Plus Achtergrond

Afghaanse vrouwen zijn constant bang voor de Taliban

Zainab Fayez op straat in Kaboel. Ze was een van de eerste aanklagers in Kandahar. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Na de ineenstorting van het Talibanregime in 2001 pakten Afghaanse vrouwen de vrijheid met twee handen aan. Maar het land dreigt terug te gaan in de tijd. ‘Vanaf nu ben je een doelwit,’ stond op het briefje.

Zainab Fayez is pas 29, maar werkte zich binnen kort tijd op tot een van de felste verdedigers van vrouwen in Afghanistan. Als eerste en enige vrouwelijke aanklager in de provincie Kandahar, diep in het conservatieve zuiden, zorgde ze ervoor dat 21 mannen in de gevangenis belandden wegens mishandeling en misbruik van hun echtgenotes of verloofdes.

Fayez volgt zo goed en kwaad als het gaat de vredesbesprekingen tussen leiders van de Afghaanse regering, de Taliban en Amerikaanse diplomaten. Het overleg vindt vooral plaats in Qatar, en niet voor het eerst wordt gesproken over het vertrek van de Amerikanen en de terugkeer van de Taliban. Dat laatste is slecht nieuws voor vrouwen als Zainab Fayez, voor wie de laatste achttien jaar veel ten goede is veranderd.

Westerse slaven

Fayez woont niet langer in Kandahar. Ze vluchtte naar Kaboel na een waarschuwing die ze niet kon negeren: een handgeschreven briefje, bevestigd aan de voorruit van haar auto, gevouwen over een kogel. ‘Van nu af aan ben je een doelwit,’ stond er in het briefje, ‘en zullen we jou net zo behandelen als die andere westerse slaven’. Het was ondertekend met ‘Het Islamitische Emiraat van Afghanistan’, zoals de Taliban zich formeel noemen.

Veel Afghaanse vrouwen profiteerden van de vrijheden die kwamen met de Amerikaanse invasie en de ineenstorting van het Talibanregime in 2001. Ze willen in geen geval terug naar de tijd dat ze in het openbaar konden worden gegeseld en waren uitgesloten van elke maatschappelijke rol.

Maar nu een soort overeenkomst tussen de Taliban en de VS steeds waarschijnlijker wordt, geloven veel vrouwen absoluut niet in de beloftes van de rebellen dat ze ditmaal de rechten van vrouwen wél zullen respecteren.

Neem openbaar aanklager Fayez. Ze woont nu in de hoofdstad met haar twee kinderen in het huis van een familielid. Haar man Fakhruddin arriveerde tijdens ons bezoek met de auto uit Kandahar, hij had de dreigbrief en de kogel meegenomen. Fayez kent de Taliban goed genoeg om te weten hoe hol hun beloften zijn over het respecteren van vrouwenrechten.

“Ik ben nog nooit zo doodsbang geweest,” zegt de vrouw die in 1990 op het hoogtepunt van de Afghaanse burgeroorlog werd geboren in de afgelegen provincie Ghorm. Ze groeide op onder de Taliban, toen meisjes niet naar school mochten en vrouwen niet buitenshuis mochten werken. Overtreders werden gestenigd of afgeranseld met een zweep.

Na de verdrijving van de Taliban ging ze studeren aan de Universiteit van Kaboel en werd advocaat. In 2016 begon ze met de vervolging van mannen die vrouwen misbruikten in de provincie Kandahar, de bakermat van de Taliban.

Koppige strijdster tegen onrecht

De ene na de andere vrouwenmishandelaar verdween achter de tralies, onder wie twee politiemannen. Vorig jaar riep de regering haar uit tot één van Afghanistans vijf moedigste vrouwen. Haar portret prijkte op een aanplakbord in het centrum van Kandahar met het onderschrift: ‘Helden voor vrouwenrechten’.

Belangrijker was dat haar reputatie als een koppige strijdster tegen onrecht meer vrouwen aanzette om tegen hun belagers in verzet te komen. “Ik kreeg te maken met steeds meer van zulke gevallen, de vrouwen begonnen vertrouwen te krijgen in het recht,” zegt ze nu. “Maar toen begonnen de bedreigingen.”

Op de vloer van haar woonkamer liggen de prints en de geluidsopnamen van eerdere doodsbedreigingen; e-mails en boodschappen via Whatsapp, sms’jes en voicemailberichten. Vaak werd haar toegebeten te stoppen met werken. Maandenlang wuifde ze de bezwaren weg; die hoorden nu eenmaal bij haar baan.

Radio Roshani

Tot in februari haar collega Azam Ahmad op straat werd doodgeschoten terwijl hij op weg was naar zijn kantoor. Ze hadden vaak samengewerkt in rechtszaken rond geweld tegen vrouwen. “Hij was dapper, een vriend,” zegt ze. “Die incidenten en bedreigingen doen geestelijk en emotioneel natuurlijk iets met je, maar we proberen om toch door te gaan met ons werk.”

Een paar weken later vond ze de dreigbrief en de kogel op haar voorruit.

Fayez: “Een Talib blijft een Talib, ze hebben laten zien wat voor soort mensen ze zijn, wat voor soort ideologie ze aanhangen. En als ze straks terugkeren met dezelfde ideologie, zal voor vrouwen alles weer net zo zijn als vroeger.”

In Kunduz, de hoofdstad van de noordelijke provincie met dezelfde naam, geldt Sediqa Sherzai als net zo’n onverschrokken strijdster voor vrouwenrechten. Sherzai leidt een radiostation voor vrouwen in een buitenwijk van Kunduz. De Taliban hebben het in het grootste deel van de provincie voor het zeggen, en ze hebben de stad twee maal korte tijd bezet gehouden.

Sherzai: “Mensen hier zijn constant bang dat ze de stad weer innemen, dat zou voor ons vreselijk zijn.” Sinds 2008 bestuurt ze Radio Roshani, een klein station dat uitzendt op de korte golf en vrouwen informeert over hun rechten en aanmoedigt hun ervaringen te delen. Overal in het noorden van het land luisteren vrouwen naar de zender, blijkt uit reacties. “We bereiken mensen die kunnen lezen noch schrijven,” aldus Sherzai terwijl ‘haar’ radio een programma uitzendt waarin jonge afgestudeerde vrouwen praten over moeilijkheden bij het vinden van een baan. In een kantoortje naast de studio praat Sherzai met vrouwen over de vredesonderhandelingen met de Taliban, het volgende onderwerp van de uitzending.

In 2015, toen de Taliban korte tijd Kunduz bezet hielden, bleven ze vijf uur in de studio van Radio Roshani. Bij hun vertrek staken ze het kantoor in brand en stalen de studio-apparatuur. Sherzais echtgenoot Obaidullah Qazizadha, mede-oprichter van de zender, kreeg thuis dreigtelefoontje met teksten als: “Je vrouw probeert andere vrouwen te veranderen, ze wil ze een andere mentaliteit opdringen, een manier van denken die ons Afghanen vreemd is.”

Qazizadha vluchtte na verloop van tijd met zijn vrouw naar Kaboel, en Radio Roshani ging uit de lucht. In april besloot Sherzai de programma’s te hervatten. De overgebleven werknemers houden hun bemoeienis het liefst geheim. Sherzais man houdt in de controlekamer een geweer binnen handbereik. Zijn vrouw is bereid haar leven op het spel te zetten voor haar idealen en is niet van plan het voor haar vijanden gemakkelijk te maken. “De Taliban hadden gelijk,” zegt ze. “We zijn bezig de mentaliteit van vrouwen in Afghanistan te veranderen.”

Hoe lang nog? 

Meer Afghaanse vrouwen weigeren de hoop te verliezen. Hara Nuristani was eind jaren negentig, tijdens het Talibanbewind, een jonge moeder die in het geheim meisjes onderwees. Na de val van het regime kwam Nuristani naar voren als een van de invloedrijkste vrouwen in de nieuwe Afghaanse staat. Ze presenteerde een veelbekeken tv-journaal voordat ze de politiek inging. Nu staat ze aan het hoofd van een commissie die electorale geschillen beslecht.

De Taliban hebben talloze malen haar echtgenoot gevangengezet, haar zoon ontvoerd en getracht haar te doden. Ze loopt mank door een kogel in een been. Bij een andere aanslag werd haar auto verwoest door een bom.

In februari maakte Nuristani deel uit van de Afghaanse delegatie die in Moskou sprak met Talibanleiders. Ze was een van de twee vrouwen in de groep. De ander was parlementslid Fawzia Koofi.

In haar kantoor in Kaboel spreekt Nuristani strijdbaar over die bijeenkomst en in haar woorden klinkt hoop door. “Ondanks alles wat ik heb meegemaakt, ging ik erheen omdat je niet bloed met bloed kan uitwissen. Hoe lang kan de oorlog nog doorgaan?”

Een helder oordeel

In de Russische hoofdstad moest ze de ene belofte van de Taliban na de andere aanhoren. Zoals dat ze straks écht vrouwenrechten gaan respecteren. Maar als het gesprek op concrete zaken kwam, zoals het recht op onderwijs, vielen ze stil. Nuristani ergerde zich aan hun beweringen dat vrouwen ‘te vriendelijk en kwetsbaar’ zijn voor belangrijke banen als minister of burgemeester. Dan zitten volgens een lid van de Taliban-delegatie ‘hun emoties een helder oordeel in de weg’.

Toch wil Nuristani ze een kans geven, al was het maar omdat ze bij het verleg merkte dat ook de onderhandelaars van de Taliban oorlogsmoe zijn. “Ik vroeg het ze rechtstreeks, en ze gaven het zonder meer toe.”

© The New York Times Vertaling René ter Steege 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden