkernijen te schieten.

Consument is het probleem

Juliet Wright van WCS bracht vele jaren door in de jungle van Congo en had contact met jagers, vertelt ze vanuit Engeland, waar ze nu is gevestigd. Ze kwam er snel achter dat bij de jagers niet echt de oorzaak ligt voor het bushmeatprobleem. “De consument, die wild wil eten, is het probleem. Hun eetgedrag moet veranderen,” zegt ze.

De liefhebber van wild woont ver van de bush in de miljoenensteden, zoals Kinshasa, een megastad met zeventien miljoen inwoners. “Het zijn mensen die zo nu en dan ‘bushmeat’ eten – één keer per week of per maand – maar op zulle grote aantallen moet er veel wild worden afgeschoten om aan de vraag te voldoen.”

Dit soort Afrikaanse steden groeien elk jaar fors en dat brengt een nog grotere vraag naar wild met zich mee. “En dan zijn er nog de trendsetters – vaak jonge mensen, net afgestudeerd van de universiteit, die flink geld verdienen – en de oudere zakenman in een duur kostuum. Zij maken wild eten trendy, een luxe.”

De gewone man koopt zijn wild meestal bij straatkraampjes met een paar tafels en stoelen of op de markt. Het zijn vooral vrouwen die wild bakken, braden en roken voor de lokale consumptie. De tienduizend restaurantmaaltijden per dag staan los van de nog veel grotere hoeveelheid wild dat op markten wordt verkocht voor thuisgebruik.

Tekst loopt door onder de foto

Duikers, kleine antilopen, liggen op de wildmarkt in Ouesso in de Republiek Congo te koop als bushmeat voor restaurants of handelaren.  Beeld WCS
Duikers, kleine antilopen, liggen op de wildmarkt in Ouesso in de Republiek Congo te koop als bushmeat voor restaurants of handelaren.Beeld WCS

Campagne met bekende Congolezen

WCS is daarom samen met de regering van Congo-Kinshasa begonnen met een publiekscampagne, Yoka Pimbo, gemaakt om vooral de jonge trendsetters bewust te maken van de gevolgen van het consumeren van bushmeat. “We proberen ze over te halen om hun eetgedrag te veranderen met een socialemediacampagne, billboards en advertenties op televisie. Eet lokaal, maar dan kip van de boer uit de omgeving of vis uit de Congorivier of uit zee.”

WCS doet dit met bekende Congolezen. Het moet een Congolese campagne zijn, zonder de geur van buitenlandse inmenging, want dan is de actie bij voorbaat mislukt.

Er wordt ook gesproken met de vrouwelijke ondernemers van de straatrestaurantjes om hen over te halen hun menu aan te passen. Vaak doen deze vrouwen dit werk van generatie op generatie. Wright beseft heel goed dat er voor deze vrouwen een alternatief moet zijn waarmee ze hun inkomen kunnen verdienen.

Niet tegen bushmeat, als het maar duurzaam is

WCS is niet tegen het eten van bushmeat, maar dat moet wel duurzaam zijn. Volken in de oerwouden en akkerbouwers op het platteland eten al millennia bushmeat en overbejagen het wild niet. Wright wil daar geen verandering in brengen; de omslag moet in de steden worden gemaakt.

Tegelijkertijd moet er iets worden gedaan aan de wetgeving en het beheer van de wildstand. In vorige eeuwen beheerden lokale gemeenschappen het jagen op wild in hun omgeving. De dorpschef zorgde ervoor dat er geen overbejaging plaatshad, want dan had het dorp op den duur een voedselprobleem.

“In de koloniale tijd en daarna zijn er wetten gekomen die het natuurbeheer centraal regelen,” zegt Wright. “Inwoners van het platteland, de savanne en de oerwouden staan sindsdien buitenspel en vinden deze wetten onrechtvaardig. Daarover moeten we in gesprek gaan met politici en bestuurders.” Het idee is om dorpsgemeenschappen weer de wildstand zelf te laten regelen en wild daardoor te beschermen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden